Home

Nu dacht ik, laat ik eens een anekdote oplepelen om te laten zien dat voetballers vroeger nog zichzelf durfden te zijn

Een eerlijk antwoord (Marokko) op een ogenschijnlijk onschuldige vraag (ben je voor Nederland of Marokko?) en je bent de zondebok van een deel van Nederland. Het overkwam Ibrahim Afellay. Ik vroeg me af of de wereld ook te klein geweest zou zijn als Ibrahim een andere voornaam had gehad (Jens ofzo), een andere achternaam (iets als Pedersen) en een andere achtergrond (Deens, om maar iets te noemen).

‘Walgelijke reacties op accounts Summerville, Kluivert en Timber’, meldde FunX een paar dagen later op Instagram. ‘Racistische beledigingen na gemiste penalty’s.’ ‘En dan verbaasd zijn dat ze een ander land kiezen’, stond er fijntjes onder als commentaar.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Klik hier om een nieuwe paragraaf te starten

Misschien heeft Brian Brobbey daarom kort antwoorden op slappe vragen tot zijn specialiteit gemaakt.
Hoe schat jij de kans voor Nederland in?
Goed.
Geen twijfel?
Nee.

Nu dacht ik, laat ik ook eens een anekdote oplepelen om te laten zien dat vroeger alles beter was en voetballers nog zichzelf durfden te zijn.

Een jaar of vijftien geleden sprak ik Patrick Kluivert voor een interview in Esquire. Dat kon toen nog, (oud-)voetballers interviewen, gewoon, een-op-een. Kluivert was net opgenomen in de technische staf van NEC.

We zouden elkaar treffen bij Stadion De Goffert, waar op dat moment, om tien uur ’s ochtends, niets te beleven bleek.

Mijn telefoon ging.
‘Hoi. Met Patrick. Ben je er al?’
‘Ik kom net aanrijden.’
‘De training gaat niet door.’
‘O. En nu? Waar ben jij?’
‘Ik ben nog thuis. In Laren.’
‘Dat meen je niet!’
‘Nee. Dat meen ik niet. Woehaha!’

De auto van de assistent-trainer bleek drie plaatsen verderop geparkeerd.

‘Hoi. Ik ben Patrick. Wat zullen we doen? Er is hier nu niets te beleven. Ik denk dat we naar het centrum moeten rijden.’

Ik stapte bij hem in de auto en we reden naar winkelcentrum de Molenpoort Passage, waar we via Bristol, Kruidvat en Brain Wash in eetcafé Poort van Nijmegen terechtkwamen.

De eigenaresse van De Poort vroeg aan Patrick Kluivert of hij Patrick Kluivert was.

‘Nee’, zei Kluivert, ‘ik ben Patrick Kluivert niet. Maar ik hoor wel vaker dat ik op hem lijk.’

‘Zie je wel’, mompelde ze. ‘Arie’, riep ze, ‘zie je nou wel, hij is het niet hoor.’

Kluivert vroeg hoeveel kinderen ik heb.

‘Jongens, meisjes? Ik heb alleen maar jongens. Quincy, Justin, Ruben en Shane. En stiefzoon Nino en stiefdochter Demi. Waar woon je?’

‘In Amsterdam, op IJburg.’

‘Leuk man! Bij dat strandje! Daar kom ik regelmatig langs met de boot.’

Dat het leuk is om op IJburg te wonen had nog nooit iemand tegen me gezegd.

Pierre van Hooijdonk vond in NOS WK Avond dat antwoord geven op vragen gewoon bij je werk als voetballer hoort. Daar ben ik het mee eens, maar toch vind ik het in het grimmige clickbaittijdperk te makkelijk gezegd.

Ik verzon een list: als de gesprekken aan de tv-tafels nu eerst eens wat vaker over voetbal zouden gaan, en minder over emoties? Over tactische analyses bijvoorbeeld, want dát er tactisch iets wordt omgezet tijdens de drinkpauzes ziet iedereen, maar wát dan precies, blijft in het midden. Behalve als Imke Courtois of Leonne Stentler aan tafel zitten trouwens.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next