Home

De toenemende spanning tussen broer en zus wordt in ‘The Good Sister’ met verraderlijk zachte hand gefilmd

The Good Sister roept de vraag op wat ervoor nodig is om het vertrouwde, ingesleten beeld van een naaste drastisch te herijken.

schrijft voor de Volkskrant over film.

Het sleutelmoment in het krachtig gearticuleerde The Good Sister bestaat uit niet meer dan een vluchtige blik. Een heel kort moment, midden in de nacht, als Rose vanuit de keuken toekijkt hoe een onbekende jonge vrouw wat schichtig de slaapkamer van haar oudere broer Sam verlaat en de buitendeur achter zich dichttrekt.

Even daarvoor hoorde ze gestommel en gekreun vanuit Sams kamer, maar ze werd óók uit haar slaap gehouden door de lekkende kraan in de keuken. Ze hebben het er niet over, de volgende dag. Het leven gaat verder.

Dat verandert wanneer Rose, vol overtuigende vertwijfeling gespeeld door Marie Bloching, in dit speelfilmdebuut van de Duitse regisseur en scenarist Sarah Miro Fischer (1993), een brief krijgt waarin ze wordt opgeroepen als getuige van de verkrachting waarvan Sam wordt verdacht. In shock schiet ze tijdens het eerste verhoor in de ontkenning. Ze heeft die nacht niets gezien of gehoord, dit moet een vergissing zijn, et cetera.

Bijkans symbiotisch

Vóór die allesveranderende nacht schetst Fischer de verhouding tussen Rose en Sam behendig als bijkans symbiotisch. In de openingsscène belt ze midden in de nacht bij hem aan nadat haar relatie is verbroken en even later slapen ze samen in zijn bed, zij met haar hoofd bij zijn voeten. Tijdens een hike neemt hij haar op zijn rug, zowat als een geliefde. ‘Iemand zei eens dat je alleen op de wereld komt en de wereld alleen weer verlaat, maar diegene had waarschijnlijk geen broers of zussen’, zegt Rose op een gegeven moment.

Subtiel laat Fischer overigens dan ook al zien hoe voorzichtig een jonge vrouw dient te manoeuvreren in een wereld die, zeker ’s nachts, maar al te vaak aan mannen is voorbehouden.

Ná die nacht tikt Fischer kleine, definitievere barstjes in de symbiose – al kan dit ook interpretatie zijn, want ze blijft de toenemende spanning in haar broeder-zusterportret slim met verraderlijk zachte hand filmen. Schuilt er ongemak in haar ogen nu hij tijdens het tandenpoetsen in stilte even een hand op haar schouder legt? De camera van Selma von Polheim Gravesen lijkt haar opeens steeds iets meer naar de randen van het filmkader te duwen – alsof de muren langzaam op haar afkomen. Plotseling is ze ook driftig in de weer om die vermaledijde lekkende kraan te repareren.

Drastisch herijken

The Good Sister roept de vraag op wat ervoor nodig is om het vertrouwde, ingesleten beeld van een naaste drastisch te herijken. Lang houdt Fischer elke vorm van uitleggerig goed-fout- of zwart-witdenken op afstand. Moraliteit kan zich zomaar manifesteren als een moeras waar je in een oogwenk tot aan je nek in staat, laat de film zien.

Dat The Good Sister zich op het allerlaatst toch expliciet ontpopt als oproep om het juiste te doen, kan als teleurstellend worden opgevat door kijkers die zelf graag tot zo’n conclusie komen. Tegelijk geeft die slokakte aan dat het Fischer menens is. Dit verhaal is in haar ogen duidelijk te belangrijk en urgent om in verzachtende grijstinten te blijven hangen.

Drama

★★★★☆

Regie Sarah Miro Fischer
Met Marie Bloching, Anton Weil, Proschat Madani, Laura Balzer, Jane Chirwa
96 min, in 42 zalen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next