Na 23 jaar neemt directeur en choreograaf Ted Brandsen (67) afscheid van Het Nationale Ballet. Jarenlang zette hij zich in voor jong talent en bracht hij het verouderde denken over exotische en onderdanige (vrouwen)rollen in ballet aan het schuiven.
schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.
Voor het eerst in 23 jaar heeft Ted Brandsen (67) een generale repetitie gemist. Woensdagavond mocht hij niet bij de laatste oefening zijn van het Ballet Gala, dat Het Nationale Ballet (HNB) donderdag in Amsterdam presenteert. Voor zijn afscheid als directeur is het programma waarmee hij donderdagavond in het bijzijn van koning Willem-Alexander en koningin Máxima wordt uitgezwaaid, stiekem voorbereid door zijn opvolger Ernst Meisner (44). Of er nóg een onderscheiding volgt, naast de vijf die hij deze eeuw al ontving, is ook geheim.
Brandsen presenteert zelf twee fragmenten uit eigen choreografieën: een pas de deux uit zijn avondvullende Mata Hari (2016) en het duet Replay (2014), dat hij twaalf jaar geleden maakte voor Igone de Jongh en Vito Mazzeo. Drie jaar later zou de bekende soliste onverwacht het gezelschap verlaten – met een aantal verwijten richting Brandsen, zo bleek later uit haar biografie.
Inmiddels is het contact tussen Brandsen en De Jongh hersteld. ‘Soms is het forceren van een conflict de enige manier waarop een topdanser een danscarrière kan beëindigen. Je moet breken met wat je 24/7 doet, binnen een groep die voelt als familie’, zo vat hij een van de weinige pijnpunten uit zijn directeurschap samen.
Brandsen neemt zonder frictie afscheid; de wet bepaalt dat hij door zijn pensioengerechtigde leeftijd moet stoppen als directeur van een gesubsidieerd gezelschap. Daarmee verliest HNB dit seizoen zijn derde boegbeeld, na het vertrek van Rachel Beaujean (67) en het overlijden van huischoreograaf Hans van Manen (1932-2025).
Brandsen is een van de beste directeuren die Nederlands grootste klassieke balletgezelschap in 65 jaar heeft gehad. Of zoals Van Manen speechte bij Brandsens tienjarig leiderschapsjubileum: ‘Ik heb veel directeuren meegemaakt, maar bij Ted zie ik dat directeurschap een talent is.’
Bij zijn aantreden in 2003 (in 2002 werd hij adjunct) trof Brandsen een gezelschap in crisis, na het woelige, bekritiseerde leiderschap van voorganger Wayne Eagling. Brandsen – die pas op zijn 18de begon aan een balletopleiding en in 1991 na tien jaar als balletdanser bij HNB stopte om te gaan choreograferen – zei daarover: ‘Ik heb te vaak gezien hoe je een gezelschap niet moet leiden.’ In Perth, waar hij van 1998 tot 2002 het West Australian Ballet leidde, ontdekte hij bij aankomst dat het gezelschap bankroet was. Brandsen wist er weer een zelfverzekerde club van te maken, geliefd bij sponsors, publiek en overheden.
Bij HNB leerde hij dansers om te praten en voor zichzelf op te komen, geen vanzelfsprekendheid in de hiërarchische omgeving van een klassiek gezelschap met rangen en promoties. ‘Ben je ongelukkig wanneer je niet bent gecast, kom naar mij toe. Praten is beter dan kniezen in de kleedkamer’, zei hij vijf jaar geleden.
Hij creëerde saamhorigheid en zorgde dat alle dansers, van het corps de ballet tot stersolisten, zich gezien voelden. Daarom ziet hij ook na premières bijna iedere uitvoering, met tweede, derde en vierde cast.
Brandsen richtte in 2013 met de Nationale Balletacademie de Junior Company op, om een brug te slaan tussen de opleiding en de veeleisende praktijk. Een groot aantal juniors groeide door tot solist, zoals Timothy van Poucke, Jessica Xuan, Riho Sakamoto en Joseph Massarelli.
Met zijn keuze voor een breed repertoire – opgepoetste klassiekers en kassuccessen naast vernieuwing en risicovol avontuur – bepaalde hij een frisse mix aan dansers: lyrisch met lange lijnen naast atletisch en sportief. Talent herkennen betekent bij Brandsen voorbij fysieke schoonheid kijken.
Bovendien probeerde hij iets te doen aan het gebrek aan vrouwelijke choreografen in klassiek ballet. Hij gaf meermaals opdrachten aan choreografen als Annabelle Lopez Ochoa, Milena Sidorova, Wubkje Kuindersma en Kirsten Wicklund en haalde rijzende sterren als de Amerikaanse Rena Butler en het Britse duo Jessica Wright en Morgann Runacre-Temple naar Amsterdam.
Als zijn rechterhand ontwikkelde Rachel Beaujean zich tot choreografisch expert in het vernieuwen van beroemde balletklassiekers als Raymonda (2022) en La Bayadère (2026). Daarbij durfden ze samen pijnpunten te bevragen in stereotypering van personages en achterhaalde clichés in machts- en man-vrouwverhoudingen. Ook al duurde het jaren, met experts van buiten zetten ze veranderingsprocessen door.
Dieptepunten waren er ook, zoals het onverwachte overlijden van schrijver en tekenaar Sieb Posthuma (1960-2014), met wie Brandsen de publiekshit Coppélia (2008) maakte, van de 29-jarige soliste Michaela DePrince (1995-2024) en van de 93-jarige Van Manen, een van zijn beste vrienden, collega’s en leermeesters.
Tijdens het creatieproces van Mata Hari (2016) verbrak levenspartner en vaste kostuumontwerper François-Noël Cherpin na 26 jaar hun relatie. Datzelfde jaar werd zijn zus terminaal ziek. Maar Brandsen besloot zijn rijbewijs te halen en chauffeerde trouw zijn zus naar het ziekenhuis. Hij stortte zich in Mata Hari op zijn feestelijke choreografische handtekening onder het motto ‘leuk werk helpt je door rotperiodes heen’.
Zijn appartement in Amsterdam gaat na de zomer in de verkoop. Brandsen vertrekt naar zijn huis in Portugal. ‘Ik woon vlak bij Nationale Opera & Ballet. Het lijkt mij goed even uit de buurt te blijven. Afscheid nemen blijft verdrietig. Ik wil daar niet elke dag aan worden herinnerd. Bovendien wachten elders weer spannende avonturen. En in 2028 kom ik hier weer Coppélia instuderen.’
• Vertrouwen geven is vertrouwen krijgen, leerde hij van zijn ouders in Amstelveen. Zij hebben zijn keuze altijd gesteund om als gymnasiast een toekomst met universitaire studie in te ruilen voor een onzeker bestaan met balletopleiding.
• Teds jongere broer Bob werkte veertig jaar lang in hetzelfde gebouw. Eerst in de horeca, daarna bij de toneeldienst en tot slot als hoofd Techniek & Productie bij Nationale Opera & Ballet. Sinds januari is hij interim bij Opera Ballet Vlaanderen.
• Brandsen stimuleerde de zeggingskracht van klassiek ballet niet met meer technische extremen, maar met grotere emotionele thema’s: liefde versus dood, goed versus kwaad, jeugd versus ouderdom.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant