Hoewel protesten tegen azc’s vaak draaien om veiligheid, blijkt uit nieuw WODC-onderzoek dat maar 3 procent van de asielmigranten in opvanglocaties vorig jaar verdacht werd van een misdrijf. ‘Als je ook kijkt naar hun sociaal-economische situatie, dan is het aantal verdachten misschien lager dan je zou verwachten.’
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
Protesten tegen azc’s of noodopvang komen vaak voort uit angst voor onveiligheid. Het is een veelgehoorde vraag onder sceptische omwonenden: ‘Kan mijn dochter straks nog veilig over straat fietsen?’
Toch komen asielmigranten niet bovenmatig veel voor in de misdaadcijfers. Van de 112.745 mensen die vorig jaar in de (nood)opvang zaten, werd 3 procent aangemerkt als verdachte van een misdrijf. Zij werden 7.515 keer door de politie als verdachte geregistreerd. In 130 gevallen (1,7 procent) ging het om een seksueel delict. Er was 1.165 keer (16 procent) sprake van geweldssituaties als mishandeling, stalking of bedreiging. Het meest voorkomende misdrijf onder asielmigranten is winkeldiefstal (36 procent).
Dat blijkt uit cijfers die het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) vandaag publiceert, nadat de Tweede Kamer daar om had gevraagd. ‘Van alle asielmigranten is het dus echt een kleine minderheid die wordt verdacht van crimineel gedrag’, benadrukt onderzoeker Sanne Noyon op haar werkplek in Den Haag. ‘Maar de nuance in het debat is ver te zoeken.’
In totaal werden 3.270 asielmigranten 7.515 keer geregistreerd als verdachte van een misdrijf. Dat is toch niet weinig.
‘Dat hangt ervan af hoe je ernaar kijkt. Je wilt natuurlijk het liefst dat er geen criminaliteit is, maar dat is een illusie – er bestaat geen samenleving zonder criminaliteit. Over heel 2025 is het aantal verdachten onder de Nederlandse bevolking nog niet bekend, over 2024 wel. Dat jaar maakten asielmigranten 2,5 procent uit van alle verdachten die de politie in Nederland registreerde. Onder die verdachten ging het bij 16 procent om gewelds- en seksuele misdrijven en bij 15 procent om vernieling. Voor verdachten binnen de algemene Nederlandse bevolking waren die aandelen vergelijkbaar.
‘Bovendien worden de meeste seksuele misdrijven gepleegd door bekenden van het slachtoffer, zoals een familielid of ex-partner. Dus dat zijn doorgaans niet de asielmigranten. Het beeld dat je vaak hoort, dat zij allemaal verkrachters en moordenaars zijn, klopt dus feitelijk niet.’
Het aantal verdachten onder asielmigranten nam vorig jaar toe met bijna 300.
‘Ja, maar het aantal mensen in de opvanglocaties steeg tegelijkertijd met 7 procent. Al sinds 2019 is het percentage verdachten onder asielmigranten in de opvang constant (met 4 procent in 2019-2020 en 3 procent in 2021-2025, red.), terwijl het aantal personen in de opvang hard is gestegen. Bovendien zijn er nu veel meer noodopvanglocaties, waar de omstandigheden vaak niet zo optimaal zijn als het COA zou willen.
‘Daar komt bij dat het voornamelijk jonge mannen betreft, en die komen in elke samenleving vaker bij de politie in beeld vanwege crimineel gedrag. Als je ook kijkt naar hun sociaal-economische situatie, waarnaar eerder onderzoek is gedaan, dan is het aantal verdachten misschien lager dan je zou verwachten.’
Bij vermogensdelicten, vooral diefstal en inbraak, zijn asielmigranten oververtegenwoordigd vergeleken met het totaal in Nederland.
‘De politie registreerde over 2025 4.780 vermogensdelicten onder COA-bewoners. Dat zijn voor het overgrote deel winkeldiefstallen: zo’n 2.700. Verder gaat het om 375 gevallen van heling, 75 keer om valsheid en incidenteel om afpersing, bedrog en witwassen.
‘Wat betreft hun oververtegenwoordiging is het appels met peren vergelijken, want onder COA-bewoners zijn relatief veel mannen en jongvolwassenen tussen 18 en 29 jaar. In de asielopvang zitten relatief veel minder bejaarden, vrouwen en kinderen, die we in de samenleving natuurlijk veel meer hebben.
‘Bovendien hebben asielmigranten vaak veel meegemaakt. Daardoor spelen extra risicofactoren voor crimineel gedrag mee, zoals verslavingsproblematiek of schulden die ze hebben opgebouwd om hier te komen. Maar het blijft een kleine minderheid: verreweg de meeste asielmigranten plegen geen delicten.’
Van die 3.270 verdachten onder de asielmigranten is 21 procent minderjarig. Dat is een forse stijging.
‘Die cijfers zijn vergelijkbaar met 2024, maar in eerdere jaren was dat aandeel inderdaad een stuk lager. Wij hebben niet onderzocht hoe dat komt, maar we vinden het wel opvallend.’
Wat kan een mogelijke verklaring zijn?
‘Dit is ook de groep waaronder alleenstaande minderjarige vreemdelingen vallen. Zij komen hiernaartoe zonder ouders of iemand anders die de voogdij heeft. Het zijn vooral jongens, en het is sowieso een leeftijd waarop jongeren grenzen opzoeken.’
De factoren die u nu noemt golden ook in voorgaande jaren, en toch neemt het aantal minderjarige verdachten toe.
‘We kunnen het niet verklaren, we hebben geen causaal onderzoek gedaan. Wel zitten er nu meer mensen in de noodopvang. Er zijn noodopvanglocaties waar het prima gaat, maar ook locaties waar kinderen niet naar school kunnen, waar geen privacy is, en die eigenlijk niet op langdurige opvang zijn ingericht. Eerder hebben de Kinderombudsman en de Inspectie er al op gewezen dat die omstandigheden niet goed zijn voor kinderen. Het is een kwetsbare groep die goede begeleiding nodig heeft. Het is dus belangrijk om meer oog te hebben voor deze alleenstaande minderjarigen.’
Naast deze strafbare misdrijven maakt uw rapport gewag van 17.705 incidenten van agressie, dreiging of geweld in de opvanglocaties zelf.
‘Dit aantal is inclusief zelfdestructieve acties en dreiging met suïcide. Het gaat om incidenten die worden geregistreerd door het COA zelf, en dat zijn lang niet altijd strafbare feiten waaraan de politie te pas komt. In totaal was 6.220 keer sprake van fysiek geweld zoals slaan of schoppen, maar voor het grootste deel gaat het om schelden. Het COA legt bij incidenten doorgaans zelf een maatregel op. Dat kan variëren van een gesprek of waarschuwing tot inhouding van een vergoeding of plaatsing op een locatie met verhoogd toezicht, waar de betrokkenen moeten deelnemen aan een programma voor gedragsverbetering.
‘Dit zijn dus incidenten binnen de opvang; de gemiddelde Nederlander zal daar weinig of niets van merken. Het Arnhemse Bureau Beke doet veel onderzoek naar veiligheidsbeleving. Zij zien dat veel omwonenden zich zorgen maken over hun veiligheid als in de buurt een azc komt, maar dat die angst in de loop der tijd wegebt, omdat ze er meestal helemaal geen last van hebben.’
Een ander gevoelig punt in uw rapport is de oververtegenwoordiging van Afrikanen die betrokken zijn bij zulke incidenten. Hoe komt dat?
‘Het antwoord ligt niet in Afrika, er zijn ook Afrikaanse landen die juist weinig terugkomen in de overlastcijfers. Wat belangrijker is, is dat het vaak gaat om mensen die een lagere kans hebben op een verblijfsvergunning. Uit eerder onderzoek naar overlastgevende asielmigranten blijkt dat het label ‘kansarm’ veel doet met mensen. Ze gaan zich er soms naar gedragen: ik mag hier toch niet blijven, dus het maakt niet uit wat ik doe.
‘Ook door medebewoners worden ze soms anders behandeld dan mensen die kansrijk zijn. Sommige mensen noemen dat gelukszoekers. Maar het zijn vaak ook mensen die gewoon willen werken en geen andere manier hebben om naar een welvarend land te komen. Tegelijk geldt ook voor deze kansarme mensen dat de meerderheid niet betrokken is bij een incident of misdrijf.’
U zegt eigenlijk: het valt allemaal wel mee.
‘Er bestaat criminaliteit onder COA-bewoners, dat hoeven we niet te ontkennen. En het is begrijpelijk dat mensen daar bang voor zijn, zeker als je heftige verhalen hoort over moord of verkrachting. Maar de criminaliteit onder COA-bewoners heeft feitelijk niet de omvang die je zou verwachten als je naar alle berichtgeving kijkt. Wat misgaat haalt het nieuws, wat goed gaat, daar hoor je weinig over. Lokaal zie je ook grote verschillen. In Ter Apel, waar het aanmeldcentrum al jaren overvol zit, is het beeld heel anders dan op vele locaties waar heel weinig gebeurt.
‘We weten dat het COA kampt met grote capaciteitsproblemen. De organisatie heeft weinig bewegingsruimte, mede doordat sommige gemeenten terughoudend zijn om asielmigranten op te vangen. Door de hele tijd de nadruk te leggen op criminaliteit, wordt dat probleem alleen maar groter, zoals je ziet aan de reacties van mensen, met rellen en geweld, als ergens een opvangcentrum wordt geopend.
‘Omwonenden vragen zich af: kan mijn dochter nog wel veilig naar school fietsen? Zo’n vraag wordt beantwoord met veel emotie en weinig feiten. Ik hoop dat dit rapport bijdraagt aan een feitelijker debat. Als je kijkt naar het grote aantal asielmigranten in de opvang en de werkelijke cijfers van crimineel gedrag, zie je dat je voor het overgrote deel van deze mensen helemaal niet bang hoeft te zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant