is natuurkundige en oud-politicus.
De ledenvergadering van JA21 afgelopen zaterdag in Ede was waarschijnlijk de warmste politieke bijeenkomst ooit. Terwijl de temperatuur in de zaal de 40 graden naderde en het zweet over de ruggen van de aanwezigen gutste, hekelde partijleider Joost Eerdmans in zijn speech de ‘klimaatsubsidies’ van de overheid. Stop toch met die onzin, riep hij.
De toehoorders klapten hun bezwete handen stuk. Een politieke partij die dolenthousiast het klimaatbeleid ten grave draagt terwijl het land gebukt gaat onder de langste hittegolf in de Nederlandse geschiedenis, aantoonbaar het gevolg van een snel opwarmende aarde. Wij, verstandige, verantwoordelijke mensen, schudden op zo’n moment meewarig het hoofd. Toch?
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar in plaats van ergernis over zoveel onnozelheid, zouden we ons beter kunnen afvragen waarom een groeiende groep Nederlanders het klimaatbeleid afwijst terwijl de gevolgen van klimaatverandering ons inmiddels dagelijks op de huid branden. Over kiezers die tegen hun eigen belang stemmen zijn ingewikkelde verhandelingen geschreven, waarin vaak de woorden ‘irrationeel’ en ‘populisme’ vallen. Maar in het geval van klimaatverandering is het antwoord ontluisterend eenvoudig. Mensen stemmen niet tegen hun belang, ons klimaatbeleid is niet in hun belang.
Klimaatbeleid betekent verandering. De energietransitie waarmee we onze CO2-uitstoot drastisch willen verminderen, gooit ons hele leven overhoop. De manier waarop we rijden, verwarmen, koken en eten. Onze economie en dus de beschikbare werkgelegenheid. Wat we afrekenen aan de pomp en betalen aan het energiebedrijf. Grootschalige veranderingen in onze samenleving zijn, zoals voorgaande industriële revoluties hebben aangetoond, inherent darwinistisch van aard. Een snel wendbare elite profiteert van nieuwe mogelijkheden. Anderen kunnen geen warmtepomp aanschaffen en springen niet soepeltjes vanuit hun verdwenen baan naar een nieuwe. Zij moeten zich maar zien te redden. Industriële revoluties kunnen een samenleving verscheuren.
Dat de verduurzaming onze samenleving is binnengekomen via een rijke bovenlaag is onvermijdelijk en in zekere zin zelfs wenselijk. Via die route ontstond er een markt voor zonnepanelen en elektrische auto’s, waarmee onze economie een noodzakelijke start heeft gemaakt met de afbouw van fossiele brandstoffen. De bijbehorende overdracht van overheidssubsidies naar de koopkrachtigsten onder ons is in dat licht te verdedigen. Tijdelijk.
En daar gaat het dus mis. Het duurt veel te lang voordat gezinnen met een normaal, laat staan een laag inkomen, de vruchten van de energietransitie kunnen plukken. Zij betalen intussen wel de extra belastingen op de fossiele consumptie, maar ontberen de middelen om over te stappen op de gesubsidieerde warmtepompen en inductiekookplaten. Trickle-down transition bestaat net zo min als trickle-down economics. Het vergt actief overheidsbeleid om een rechtvaardige energietransitie te realiseren.
Dat beleid bestaat. Wie wil zien hoe het eruitziet, kan bijvoorbeeld naar Leeuwarden reizen. Daar zijn in 2019 in een van de armste buurten van Nederland, de Wielenpôlle, alle 132 sociale huurwoningen zodanig goed geïsoleerd en van zonnepanelen voorzien dat ze netto geen energie meer gebruiken. De verandering die dat betekent voor het leven van de bewoners gaat veel verder dan de financiële verlichting. Na jarenlang leven in een tochtig jarenzestighuis betekent de nul-op-de-meterwoning een sprong in de nieuwe eeuw. De renovatie heeft duurzaamheid, maar vooral optimisme en perspectief gebracht in de voormalige probleembuurt. En wat met de woningen van Wielenpôlle kan, kan ook met auto’s. Een sociaal leasefonds kan elektrische auto’s beschikbaar maken tegen dezelfde maandlasten als een tweede- of derdehands Volkswagen. Frankrijk doet dit al, met groot succes.
Nederland heeft genoeg geld om dit rechtvaardige klimaatbeleid te financieren. Het Europese Emissiehandelssysteem wordt vanaf volgend jaar uitgebreid, gas en benzine worden duurder, waardoor alleen al tot 2030 meer dan 8 miljard euro de Nederlandse staatskas binnenstroomt. Betaald door ons allemaal, inclusief de mensen met een kleine portemonnee. Dat is genoeg geld om 250 duizend huurwoningen te renoveren zoals in Leeuwarden. Stel je eens voor wat zo’n aanpak zou opleveren. Voor het klimaat, maar vooral voor het draagvlak voor klimaatbeleid. De Nederlandse overheid heeft er helaas voor gekozen om het extra geld in te gaan zetten ter dekking van andere behoeften. Hoeveel warmer moet het nog worden?
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant