Home

Opinie: Vrede in het Midden-Oosten? Het dak kan elk moment opnieuw instorten

Voor Israël en de VS is militair optreden opgehouden een uitzonderlijke maatregel te zijn, of een laatste redmiddel: in deze landen is nu sprake van een oorlogscultuur. Vooral in het Midden-Oosten valt dat te merken, stelt Shirin Khuzestani.

Begin jaren vijftig schreef de Duits-Joodse denker Hannah Arendt iets in een brief aan filosoof Karl Jaspers dat me steeds is bijgebleven. ‘Ik voel me altijd ongemakkelijk zodra het erop lijkt dat er geen oorlog zal komen’, bekende ze, ‘omdat ik er op de een of andere manier van overtuigd ben dat oorlog uitbreekt wanneer we die het minst verwachten.’ Ze schreef dit op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, gekweld door de mogelijkheid van een catastrofale Derde Wereldoorlog.

Wat zij beschreef was geen paranoia. Het was de toestand van iemand die door bittere ervaring had geleerd dat geweld niet verdwijnt wanneer het stopt. Het wacht simpelweg af. Arendt schreef die woorden zeventig jaar geleden, vanuit de veilige omgeving van New York. Maar in het Midden-Oosten zijn deze woorden geen filosofie. Ze zijn het dagelijks leven.

Over de auteur
Shirin Khuzestani woont in Teheran. Om redenen van veiligheid kan zij niet onder haar eigen naam publiceren; haar echte naam en identiteit is bekend bij de hoofdredactie.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Ik denk de laatste tijd vaak aan die zin. Niet vanwege de Koude Oorlog, maar vanwege de huidige levensomstandigheden in het Midden-Oosten. De voorbije weken hielden Iran en de VS zich bezig met het sluiten van een akkoord dat het einde van de oorlog met Iran in 2026 zou moeten markeren. Maar kenners van de geschiedenis van het Midden-Oosten weten dat deze regio dergelijke staakt-het-vurens en onherroepelijke tijdlijnen al talloze keren heeft meegemaakt. Daarom kijken zij nooit met naïef optimisme naar zulke tijdelijke vredesmomenten. Wat dit alles verklaart, is de oorlogscultuur.

Diepgewortelde culturen

Oorlogscultuur wordt vaak omschreven als oorlog tussen culturen. De oorlog tussen Israël en Palestina kan niet worden begrepen buiten zijn culturele wortels om. Op een bepaald niveau is dit een oorlog tussen twee oude en diepgewortelde beschavingen, het jodendom en de islam, die elk eeuwen van geschiedenis, herinnering en aanspraak op hetzelfde land met zich meedragen. Het conflict begon niet met een militaire beslissing. Het begon met identiteit, met verbondenheid, met de vraag wie het recht heeft om waar te bestaan.

Die diepte maakt het conflict zo ongevoelig voor de staakt-het-vurens en diplomatieke tijdschema’s die buitenlandse mogendheden telkens opnieuw voorstellen en weer laten varen.

Maar oorlog-als-cultuur heeft in deze regio nog een tweede betekenis, en misschien is die nog verontrustender. Voor Israël en de Verenigde Staten is militair optreden opgehouden een uitzonderlijke maatregel te zijn, een laatste redmiddel, een antwoord op een specifieke dreiging. Het is een genormaliseerde gang van zaken geworden. Een reflex. Een culturele daad. Oorlog is de manier geworden waarop zij reageren op alles wat zich verzet tegen hun wil in deze regio: elke regering, elke beweging, elk land dat weigert zich te schikken naar hun visie op hoe het Midden-Oosten eruit zou moeten zien. Iran, Libanon, Gaza, Irak – de doelwitten veranderen, maar de logica blijft dezelfde.

Het verband tussen oorlog en cultuur is door veel wetenschappers bestudeerd.

Genormaliseerd

En helaas lijkt het Midden-Oosten inmiddels een regio te zijn geworden waarin oorlog onmiskenbaar een culturele praktijk is geworden: geproduceerd, genormaliseerd en in stand gehouden door Israël en de VS als hun vaste manier van opereren in het Midden-Oosten. Dat is wat het huidige staakt-het-vuren zo ontmoedigend maakt voor mensen die deze regio goed kennen. Het is niet een stap richting vrede. Het is een onderbreking, een pauze binnen een oorlog die nooit echt is geëindigd, voortgebracht door een cultuur die nooit serieus ter discussie is gesteld.

Oorlog als cultuur is geen eenzijdig fenomeen. De grote spelers – Israël, de VS en Iran – hebben alle drie oorlog en de dreiging van oorlog ontwikkeld tot een genormaliseerd instrument van regionale invloed. Het staakt-het-vuren maakt de verwachtingen niet waar, niet omdat één partij onoprecht zou zijn, maar omdat alle drie opereren binnen een cultuur waarin conflict de primaire taal van de macht is.

Arendts ongemak ging niet over een specifieke bom of een specifieke vijand. Het ging over de structuur van de situatie zelf. Een structuur die ons laat zien dat zodra geweld eenmaal deel is geworden van de horizon van mogelijkheden, het nooit volledig verdwijnt. ‘Dit moment van anticipatie’, schreef ze, ‘is als de kalmte die neerdaalt nadat alle hoop is gestorven.’

Ingekorte plannen

Dat is wat mensen in het Midden-Oosten vandaag beleven. Geen paniek, geen wanhoop – het is iets stillers en moeilijker te benoemen. Een kalmte die geen vrede is. Een gewoon leven dat stilletjes en zonder drama is heringericht rond de permanente mogelijkheid van oorlog. Plannen worden ingekort. De toekomst nauwer. De horizon, ooit open, eindigt nu waar het volgende conflict zou kunnen beginnen.

De normalisering van oorlog is voor mij geen abstract concept; het is het weefsel van mijn eigen biografie. Mijn ervaring met oorlogscultuur gaat terug tot mijn geboorte in de jaren tachtig, tijdens de oorlog tussen Iran en Irak. Ik heb elk conflict dat daarop volgde meegemaakt: de Amerikaanse aanvallen, de sancties, de proxy-oorlogen (van Hamas en Hezbollah, red.), de raketbeschietingen over en weer. Ik groeide op met oorlog als permanente achtergrondsituatie. Die opgedane kennis verlaat je niet. Ik draag haar nog steeds met me mee. Ik droeg haar bij me terwijl ik in Nederland woonde. En ik draag haar nu met me mee hier in Teheran.

En zo zijn er veel Iraniërs zoals ik. Mensen die misschien je vriend, je buur, je collega of je familielid zijn in Nederland. Mensen die ogenschijnlijk gesetteld zijn, die werken, bijdragen aan de samenleving en een leven opbouwen. Mensen die overal behoren tot de best geïntegreerde migranten. Maar die stilletjes het gewicht meedragen van een horizon die nooit volledig open wordt.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next