Airconditioning De extreme hitte van vorige week plaatst politici van rechts en links voor het blok. Gaat de aandacht voor meer airco’s ten koste van het langetermijnbeleid dat nodig is om verdere opwarming tegen te gaan?
Een monteur repareert een airconditioner aan de gevel van een restaurant in het centrum van Ronda, in Zuid-Spanje, 21 juni.
De hittegolf is politiek geworden. Voor rechtse politici in Europa was de extreme warmte van vorige week een lastig thema. De hitte, die volgens sommige voorspellingen al eind volgende week kan terugkeren, werd volgens klimaatwetenschappers mede veroorzaakt door klimaatverandering. Sinds de Europese verkiezingen in 2024 zijn rechtse politieke partijen meer geneigd om de gevolgen daarvan te bagatelliseren. Alleen klinkt dat bij gematigde temperaturen overtuigender dan bij 40 graden Celsius.
Veel radicaal-rechtse en populistische partijen nemen klimaatverandering sowieso niet heel serieus. Zij volgen de redenering van de Amerikaanse president Donald Trump, die klimaatverandering in zijn toespraak bij de Verenigde Naties vorig jaar „de grootste oplichterij ooit” noemde. Net als de VS willen deze partijen vasthouden aan het gebruik van fossiele brandstoffen, aangevuld met kernenergie.
Centrum-rechtse partijen hebben het klimaatbeleid de afgelopen jaren juist wel omarmd. Maar onder druk van een stagnerende Europese economie, stijgende energieprijzen en toenemende internationale concurrentie (en van radicaal-rechts), pleiten ze tegenwoordig voor het afzwakken van het Europese klimaatbeleid. Ze zijn voor minder strenge regels voor emissiehandel, het uitstellen van klimaatdoelen en nieuwe richtlijnen (zoals voor de uitstoot van het zeer krachtige broeikasgas methaan) en willen investeren in extra olie- en gaswinning voor meer strategische autonomie.
Als vanzelf verschuift daardoor de aandacht naar aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering. En dus naar airconditioning als het antwoord op extreme hitte.
Neem bijvoorbeeld Richard Holden, schaduwminister voor Transport van de Britse Conservatieven. Zijn partij is voor het afschaffen van de strenge Britse klimaatwet die bepaalt dat het land rond het midden van de eeuw klimaatneutraal moet zijn. Toen de hitte vorige week in grote delen van Engeland ondraaglijk werd, vermeed hij verwijzingen naar klimaatbeleid. In plaats daarvan riep hij de Labour-regering op meer airconditioning toe te passen. Hij wees op de „absolute nachtmerrie” voor forenzen in Londen die moeten reizen in slecht gekoelde metro’s. „Andere landen hebben dit probleem wél opgelost”, zei Holden. „En dat hebben ze gedaan met airconditioning.”
Een vrouw gebruikt een handventilator om af te koelen in de Londense metro, 24 juni.
Holden realiseert zich natuurlijk dat zijn partij, die tussen 2010 en 2024 aan de macht was, zelf weinig heeft gedaan om treinen koeler en de infrastructuur minder kwetsbaar te maken voor het veranderende klimaat. Dus wees hij de huidige energieprijzen aan als de boosdoener: „We kunnen ons airconditioning alleen echt veroorloven als de energieprijzen niet zo torenhoog zijn als hier in het Verenigd Koninkrijk.” Dat sloot mooi aan bij het betoog van partijleider Kemi Badenoch, die sceptisch staat tegenover klimaatneutraliteit als politiek doel en er onlangs voor pleitte een einde te maken aan „de oorlog tegen olie en gas”.
Ook in Frankrijk is de airco een netelige kwestie. De radicaal-rechtse Marine Le Pen ontkent niet dat het klimaat verandert, maar verzet zich al jaren tegen wat zij beschouwt als „repressief milieubeleid” en tegen de invloed van het IPCC, het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties, op het klimaatdebat. „Als ik president word, zal ik een grootschalig plan voor airconditioning in gang zetten”, beloofde Le Pen, „te beginnen in gebieden met de meest kwetsbare bevolkingsgroepen”.
Le Pens plan kan volgens Politico niet rekenen op veel steun bij de Franse bevolking, en niet alleen omdat ze het amper heeft onderbouwd. Twee derde van alle Fransen noemt airconditioning een kortetermijnoplossing die echt klimaatbeleid in de weg kan zitten. Zelfs de helft van de kiezers van haar eigen Rassemblement National moet er weinig van hebben.
De linkse Franse politicus Jean-Luc Mélenchon noemde vorige week airco’s „een schijnoplossing die het probleem alleen maar erger maakt”. Tegen Euronews zei hij: „We kunnen niet overal airconditioning installeren”. Terry Reintke, Europarlementariër namens de Groenen, begrijpt dat koeling, bijvoorbeeld in ziekenhuizen, soms noodzakelijk kan zijn, maar ze pleit voor de lange termijn voor het aanplanten van groen in steden.
Toch is het de vraag of het verzet tegen airconditioning vol te houden is. Groene en linkse partijen vreesden lange tijd dat te veel aandacht voor aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering ten koste zou gaan van de inspanningen voor het voorkomen ervan. Maar ook al bieden airco’s geen oplossing voor de opwarming – sterker nog, ze dragen eraan bij – zolang de hitte toeneemt, zal het aantal airco’s toenemen. Als het huis in brand staat, is het zaak eerst te blussen en dan na te denken over brandveiligheid.
In 2018 voorspelde het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in een rapport getiteld The Future of Cooling dat rond het midden van de eeuw twee derde van de wereldbevolking een airconditioner in huis heeft. Verkoeling wordt daarmee volgens het IEA een van de belangrijkste aanjagers van de vraag naar elektriciteit (dat was wel voordat datacenters voor kunstmatige intelligentie hun intrede deden). Het IEA waarschuwde voor een ‘cold crunch’, een koudecrisis, als airco’s niet heel snel veel efficiënter worden, met een piekbelasting waardoor elektriciteitsnetten kunnen bezwijken.
Brussel wil zich niet bemoeien met airconditioning. „We weten dat de meeste woningen en appartementen in de Europese Unie geen airconditioning hebben”, zei de woordvoerder klimaat van de Europese Commissie afgelopen maandag. De woningvoorraad is relatief oud en airconditioning is iets van de laatste tijd. Maar dit is volgens haar geen thema voor Europa, maar voor de lidstaten.
De Commissie zelf worstelt er ook mee. Vrijdag, op het hoogtepunt van de hittegolf, dreigde de elektriciteitsvoorziening in het hoofdkantoor van de Commissie, het immense Berlaymontgebouw, het te begeven, schreef Politico. Besloten werd op de onderste zeven verdiepingen de airco af te sluiten. De meeste commissarissen hebben hun kantoor op de achtste verdieping of hoger. Voorzitter Ursula von der Leyen werkt op de dertiende.