Home

Dictaturen presenteren zich op de Biënnale graag met zachtheid en spiritualiteit, en met verhalen vol nationale trots

Biënnale van Venetië Deze Biënnale van Venetië geldt als een grimmige editie waar protesten domineren. Toch zijn er volop optimistische landententoonstellingen, met meditatieve en spirituele kunst. Vaak zijn het autocratische regimes die zich daarmee presenteren, en met kunst een nationaal verhaal uitdragen.

Wit-Rusland heeft geen officieel paviljoen meer op de Biënnale. Wel is in de Chiesa di San Giovanni Evangelista de protesttentoonstelling ‘Official. Unofficial. Belarus’ van Wit-Russische kunstenaars die wegens artistieke onvrijheid zijn uitgeweken naar Londen en elders.

„Je mag ze aanraken hoor”, zegt een vriendelijke suppoost die haar hand op het paardenhoofd legt, „dan voel je de steppe.” We staan op de Biënnale van Venetië in het landenpaviljoen van Kazachstan, niet ver van hoofdlocatie de Arsenale, waar vier metershoge vilten paardenhoofden staan. Paarden horen bij de nomadische cultuur van Kazachstan, legt de suppoost uit, en hebben een speciale rol in de kosmologie. De installatie van Smaiyl Baialiyev leidt naar een groepstentoonstelling met Kazachse foto- en videokunst, die dient om de „culturele stem van Kazachstan op het wereldtoneel te versterken”, aldus de tekst erbij.

Het gaat over fragiliteit en over het verleden, gezondheidsschade door kernproeven uit de Sovjettijd, over het zachte verglijden van de tijd, de toekomst. Een videowerk toont de ‘minor kuis’, de kui is een traditionele muzikale compositie. „Moge onze hechte natie blijven bestaan”, zingt iemand, „moge mijn hemelsblauwe vlag trots en ongeschonden wapperen.”

Biënnale van Venetië Invloedrijkste internationale kunsttentoonstelling

De Biënnale van Venetië bestaat sinds 1895 en wordt gezien als de invloedrijkste internationale kunsttentoonstelling ter wereld. Iedere twee jaar presenteren landen in hun paviljoens in Venetië nieuwe kunst uit hun land, vandaar de bijnaam ‘Olympische Spelen van de kunst’. De Biënnale vindt dit jaar plaats van 9 mei t/m 22 november. Lees hier alle NRC-artikelen over de Biënnale van 2026.

Het ‘minor kuis’ knipoogt naar de Italiaanse hoofdexpositie In Minor Keys van curator Koyo Kouoh: de Biënnale bestaat altijd uit een internationaal toonaangevende tentoonstelling, die losstaat van wat er te zien is in de paviljoens van deelnemende landen – inmiddels honderd. Dat betekent een enorme verscheidenheid aan geschiedenissen en culturen, zowel geografisch als economisch en politiek.

Daar horen ook landen bij, zoals Kazachstan, die laag scoren op de democratie-index van The Economist,  een veel geciteerde maar ook bekritiseerde index, omdat die voorbij zou gaan aan nuance of analyse, de methodologie ondoorzichtig is, en er een westerse vooringenomenheid uit spreekt over wat democratie is. Op basis van onder meer politieke participatie en burgerlijke vrijheden onderscheidt die index volwaardige en onvolwaardige democratieën, hybride en autoritaire regimes – tot die laatste behoren Biënnale-deelnemers als Azerbeidzjan, Oezbekistan, Egypte, Haïti, Saoedi-Arabië en Pakistan, maar ook Cuba en Vietnam of, zeer laag scorend, Equatoriaal Guinea. Deze dictatuur debuteert dit jaar op de Biënnale met de groepstentoonstelling The Forest The Undergrowth, een ode aan het regenwoud als heilige plek waar spirituele groei mogelijk is; als metafoor voor het onderbewustzijn.

