is redacteur van de Volkskrant.
Het was op de laatste van de vier verschroeiende dagen, de zaterdag. Om een uur of negen ’s avonds ging ik zwemmen in de nabijgelegen recreatieplas. Het water was warmer dan dat van een verwarmd poedelbad tijdens het babyzwemmen. Zo weinig mensen als er in het water waren, zo veel keken er aan het water naar hun telefoons. Op het water dreef een opblaasboot met daarin twee jongens en drie meisjes en vijf telefoons.
Eerst vroeg ik me af of die niet bang waren dat die telefoons in het water zouden vallen. Daarna bekroop me dezelfde gedachte als die keer dat ik zeven paarden zag langskomen met daarop zeven vrouwen die naar zeven telefoons keken: beter dat mensen op hun paard of in hun opblaasboot hun sociale media bijhouden dan op hun fiets of aan hun autostuur.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik was bezig in slakkengang terug te fietsen, toen ik achter me ineens in rotvaart een fiets hoorde aankomen die me daarna bijna klemreed. Een aan alle kanten zwetende sportfietser van ergens in de veertig vroeg mij: ‘Bent u hier bekend?’ Zodra ik die vraag hoorde, besefte ik hoelang ik die al niet meer had gekregen. Mensen die je op straat de weg vragen zijn in het digitale prachttijdperk net zo zeldzaam geworden als mensen die je een ansichtkaart sturen.
Ik vroeg me af wanneer ik voor het laatst iemand de weg had gewezen. Blij verrast zei ik tegen de sportfietser dat al lang niemand mij meer de weg had gevraagd. Toen zei hij: ‘Ik vraag ook nooit meer aan iemand de weg, maar mijn navigatie is weg. Ik ga vandaag zo langzaam dat mijn telefoon is leeggegaan en door de hitte ben ik mijn oriëntatiegevoel kwijt. Ik ben al drie keer door deze straat gefietst en ik voel me een beetje dizzy.’
Ik wees hem de allerkortste weg en vroeg hem rustig aan te doen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant