Home

Grapperhaus zette met grote tegenzin handtekening onder avondklok, maar vindt het achteraf wel ‘het goede besluit’

Binnen het kabinet leefden grote bezwaren tegen invoering van de avondklok. Ook oud-minister van Justitie Ferdinand Grapperhaus wilde er aanvankelijk niet aan, zei hij woensdag in zijn verhoor tegenover de parlementaire enquêtecommissie corona.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.

Dat zei Grapperhaus woensdag in een bij vlagen emotioneel maar ook stevig verhoor tegenover de parlementaire enquêtecommissie corona, waarin het vooral ging over de invoering van de avondklok. In het dossier speelt de CDA’er een cruciale rol. Hij was als minister van Justitie en Veiligheid immers direct verantwoordelijk voor de stevige maatregelen die tijdens de pandemie werden ingesteld om het aantal besmettingen in toom te houden en te voorkomen dat de zorg overbelast zou raken.

Dat viel hem met name zwaar toen het aankwam op het instellen van de avondklok, omdat het een flinke inperking van de grondrechten betekende. Dat bleek toen Grapperhaus werd gevraagd naar zijn reactie op de eerste keer dat de maatregel in een advies van het Outbreak Management Team (OMT) opdook, toen in het najaar van 2020 de besmettingen flink opliepen. ‘Dat kwam neer op mijn handtekening, en daar had ik geen zin in’, zei Grapperhaus zichtbaar geëmotioneerd.

Hij bleef zich aanvankelijk verzetten tegen de maatregel. ‘Ik heb een paar keer in september, oktober ook wel duidelijk gemaakt: dit gaan we niet doen.’ De oud-minister stelde zich toen ‘terughoudend op’. ‘De pan was nog niet leeg geschraapt’, zei hij, verwijzend naar eventuele minder vergaande maatregelen.

De situatie veranderde

Maar naarmate de situatie veranderde, verschoof langzamerhand Grapperhaus’ standpunt. Dat kwam vooral door de advisering van het OMT, die erop wees dat er varianten van het coronavirus rondgingen die veel besmettelijker waren dan de eerdere variant. ‘Er moet meer gebeuren’, was de boodschap van de experts volgens de oud-minister.

Daarmee was het nog geen uitgemaakte zaak dat de avondklok er kwam. Zo wilde Grapperhaus dat de medische noodzaak duidelijk was, dat de maatregel ‘doelmatig’ was, oftewel daadwerkelijk werkte, en dat die niet ‘tot een enorme ellende in de handhaving’ zou leiden. De argumentatie waarmee het OMT de maatregel aanvankelijk onderbouwde, vond Grapperhaus ‘niet om over naar huis te schrijven’. Met name de effectiviteit bleek daar onvoldoende uit. ‘Ik vond dat niet een sterk en overtuigend advies.’

Omdat hij wel doordrongen was van de medische noodzaak van extra maatregelen, vroeg Grapperhaus daarop aan OMT-voorzitter Jaap van Dissel om met een nieuw advies te komen. Daaruit kwam naar voren dat het reproductiegetal, het aantal mensen dat gemiddeld door één besmet persoon wordt aangestoken, met 8 tot 13 procent zou dalen. Dat was ‘duidelijk’ en ‘ondubbelzinnig’ en voor Grapperhaus ‘voldoende rechtvaardiging’.

Met rug tegen de muur

In die periode ging Grapperhaus ook in gesprek met zijn toenmalige collega’s Kajsa Ollongren en Wouter Koolmees (beiden D66). Zij hadden binnen het kabinet grote bezwaren tegen de avondklok. ‘Ik vond dat ik met hen speciaal er nog even doorheen moest lopen’, zei Grapperhaus. Volgens de oud-minister wisten zij goed dat ‘ik het zelf ook erg lastig vond’. Tegelijk stond het kabinet op dat moment ‘epidemiologisch met de rug tegen de muur’. Zij legden zich uiteindelijk neer bij het besluit.

Er waren volgens Grapperhaus ook kabinetsleden die juist groot voorstander waren van de avondklok en vonden dat ‘dit de enige uitweg was’. Maar ondanks meermaals aandringen van commissielid Songül Mutluer, die de oud-minister eraan herinnerde dat hij onder ede stond, gaf hij geen namen. ‘Ik ga hier niet tegenover u meer herinneringen produceren dan ik eigenlijk heb.’

Gevraagd naar de duur van de avondklok, die uiteindelijk ruim drie maanden zou gelden, werd Grapperhaus emotioneel toen hij sprak over mensen die in die periode ‘vereenzaamden’. Met name kwetsbare mensen, zoals daklozen, waren toen ‘echt verschrikkelijk de pineut’. Als hij bij het instellen ervan had geweten dat de maatregel zo lang zou duren, had hij er nog meer reserves gehad.

Toch zei Grapperhaus dat hij ‘met de kennis van nu’ vindt dat het kabinet ‘het goede besluit’ heeft genomen. Hoewel er door verschillende getuigen eerder twijfels werden geuit over de effectiviteit had de avondklok volgens de oud-minister wel degelijk een aanzienlijk effect op het aantal besmettingen. ‘Hoe pijnlijk ook.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next