Ingetogen en meditatief

De kunst die deze  op de index laag scorende landen tentoonstellen is natuurlijk onvergelijkbaar, qua cultuur, historie en geografie, maar bij een aantal landen valt wel als gemene deler op hoe ingetogen en meditatief die is. Azerbeidzjan heeft een letterlijk zacht paviljoen, vol tapijten die poëtisch vervloeien in computerwerelden – het is een land met zowel mystieke tradities als technologisch onderzoek, is de onderliggende boodschap. Net zo vriendelijk is het zintuiglijke zandpaviljoen van Oman. Door over het woestijnzand te lopen, activeren bezoekers de ‘zinah’; zacht tinkelende zilveren sieraden voor paarden: de woestijn als filosofische ruimte voor introspectie. ‘Walk slowly’, staat er, ‘Listen’. Het enige land dat niet heeft meegekregen dat bombastische propaganda uit de mode is, is Kirgizië, dat buiten op het pleintje voor het paviljoen een reusachtig standbeeld van een centaur neerzet.

Natuur, spiritualiteit en introspectie zijn in de mode – waarmee zowel In Minor Keys als de landenpaviljoens zich distantiëren van het westers modernistische vooruitgangsdenken: weg van de geglobaliseerde economie van de kolonisatoren, terug naar inheemse en voorouderlijke kennis, het herstellen van tradities. Deze thema’s zie je in de meeste paviljoens van het mondiale zuiden ofwel ‘majority world’. ‘Laten we een eind maken aan de verhalen over het continent die door anderen zijn geschreven’, stond op het tekstbord in de openingsceremonie van het Kameroense paviljoen, een ode aan een overleden landgenoot, hoofdcurator Koyo Kouoh. De expositie verwijst naar wonden uit het verleden en mogelijke genezing.

Nadruk op de geschiedenis

Die terugkerende nadruk op de geschiedenis loopt als een rode draad door veel paviljoens, soms ingepast in scheppingsverhalen vol nationale trots. De Haïtiaanse schilder Enock Placide vertegenwoordigt zijn land met schilderijen van landschappen en de kosmos en dan, plotsklaps, een vlammend ruiterportret van een militaire aanvoerder. Het is de veldslag van Vertieres: die leidde in 1803 tot de Haïtiaanse onafhankelijkheid. „Een bloedige maar roemrijke militaire campagne [waardoor] de eerste zwarte republiek van het westelijk halfrond wordt geboren”, meldt een tekst ernaast. „Een trots moment in de wereldgeschiedenis.”

Ook het communistische Cuba brengt nationale trots vanuit historisch besef, via een solopresentatie van Roberto Diago: Hombres Libres. Van sloophout en oude schoenen maakt Diago sculpturale mensenhoofden, een ode aan de Marrons die streden tegen slavernij. Het gaat over hoe mensen elkaar helpen, hoe je van ontberingen kunst kunt maken en zo armoede overwint. „Elk onderdeel van Hombres libres is in de huid van het huidige Cuba gegrift. De verschillende elementen getuigen van de veerkracht van het land.”

Sommige landen agenderen actuele boodschappen rond oorlog of klimaat. Zo wijdt Oezbekistan het paviljoen aan de klimaatramp van het opdrogende Aralmeer, ontstaan door irrigatiemissers in de Sovjettijd. Een ernstig probleem in toch weer een aaibare uitwerking: een grote zoutberg en zandvormpjes om in te spelen, leuk, als op het strand.

Het paviljoen van Oman.

Het paviljoen van Qatar.

Het paviljoen van Cuba.

Het Russische paviljoen.

