Home

De Friezen blijven de Friezen: door de eeuwen heen nooit vies geweest van een robbertje knokken. ‘Wy Friezen knibbelje allinne foar God!

Nu Jared Kushner en Ivanka Trump de Albanezen tot waanzin drijven met hun plan om het onbewoonde eiland Sazan om te bouwen tot luxeresort, vraag ik me af hoelang het duurt voordat ook in Friesland een oproer uitbreekt tegen het Amerikaanse koppel. Voor de kust van Oudemirdum ligt immers eveneens een idyllisch natuurreservaat met flamingo’s, dat zo dienst zou kunnen doen als vijfsterrenverblijf: de Steile Bank.

Goed, het zijn er maar een handvol, maar flamingo’s zijn iconische vogels (in Albanië loopt de beschermingsdrang voor de vogels zo hoog op dat daar nu al gesproken over de ‘flamingorevolutie’) en de Friezen zijn de Friezen: door de eeuwen heen nooit vies gebleken van een beetje strijd. Neem de Slag bij Warns, in 1345, waarbij werd uitgeroepen: „Leaver dea as slaef” – liever dood dan slaaf. Of denk aan Gemme van Burmania, de zestiende-eeuwse edelman die weigerde om voor de Hollanders door de knieën te gaan: „Wy Friezen knibbelje allinne foar God!” En had je in 1797 nog het Kollumer Oproer, waarbij Oranjegezinde Friezen in opstand kwamen tegen de Franse overheersers.  

Ter nagedachtenis aan dat Oproer heeft Kollum zelfs een eigen monument, ontdekte ik vorige week. Want zoals de moderne pelgrim naar Santiago trekt, de zieke naar Lourdes en de Oranjefan naar huis, zo belandt de columnist die Nederland afstruint vanzelf in Kollum.

Beginnersfout één: de bedevaart twee maanden te laat plannen. Hét moment van het jaar zijn de Kaasdagen eind april, waarop de plaatselijke rauwmelkse kaas wordt gevierd met ringsteken en een disco.

Beginnersfout twee: de bedevaart plannen op een maandag. Streekmuseum dicht, vijftiende-eeuwse kerk dicht, archeologisch steunpunt dicht.

Van het steunpunt wist ik voor mijn bezoek aan Kollum nog niets af, maar toen ik voor de gesloten deuren stond, wilde ik naar binnen. Elf archeologische steunpunten bleken er te zijn, elk met hun eigen thema – terpen, steentijd, kerken – en verspreid over elf Friese dorpen, voor iedereen die acuut archeologische zielenheil zoekt. Behalve op maandag dan.

Buiten het monument was ik kortom vrij snel klaar in Kollum. Maar net toen ik de aftocht wilde blazen, kreeg ik archeologische steun uit onverwachte hoek. Op vijf kilometer naar het noorden bevond zich een duizend jaar oud Vikingschip uit Noorwegen, of althans: een replica.

Een paar dagen eerder had ik op datzelfde schip in de haven van Amsterdam een rondleiding gekregen van Michael Brandsar, een Noors bemanningslid. Vol trots had hij me samen met kapitein Odd Sverre Kolstad voor vertrek verwelkomd aan boord van de Saga Farmann: zag ik de handgesmede spijkers waarmee de massief eikenhouten onderdelen aan elkaar waren bevestigd? „Precies zoals bij het origineel.”

Dat was in 998 gezonken, inclusief een lading slijpstenen om zwaarden mee te scherpen. Alleen benedendeks was het schip met z’n tijd meegegaan: vier elektrische batterijen, een wc – verborgen onder een hartvormig luikje in het dek. 

Nu waren ze, gekleed in traditionele linnen hemden, Friesland binnengevaren. Net als hun Vikingvoorouders, toen Kollum nog Colheim heette en pal aan zee lag. „Maar wij komen in vrede”, aldus kapitein Kolstad. Slapen hadden ze de afgelopen nachten onder de sterrenhemel gedaan, slechts door een dun zeil gescheiden van het daverende onweer. Inmiddels waren hun Vikinghemden drooggewapperd en zetten ze koers naar huis.

Bij een laatste ommetje door Kollum ontdekte ik dat er recent tóch nog strijd had gewoed. De lokale korfbalploeg was bij een thuiswedstrijd ingemaakt door een team uit het naburige Buitenpost. De naam van de overwinnaars? De Flamingo’s.

Gemma Venhuizen is biologieredacteur en doet elke woensdag ergens vanuit Nederland verslag

In het land

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next