In China is woensdag een controversiële wet ingegaan die de etnische eenheid van het land moet bevorderen. Maar volgens critici ontneemt de wet vooral rechten van minderheidsgroepen. "Ze worden gereduceerd tot hun lokale keuken en volksdans."
Tijdens de populaire televisieshow op Chinese staatstelevisie naar aanleiding van het Chinese Nieuwjaar stalen dit jaar niet alleen dansende robots de show. Er was ook het gebruikelijke segment met de etnische minderheden van het land. Deelnemers mochten zingen, dansen en hun traditionele klederdracht laten zien.
Ook tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het Nationale Volkscongres was er opvallend veel kleur in Peking. De uitbundige klederdracht van vertegenwoordigers uit onder meer Tibet en Xinjiang contrasteerde met die van de Han-Chinezen, die steevast in pak komen. Han-Chinezen zijn met 90 procent van de Chinese bevolking de grootste etnische groep.
Het zijn taferelen die doen vermoeden dat de 55 minderheidsgroepen in China hun eigenheid kunnen vieren. De praktijk is heel anders. Dat bewijst een nieuwe wet die vandaag van kracht gaat. Die moet ervoor zorgen dat minderheden zich verder gaan assimileren en zich meer gedragen als Han-Chinezen.
De 'Wet ter verbetering van de Etnische Eenheid en Vooruitgang' stelt onder meer Mandarijn verplicht in scholen. Lokale tradities moeten ook een 'creatieve transformatie' ondergaan, zodat ze beter aansluiten bij het Chinese patriottisme. Kortom: de eigen cultuur moet steeds meer plaatsmaken voor die van de Han-Chinezen.
Bekende minderheden zijn de Oeigoeren en Tibetanen, maar er zijn tal van andere groepen zoals de Zhuang en de Miao in het zuiden van China en de Mongolen in het noorden. In totaal gaat het om ongeveer 125 miljoen inwoners van China.
De verhouding van Peking met de minderheden in het land is erg dubbel, stelt Floris Harm. Hij is directeur van het Leiden Asia Centre. Enerzijds is de partij trots op hoe ze die minderheden heeft geholpen. Armoede en kindersterfte liepen fors terug in hun regio's en ze kregen moderne infrastructuur zoals snelle spoorverbindingen.
Maar tegelijkertijd heeft de partijleiding schrik van alles wat naar chaos, afscheiding of zelfbestuur neigt. "Niks mag de eenheid van het land in gevaar brengen", zegt Harm. In de praktijk willen de meeste Tibetanen of Oeigoeren helemaal niet afscheuren van China. "Ze willen hoogstens wat vrijheid om hun eigen identiteit te kunnen uiten", zegt Harm.
Tot voor de start van het nieuwe millennium konden minderheden in China grotendeels hun eigen religie beleven en kinderen onderwijzen in de eigen taal. Ze kregen sommige voordelen die Han-Chinezen juist niet hadden, zoals een vrijstelling van de eenkindpolitiek en privileges op vlak van hoger onderwijs.
Maar in diezelfde periode waren er incidenten die hebben geleid tot de aanscherping nu, stelt Aholi So. Hij is sinoloog verbonden aan de Universiteit Leiden. So verwijst onder meer naar aanslagen in de regio Xinjiang. "Dat bepaalde de koers richting een een strenger beleid. Beleidsmakers gingen overal spoken gingen zien."
Onder Xi Jinping versnelde die trend alleen maar. Die nieuwe wet is daar het sluitstuk van. "Bestaande maatregelen rondom taal, religie en separatisme zijn nu in één groot stuk samengebracht", zegt So.
"Daarmee wordt de eigenheid van de minderheden zo klein mogelijk gemaakt", zegt Harm. "Ze worden dan gereduceerd tot de lokale keuken en volksdansen."
Een onderdeel uit de wet dat veel rechtengroepen doet steigeren is artikel 63. Dat stelt dat China ook buiten de eigen grenzen kan optreden. Ook iemand die in Nederland actie voert voor Tibet of Xinjiang is daarmee in theorie een doelwit.
"Daar word je zenuwachtig van", zegt Harm, "al is de vraag hoe ze het in de praktijk gaan uitvoeren." De directeur-Azië van rechtengroep Amnesty International laat per mail weten dat China ook nu al buiten de grenzen opereert. "China intimideert critici in het buitenland en bedreigt familieleden die nog wel in China zijn", schrijft ze.
Op de bijeenkomst van het Volkscongres in maart, waar de wet werd goedgekeurd, was van die ongerustheid niks te merken. 2.756 volksvertegenwoordigers stemden voor, slechts drie tegen. Ook de afgevaardigden van de minderheden zelf stemden voor. Dat verbaast niet in een congres waar wetten vaak unaniem worden aangenomen.
Of de 125 miljoen Chinezen die tot een minderheid behoren daadwerkelijk blij zijn, is maar de vraag. Dat valt in China lastig te achterhalen. So waarschuwt om het niet te zwart-wit te zien. "Sommigen zijn misschien blij om een rol te spelen in het bestaande toerisme", zegt hij. "Of om Mandarijn te leren en nieuwe werkmogelijkheden te hebben."
Maar in een minder rooskleurig scenario zijn de minderheden gedoemd om slechts een attractie te worden. En dat heeft niets meer te maken met het "vieren van verscheidenheid", stelt Brooks van Amnesty International. China dreigt dan een stuk saaier te worden: "met één enkele, door de staat gedefinieerde identiteit".
Source: Nu.nl algemeen