Home

‘Ik had nooit gedacht dat ik de wereld buiten de gesloten Sovjet-Unie zou zien’

Kort na de val van de Sovjet-Unie kwam de Belarussische Irina Verkhoroubova naar Nederland. Met politiek in haar vaderland was ze nauwelijks bezig – tot de verkiezingen van 2020. Ze werd een strijdbare activist. Sindsdien kan ze niet meer naar Belarus.

is journalist van de Volkskrant en schrijft over cultuur en maatschappij.

Sinds Irina Verkhoroubova (58) door de regering van Aleksandr Loekasjenko op een zwarte lijst is geplaatst, is ze op haar hoede. Diep van binnen weet de mbo-lerares burgerschap en expressief talent dat haar niets kan overkomen; in Nederland, in haar appartement in een oude bibliotheek in de binnenstad van Delft. Maar toch, ‘mollen zitten overal’.

Een vlucht die over haar geboorteland vliegt, zal ze bijvoorbeeld niet meer boeken. In 2021 werd een Ryanair-vliegtuig door Belarus onder het voorwendsel van een bommelding omgeleid naar Minsk, waar een activist en zijn vriendin werden gearresteerd. ‘Dat was een moment waarop ik de haren uit mijn hoofd wilde trekken. Dat Loekasjenko zijn eigen volk in Belarus aan het mishandelen was, was al erg genoeg. Maar nu had hij ook nog de brutaliteit om mensen buiten Belarus op te sporen en op te pakken. Zo ver kan het dus gaan. De veiligheid die we in Europa denken te hebben, is niet vanzelfsprekend.’

Er is angst in haar geslopen. Toen haar zoon vorige maand door Centraal-Azië reisde en haar beste vriendin in Belarus vroeg wanneer hij terug zou vliegen, heeft Verkhoroubova die informatie voor de zekerheid niet gegeven. De Oekraïense vlag en de rood-witte vlag van de Belarussische oppositie heeft ze voor haar raam weggehaald. Ook aan de authenticiteit van het interviewverzoek van de Volkskrant werd kort getwijfeld. ‘Ik zei vanochtend tegen mijn man: er zal straks toch niet een spion met een wapen langskomen?’

In de tweewekelijkse serie ‘Eerste generatie’ laat de Volkskrant mensen aan het woord die als eersten van hun familie naar Nederland kwamen. Waarom namen zij afscheid van hun land, welk leven lieten ze achter en hoe bouwden ze een nieuw bestaan op?

Na de frauduleuze herverkiezing van Loekasjenko in 2020 braken in heel Belarus massale protesten uit. Het regime sloeg – met behulp van Russische knokploegen – vreedzame demonstraties bruut neer en liet duizenden demonstranten arresteren en in de gevangenis mishandelen. Oppositieleiders vluchtten naar het buitenland.

Voor Verkhoroubova, die sinds 1992 in Nederland woont, was het alsof ze door de massale demonstraties hard wakker werd geschud. ‘Ik hield me tot dan toe weinig bezig met politiek. Ik hoorde vrienden weleens zeggen dat Loekasjenko de laatste dictator van Europa is, maar ik zag het niet. Of ik wilde het niet zien. Belarus was de plek waar we fijne zomervakanties doorbrachten. Dat er in mijn eerste thuis in het volle zicht zóveel geweld kon plaatsvinden, is de grootste schok van mijn leven geweest. En het gebeurde in een land dat midden in Europa ligt. De eerste weken keek ik non-stop naar het nieuws en huilde ik zes uur per dag. Maar daarna ben ik van de bank gekomen.’

Ze liep mee in protestmarsen tegen Loekasjenko in Den Haag, Amsterdam, Eindhoven en Rotterdam, voerde voor politieke gevangenen een eenmansactie met spandoek bij de Belarussische ambassade en gaf commentaar aan de NOS nadat het Ryanair-vliegtuig aan de grond was gezet. Voor de Belarussische regering waren dat genoeg ‘staatsvijandige acties’ om haar op een zwarte lijst te plaatsen. ‘Ik kan niet meer naar Belarus omdat ik daar kan worden opgepakt. Eén dierbaar familielid zal ik vermoedelijk nooit meer in levenden lijve zien.’

Waarom emigreerde u in 1992 naar Nederland?

‘Ik kwam hier met mijn toenmalige man. Hij was een iets oudere, intelligente ICT’er. Hij voorzag na de ineenstorting van de Sovjet-Unie dat de herwonnen onafhankelijkheid van Belarus een illusie was. ‘De Russen laten ons nooit los, alles komt terug’, zei hij. Hij wilde absoluut weg. Ik was verliefd en nieuwsgierig naar de wereld buiten de gesloten grenzen die ik altijd had gekend. Ik had aardrijkskunde gestudeerd en gedacht dat ik nooit een ander land zou zien, alleen Kazachstan of zo. En ineens belandde ik in West-Europa, in Nederland.

‘Ons huwelijk strandde al na een half jaar, mede door de enorme druk die migratie en integratie op een relatie leggen. Je moet je complete pakket normen en waarden herzien. Maar omdat mijn verblijfsvergunning afhankelijk van hem was, betekende scheiden dat ik direct het land zou worden uitgezet. We hebben het huwelijk daarom nog jarenlang proberen te lijmen, totdat ik na vier jaar eindelijk naturalisatie kon aanvragen en mijn Nederlandse paspoort kreeg.’

‘Later ontmoette ik mijn huidige Nederlandse man. Hij is luitenant-kolonel bij defensie en dat is ironisch, want ik ben een pacifist. Mijn vader was ook een militair.’

Hoe bent u opgegroeid?

‘Ik ben geboren in Polesië, een groot bos- en moerasrijk gebied in het zuiden van Belarus. Mijn vader was daar in de regio gestationeerd toen hij mijn moeder ontmoette. Toen ik 5 was, gingen ze uit elkaar. De manier waarop dat ging, zou je nu een vechtscheiding noemen.

‘Ik was veel bij mijn oma, vaak met een nichtje. Van juni tot en met augustus bracht ik elke zomer bij haar door, nog 60 kilometer dieper de bossen in. Er golden voor ons maar twee basisregels: op tijd aan tafel zitten om te eten en je voeten wassen voordat je naar bed ging. Verder mochten we de hele dag verdwijnen in de bossen en bij de rivier.

‘Mijn oma spaarde ons; onze moeders hadden vroeger hard moeten werken, maar wij hoefden als kleinkinderen bijna niets te doen in de huishouding of de tuin. Soms, als mijn moeder bij mijn oma klaagde dat ze me verwende, werd ik met een potje kerosine eropuit gestuurd om coloradokevers van de aardappelplanten te halen.’

‘Mijn oma had een koe, en de buren ook. Eens per maand was het onze beurt om de dertig koeien van het dorp te verzamelen en mee te nemen naar de weidegronden diep in het bos. Daar, ver weg van afluisterapparatuur, hoorde ik dingen die je thuis nooit zou horen. De volwassenen zeiden dan bijvoorbeeld tegen elkaar: ‘Dat stuk grond was vroeger van ons. En dat daar ook.’ Over de onteigening van land door de staat werd normaal niet gesproken.

‘Zo werden voor mij kleine gaatjes geschoten in de alomtegenwoordige staatspropaganda. Dat gold ook voor de Tweede Wereldoorlog; een collectief trauma voor de Belarussen, want een kwart tot een derde van de bevolking werd uitgemoord en dorpen werden systematisch platgebrand. Onze hele jeugd ging het over die oorlog, en de Russen en Belarussen waren daarin uitsluitend helden. Maar de oudere mannen in het bos spraken over collaborateurs, nazi-familieleden en Belarussen die meevochten met de Duitsers.’

Welke taal spraken jullie?

‘Mijn vader was een man van het Sovjetsysteem, dus Russisch was de norm. Als kind van een militair kreeg ik op school officieel vrijstelling voor de nationale talen, omdat militairen voortdurend van republiek naar republiek werden overgeplaatst. De Russische taal en literatuur stonden centraal; de eigen Belarussische cultuur werd behandeld als iets inferieurs, alsof ze met sneeuw werd bedekt. Toch kreeg ik de taal mee, want mijn oma sprak thuis als een vorm van verzet Belarussisch.’

‘Op een dag kwam mijn vader bij mijn oma langs. Hij groette mij in het Russisch: ‘Privjet katjonok’ (hoi katje). Ik groette hem automatisch terug in het Belarussisch: ‘Pryvitanne tata’ (hallo papa). Zonder iets te zeggen was het bezoek voorbij en nam hij me mee.’

Hoe was de overgang van Belarus naar Nederland?

‘Ik heb me hier vanaf de eerste dag thuis gevoeld. De beschaving is verder dan in Belarus. Het is een progressief land, waar over alles grappen gemaakt mogen worden en met mensen die altijd op tijd komen.

‘In de Sovjet-cultuur is er een enorme sociale bemoeizucht onder het mom van ‘zorg’. Iedereen bemoeit zich met je leven en je bent ontzettend veel verplicht aan je familie en de gemeenschap. In Nederland mag ik een individualist zijn. Ik mag hier mezelf zijn. Maar ik zie ook dat Nederlanders individualisme vaak verwarren met egocentrisme. Egocentrisme is een psychologische achterstand in de ontwikkeling. Het hoort bij een kind van 3 of bij een puber die zijn grenzen verkent, maar daarna moet je dat stadium ontgroeien.

‘Toch heb ik in de beginjaren ook discriminatie meegemaakt. Een Oekraïense vriendin en ik liepen in het centrum van Delft en spraken Russisch met elkaar. Plotseling werden we belaagd door een groep rechtse jongeren – kaalgeschoren, in spijkerbroeken en bomberjacks. Ze schreeuwden dat we Nederlands moesten praten en begonnen te spugen en steentjes naar ons te gooien. We zijn een bruine kroeg aan de Beestenmarkt binnengevlucht en hebben de stamgasten verteld dat we buiten werden bedreigd. Die mannen zijn meteen naar buiten gerend en hebben de jongeren weggejaagd. Dat is wat ik altijd heb onthouden: ja, ook in dit voorlijke land is er racisme, maar Nederlanders hebben mij op een cruciaal moment ook meteen gered.’

Vorige week deelde de Belarussische oppositie in ballingschap een rapport met de Oekraïense president Zelensky waaruit zou blijken dat Belarus zich aan het voorbereiden is op een oorlog met Oekraïne. Wat dacht u toen u dit nieuws hoorde?

‘Hoewel ik achter oppositieleider Svetlana Tichanovskaja sta en geloof dat de oppositie gedegen onderzoek doet, denk ik niet dat Belarus een oorlog tegen Oekraïne begint. Poetin probeert al heel lang om Belarussische militairen te laten meevechten, maar Loekasjenko is als een kwal die je niet kunt vastpakken; hij liegt tegen iedereen en verandert voortdurend van koers. Het is heel goed mogelijk dat hij de indruk van een naderende oorlog bewust zelf heeft gewekt.

‘In het rapport staat ook dat de grondwet is aangepast en dat Belarus geen soeverein land meer is. Met Belarussen durf ik er niet over te praten; ik wil absoluut niet dat mijn kennissen en geliefden in de gevangenis belanden. Sommigen van hen hebben daar al gezeten. Ze censureren hun eigen berichten en sturen alleen foto’s van mooie natuur. Ze sturen niets dat Loekasjenko niet ook zou sturen.’

‘Het doet me diep in mijn hart pijn dat Belarus wordt bestempeld als een belangrijke bondgenoot in deze oorlog. Het is de dictator Loekasjenko die de bondgenoot van Poetin is, absoluut niet de gewone bevolking. De gewone Belarussen willen helemaal niet vechten, het is een heel vreedzaam volk.

‘Er is een oude Sovjet-mop over de volksaard van de Belarussen. Een Rus, een Oekraïner en een Belarus gaan op een stoel op een spijker zitten. De Rus springt vloekend op en smijt zonder te kijken de spijker weg. De Oekraïner staat op, bekijkt de spijker en steekt hem in zijn zak: ‘Die kan ik misschien nog wel ergens voor gebruiken.’ De Belarus gaat zitten, voelt de pijn en denkt: ‘Misschien hoort het wel zo...’ Daarin schuilt een extreme vorm van verdraagzaamheid en volgzaamheid.

Die leidt er ook toe dat mensen zijn meegegaan in de nieuwe realiteit die in Belarus is ontstaan. In september 2020 deed Loekasjenko een heel enge uitspraak: ‘Soms is er geen tijd voor wetten.’ En dat woordje ‘soms’ interpreteert hij heel breed; in politieke zin gebruikt hij het elke dag tegen zijn bevolking. Zo kun je worden opgepakt als je Belarussisch praat.

‘Er zijn mensen die zich niet durven te verzetten. Maar ik blijf trots op de vele Belarussen die weigeren mentaal te capituleren en zich standvastig, zonder wapens, blijven verzetten tegen de dictatuur. Ik geloof oprecht dat die verandering er ooit komt. En dat ik dan weer in de bossen van Polesië kan verdwalen.’

Belarus werd in 1991 onafhankelijk na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Sinds 1994 wordt het land onafgebroken bestuurd door president Aleksandr Loekasjenko.

Tijdens de presidentsverkiezingen van augustus 2020 claimde Loekasjenko de overwinning met 80 procent van de stemmen. De binnenlandse oppositie, onder leiding van Svetlana Tichanovskaja, en diverse internationale waarnemers stelden dat de verkiezingen frauduleus waren verlopen. Dit leidde tot wekenlange, grootschalige demonstraties door het hele land die hard werden neergeslagen.

Om zijn positie te handhaven, zocht Loekasjenko intensievere politieke, militaire en financiële steun bij Rusland. Door deze afhankelijkheid kreeg hij een cruciale rol in de oorlog in Oekraïne. Hoewel het Belarussische leger niet meevecht, fungeert het land sinds 2022 als strategisch steunpunt voor Rusland. Belarus stelt zijn grondgebied en luchtruim open voor Russische troepen en drone- en raketaanvallen, wat heeft geleid tot internationale sancties.

Source: Volkskrant

Previous

Next