is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Eigenlijk had ik niet gedacht nog zo teleurgesteld te kunnen zijn om het verloop van een partijtje voetbal. Die tijd was toch wel voorbij, sinds de schoppartij van Oranje in 2006 tegen Portugal of de vermaledijde finale van 2010 tegen Spanje.
Maar nee, de teleurstelling overviel me opnieuw, als wat oudere man: om de totale nikserigheid van het spel tegen Marokko, om de verkwanseling van ideeën. Kijk, wij zijn Nederland; wij zijn allang geen gidsland meer in voetbal, het zij gezegd, maar om dan meteen alle principes overboord te gooien gaat te ver. Het is beter om op je eigen manier te verliezen dan een ander slecht te imiteren.
Nee, ook bij winst was het niks geweest, al had het schijngeluk van de volgende ronde dan iets goedgemaakt. Wij Nederlanders willen iets zien in voetbal. Ja, misschien geldt dat alleen – of vooral – voor de oudere generatie. Maar mocht dat zo zijn, dan heeft die oudere generatie de mogelijkheid de geschiedenis over te dragen, zoals dat ook voor andere activiteiten in andere takken van de samenleving geldt.
We zullen en mogen best eens verliezen, maar we gaan onze ziel niet verkopen aan de grote gemene deler van het resultaatvoetbal.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ronald Koeman is opgestapt, na wat zo ongeveer de onmachtigste wedstrijd van Oranje in jaren moet zijn geweest. Hij was al naar huis geschreven voordat de brief op de mat lag, bij wijze van spreken. Natuurlijk heeft dat vertrek ook een triest element, zeker op persoonlijk vlak.
Koeman heeft me vaak ontroerd. Gewoon, omdat hij een fijne kerel is. Door die rode konen en zijn ondeugende blik. Door zijn klasse. Dat was al zo toen hij nog voetbalde, tijdens mijn eerste buitenlandse reis als verslaggever. In 1988, in hotel Graf Zeppelin in Stuttgart, toen de pers nog ergens bij mocht zijn; na de zege in de finale van de Europa Cup I met PSV. Met bravoure liep hij in de polonaise, met die grote beker.
Toen ik bij de Volkskrant kwam, sprak hij niet met de krant, na een onwelgevallig stuk van een collega. Dat kwam ook weer goed.
Ronald Koeman is een familiemens, zorgzaam voor zijn zieke vrouw. Hij is een karakter met op de ene dag soms bijtend cynische trekjes, terwijl hij een dag later tot tranen toe is geroerd om een benutte strafschop van zijn zoon, met Telstar tegen Volendam.
Maar wat in Monterrey gebeurde sloeg alles. Dat is trouwens ook de leidende spelers aan te rekenen, of Cruijff-adept Wim Jonk, want ook deze assistent stond dit kansloze voetbal toe.
Maar goed, anderzijds: het is voetbal, het is ook maar een spel. Te lang boos of geërgerd zijn is tijdverspilling. Toen ik met Martijn Krabbendam, mijn kritische en onderkoeld grappige collega van Voetbal International en reisgenoot tijdens het WK, een taxi aanhield in de stoffige straten van Monterrey, bleek de chauffeur een oude rocker, gezegend met een mondje Engels.
Zodra hij hoorde dat we op de achterbank zachtjes meezongen met Otherside van de Red Hot Chili Peppers, ging hij los. Op weg naar het hotel voor truckers waar we verzeild waren geraakt, zongen drie mannen voluit mee. Otherside, naar de overkant. Naar huis, in dit geval.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant