Glen Matlock is ‘die gast van de Sex Pistols die niemand kent’, maar voor de band was de bassist een belangrijke creatieve kracht. Naar aanleiding van een nieuwe documentaire spreekt de Volkskrant hem over het prille begin van de beroemdste punkband ooit.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.
De Sex Pistols zónder frontman en blikvanger John ‘Rotten’ Lydon (70), dat is zoiets als The Police zonder Sting, toch? Niet zo vreemd dat de Pistols-tournee van dit jaar, met Frank Carter als zanger, veel minder aandacht krijgt dan eerdere reünies. Lydon vindt de Pistols in deze vorm ‘karaoke’ en ‘een kwaadaardige streek’.
Ze mogen het doen, de andere drie, want ze zijn originele bandleden: gitarist Steve Jones (70), drummer Paul Cook (69) en Glen Matlock (69), de bassist die nu vriendelijk naar ons zwaait via Zoom en zichzelf ook tijdens dít interview weer lachend zal aanduiden als ‘die gast van de Sex Pistols die niemand kent’.
Hij schreef een boek over zijn tijd met de Pistols, I Was a Teenage Sex Pistol (1990). Regisseur Nick Mead en producer Andre Relis maakten er, in samenwerking met Matlock, een documentaire met dezelfde titel van (2025). Die is nu te zien in Nederlandse zalen.
‘Ik hoefde weinig te doen’, zegt Matlock. ‘Ik heb ze toestemming en een interview gegeven. Ze hebben mooie beelden verzameld. Leuke film, toch?’
Zeker. Geen spectaculaire of vreselijk verrassende, maar wel een leuke en interessante film: het verhaal van de originele Pistols-bassist, die in 1975 in de Londense kledingboetiek Sex van de latere Pistols-manager Malcolm McLaren werkte – en daar Jones en Cook leerde kennen, die er als klanten kwamen.
Matlock werd eind februari 1977 opgevolgd door de bassist die een mythische figuur zou worden: de onhandelbare John Simon Ritchie, artiestennaam Sid Vicious, die in februari 1979 zou sterven aan een overdosis heroïne, 21 jaar oud.
Lydon en Jones zeggen dat Matlock uit de band werd gezet. Matlock zegt dat dat onzin is: ‘Bollocks. Ik stapte op omdat ik John (Lydon, red.) niet kon uitstaan. Ik was het gezeik zat.’
Zo miste Matlock de in het oog springende Europese tournees van 1977 en de beruchte ramptournee in de VS, maar hij schreef wel mee aan tien van de twaalf nummers op het klassieke, enige studioalbum Never Mind the Bollocks, Here’s the Sex Pistols (1977).
Hij nam ze vanaf juli 1976 op met de band (die versies met Matlock zouden eind 1977 verschijnen op het bootlegalbum Spunk), maar ná die opnamen sleepten de Pistols een platencontract bij EMI in de wacht en namen ze alles opnieuw op. Helemaal aan het begin van dat proces verliet Matlock de band, zodat hij op het album maar in één liedje als bassist te horen is (Anarchy in the U.K.). In de meeste andere songs horen we gitarist Steve Jones op bas. Matlock krijgt wel zijn songschrijverscredit.
Anarchy in the U.K., God Save the Queen, Glen Matlock is er medesongschrijver van. Het meest ‘van hem’ is Pretty Vacant. In de documentaire zien we hem, op bas, het loopje spelen dat de openingsriff van Anarchy in the U.K. werd: hij verzon het, zegt hij.
‘Ik schreef het thuis, op een akoestische gitaar, want een elektrische had ik niet. Als bassist was ik vooral geïnspireerd door Ronnie Lane van de Faces. Steve en Paul waren ook Faces-fans. Die band lag ten grondslag aan wat wij deden. Punk werd al gauw snelle muziek, maar wij speelden helemaal niet zo snel. Het woord ‘punk’ bestond niet, we wilden gewoon hard rocken.’
Voor Rotten was provoceren de hoofdzaak. Jones en Cook hielden er ook wel van, maar vonden het vooral prachtig om het allemaal mee te maken. Matlock week af omdat het hem, meer dan de anderen, om de muziek te doen was.
‘Ik zou niet willen zeggen dat ik een goede muzikant was, iets beter dan de anderen hooguit, maar het ging me wel om de songs. Ik denk dat het ook daarom niet boterde tussen John en mij: voor hem was de chaos het belangrijkst.
