Niet eerder waren de oceanen in juni zo heet als nu, concluderen steeds meer klimaatcentra. Vooral rond Europa zinderen de zeeën nog na van de hittegolf van vorige week. Dat belooft niet veel goeds: het is een aanwijzing dat Europa de komende tijd meer extremen kan verwachten.
is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Wat is er precies aan de hand?
Niet eerder waren de oceanen in juni zo heet als nu, aldus twee belangrijke klimaatdiensten op woensdagochtend. Dat is iets te stellig: het gaat alleen om de bovenste laag van de oceanen. Volgens Amerikaanse metingen schommelt de temperatuur al maanden rond de recordcijfers van 2024.
Maar los van de details: het staat buiten kijf dat de bovenste laag van de oceanen gemiddeld ongewoon heet is. Die gemiddelde temperatuur bedraagt nu tegen of net op de 21 graden. Terwijl het langjarig klimaatgemiddelde op 20,33 graden ligt, meer dan een halve graad lager.
‘Ik schrik daar toch van’, zegt oceaanwetenschapper Gert-Jan Reichart (NIOZ). ‘Je ziet deze temperatuur ineens erg hoog worden. Ik maak me daar wel serieus zorgen over.’
Waar komt al die oceaanwarmte ineens vandaan?
De huidige warmte ‘werd verwacht’, stelt het Europese klimaatcentrum Copernicus in een persbericht. Ten eerste is er El Niño, die zich momenteel voor de kust van Peru, Chili en Ecuador ontwikkelt. Die duwt het gemiddelde omhoog. In de nasleep van de zinderende Europese hitte van vorige week gloeien ook de oceanen rondom Europa nog na.
Het grotere plaatje is raadselachtiger. In 2023 werd de bovenlaag van de wereldzeeën ineens haast een halve graad warmer. Sindsdien is die warmte niet meer verdwenen. Misschien is er sprake van een onvoorziene herschikking van de warmere en koudere oceaanlagen, denken sommigen.
Of wellicht valt er domweg meer zonlicht op zee, door subtiele veranderingen in bewolking, of doordat de scheepvaart minder zon-afremmende vervuiling is gaan uitstoten. ‘Maar bij mijn weten hebben we de definitieve verklaring nog niet gevonden’, zegt Reichart.
Waarom zijn experts zo ongerust?
Een warmere bovenlaag van de oceanen betekent: meer energie. Die kan worden opgeschept door stormen, zorgen voor meer verdamping en dus voor hevigere buien, en minder verkoeling brengen in landen die grenzen aan zee. Warmer oceaanwater kan ook gevolgen hebben voor het zeeleven, zoals ondiepe koralen.
En dan moet de grote klapper nog komen ook: de naderende El Niño. ‘Gezien de huidige zeewatertemperaturen en het feit dat El Niño in aantocht is, zullen er de komende maanden waarschijnlijk nog meer temperatuurrecords sneuvelen’, aldus onderzoeksdirecteur Carlo Buontempo van Copernicus.
En nu?
Het heeft er alles van weg dat Europa bepaald niet af is van de extremen in hitte en neerslag. Verwacht hete tijden, vol records en extreme weergebeurtenissen – niet alleen op land, maar ook op zee.
Volgens sommige metingen is El Niño, met een temperatuurstijging van 1,79 graden aan het zeeoppervlak, nu al ‘sterk’ – terwijl El Niño’s eigenlijk pas rond Kerstmis op hun warmst zijn. Intussen stelt het ene na het andere klimaatinstituut zijn verwachtingen bij: mogelijk is de zwaarste El Niño sinds zo’n 150 jaar op komst, bovenop de opwarming van de aarde.
Dat kan zorgen voor extreme droogtes en bosbranden, vooral in Indonesië en Australië, extreme hitte in India, oogstproblemen in landen die rijst produceren, maar ook overstromingen in de VS.
En het hittereservoir van de oceanen stuwt de gemiddelde wereldtemperatuur verder op. Volgens een analyse van klimaatcentrum Berkeley Earth wordt 2026 het tweede jaar waarin de gemiddelde wereldtemperatuur de 1,5 graad opwarming overschrijdt, de grens waaronder de wereld wilde blijven.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Source: Volkskrant