Europa als buitenbeentje

Al met al blijft de Biënnale een ouderwetse wereldtentoonstelling, waarin élk land zichzelf etaleert via kunst. Het zijn eigenlijk alleen de Europese landen die zich profileren met schurende kritische kunst, zoals het een democratie betaamt (wat in feite natuurlijk óók politieke pr is). Die afwijkende thematiek maakt hen dit keer de buitenbeentjes en laat zien dat we nu in een andere politieke werkelijkheid leven dan in 1895, toen de Biënnale begon. De eurocentrische opzet van de landenpaviljoens destijds weerspiegelde het groeiende nationalisme, dat daarna leidde tot wereldoorlogen en kolonialisme – reden dat Europa de laatste jaren nogal worstelt met die opzet. Het was daarom dat veel Europese paviljoens deze eeuw expliciet internationale groepstentoonstellingen brachten: gastvrij, grenzen doorbrekend, als daad tegen het benauwend nationalisme – symbolisch dan, het harde immigratiebeleid bleef.

Dit jaar brengen de Europese paviljoens weer vooral kunstenaars uit eigen land. Wie toch een gastvrije internationale groepstentoonstelling wil zien, kan terecht bij bijvoorbeeld Qatar. Dit autocratische regime, bij het WK voetbal in 2022 bekritiseerd wegens mensenrechtenschendingen, gaat binnenkort een paviljoen bouwen op de hoofdlocatie Giardini, waarvan iedereen dacht dat die volgebouwd was – Zuid-Korea had in 1995 als laatste een taartvormig smal hoekje gekregen. Maar Qatar krijgt er, na een donatie van 50 miljoen euro aan Venetië, een fikse ruimte, afgesnoept van het centrale pleintje. In een tijdelijk fuchsiaroze paviljoen van de wereldberoemde Thaise Rirkrit Tiravanija, bekend om zijn ontmoetingskunst met maaltijden, brengt het koks en kunstenaars samen. Thema: gastvrijheid. Dat Qatar zichzelf als gastvrij land presenteert, lukt hier dankzij de soft power van kunst. En van 50 miljoen euro.

Die culturele diplomatie blijkt succesvol – er is nauwelijks protest. Dat lukt niet iedereen. De vredig uitziende waterinstallatie in het paviljoen van Israël en het Russische paviljoen, gevuld met bloemstukken, waren het decor voor luide demonstraties. Ook was er veel schrik over de monddode kunst van de VS, die op de democratie-index van The Economist naar nummer 34 daalde, naar de categorie ‘onvolwaardige democratie’. Plotsklaps vaardigden de VS via Trumps Mar-a-Lago-kringen niets-aan-de-hand-abstracte-sculpturen van ovalen en spaghetti-vormen op pootjes af. Deze artistieke leegte, is dat wat autocratisering het Westen kan brengen? Is het censuur, kan dit Europa ook gebeuren?

Echte censuur

Er is maar één expositie die echt laat zien wat censuur betekent. Wit-Rusland, het meest repressieve regime van Europa, heeft sinds 2019 geen officieel landenpaviljoen meer. Wel is er, in een afgehuurde kerk, de protesttentoonstelling Official. Unofficial. Belarus, van Wit-Russische kunstenaars die wegens artistieke onvrijheid zijn uitgeweken naar Londen en elders.

Met grimmige schilderijen van bivakmutsen en mishandelde lichamen is het een gitzwarte tentoonstelling. Uit een geluidsinstallatie weerklinken schrijnende getuigenissen van Wit-Russische politieke gevangenen, uitgesproken door bekende acteurs als Gillian Anderson en Stephen Fry. Een gigantisch kruisbeeld is opgebouwd uit surveillancecamera’s die ook in een biechthok hangen – dit gaat over Wit-Rusland maar geldt ook als waarschuwing aan andere landen. Censuur, repressie, het kan overal gebeuren.

Uit een zijkapel doemt een reusachtige bal op: samengesteld uit driehonderd in Wit-Rusland verboden boeken. Daar gaat het om: als je enkel toegestane literatuur of kunst kent, hoe mooi ook, weet je niet wat er níét is. Of, zoals de Wit-Russische auteur Alhierd Baharavich in zijn verboden boek Dogs of Europe schreef: de meest angstaanjagende gevangenis, is de gevangenis die niemand meer opmerkt.

Het paviljoen van Azerbeidzjan.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next