‘Malcolm McLaren heeft na mijn vertrek beweerd dat ik uit de band was gezet omdat ik van The Beatles hield. Dat was onzin, en ook zo bedoeld, maar het verscheen als serieuze reden in de pers en heeft me lang achtervolgd. Dat heeft me wel dwarsgezeten.’
Matlock maakte nog net het eerste buitenlandse reisje in januari 1977 mee: optredens in Rotterdam (De Lantaren, 5 januari) en Amsterdam (Paradiso, 6 en 7 januari). Nederland meende het nieuwe punkfenomeen in een pril stadium te hebben gestrikt, maar in werkelijkheid viel de groep al bijna uiteen na een turbulent jaar in eigen land, met eindeloos veel mediaophef: schuttingtaal tijdens tv-interviews, beledigingen aan het adres van het koningshuis.
‘In Amsterdam konden John en ik elkaar al niet meer luchten en voelde ik me er nauwelijks nog deel van. Ik herinner me dat we ons hotel binnenliepen (het Wiechmann Hotel, red.) en men ons liet weten dat er voor ons gebeld was. Het was een journalist van een Engelse krant, die onze reactie wilde op het feit dat EMI ons had ontslagen. Dat nieuws bereikte ons in Amsterdam.
‘We deden ook een tv-opname voor een programma dat Rock Circus heette (bijna goed, het was Disco Circus van Tros, red.). The Three Degrees en Golden Earring speelden ook.’
Een dikke maand later was Matlock ex-Pistol en verscheen Sid Vicious ten tonele. Matlock kende hem: ze waren min of meer buren. ‘Geen echte vrienden, maar we kenden elkaar. Aardige gozer. Ik heb er niet erg mee gezeten dat hij mijn plek innam. En ik vind het ook niet erg dat ik de Sid-periode van de Pistols gemist heb.’
Zijn muzikale carrière na de Pistols typeert Matlock als een loopbaan van ‘veel ups, veel downs’, maar hij bleef wel bezig: hij had eigen bands (Rich Kids deed het aardig), speelde met Johnny Thunders, trad op met Primal Scream en Iggy Pop, speelde de partijen van zijn idool Ronnie Lane tijdens de Faces-reünie in 2010 en was in 2022 tourbassist van Blondie.
En hij werd weer Sex Pistol, liep binnen dankzij de grote Filthy Lucre-reünie van 1996 en alle reünietournees daarna: 2002-2003, 2007-2008 en, zonder Lydon, 2024 tot nu.
‘Mijn relatie met John Lydon was nog steeds slecht. De ergernis en het wantrouwen zijn altijd gebleven, maar we besloten die opzij te schuiven. Dat lukt wel als je businessclass vliegt en een eigen kamer in een mooi hotel hebt. Als je elke dag samen in een rammelend bestelbusje zit, met je kont op de apparatuur, is dat lastiger.’
In de tijd van het bestelbusje was Matlock een belangrijke creatieve kracht van de beroemdste punkband ooit.
‘We waren zelfs even vrienden’, glimlacht Matlock. ‘In 1975, gedurende een week of twee.’
Documentaire
★★★☆☆
Regie Nick Mead
102 min., in 35 zalen.
Regisseur Julien Temple maakte een Pistols-trilogie. De bij elkaar gefantaseerde parodiedocumentaire The Great Rock ‘n’ Roll Swindle (1980), verteld vanuit het perspectief van manager Malcolm McLaren, werd gevolgd door de beste Pistols-docu The Filth and the Fury (2000). Een documentaire annex concertfilm over de herenigde Pistols, There’ll Always Be an England (2008), completeerde het drieluik.
Tijdens en kort na de Sex Pistols-jaren verschenen The Punk Rock Movie van Don Letts (1978) en D.O.A. (1980). Informatief is Classic Albums: Never Mind the Bollocks, Here’s the Sex Pistols (2003), over het enige officiële album.
In de mooie speelfilm Sid and Nancy (Alex Cox, 1986), over de turbulente liefdesrelatie van Sid Vicious en Nancy Spungen, komt Vicious’ voorganger Matlock niet voor. Spungen werd in oktober 1978 doodgestoken; Vicious werd verdacht, maar de zaak is nooit opgelost. Vier maanden later stierf Vicious aan een overdosis. ‘Sid heeft haar niet vermoord’, zegt Matlock stellig.
Pistol (2022) is een zesdelige biopic-miniserie van Danny Boyle over de band, vanuit het perspectief van gitarist Steve Jones. Alle bandleden vinden de serie in strijd met de waarheid, en ronduit vreselijk, ieder om zijn eigen redenen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant