Home

Opinie: Venezuela heeft een overheid nodig die burgers beschermt vóór de volgende ramp toeslaat

Het waren burgers die het voortouw namen bij het reddingswerk na de natuurramp die Venezuela afgelopen week trof. Dat zegt alles over de huidige staat van het land, stelt oud-correspondent Fred Pals.

Toen ik de eerste beelden zag van de verwoesting in Venezuela, gingen mijn gedachten niet alleen uit naar de slachtoffers van vandaag. Ik was zelf in één klap terug in december 1999 toen enorme modderstromen van de bergrug Ávila afkwamen en complete kustplaatsen wegvaagden.

Samen met een verslaggever van Associated Press liep ik destijds dagen na de ramp over het strand naar Carmen de Uria, een kustplaatsje op ongeveer een uur afstand van Caracas. Wegen waren verdwenen. Bruggen weggeslagen. Huizen van de hellingen geveegd. Lichamen lagen verspreid over straten en in woningen, een massagraf onder een stralend blauwe hemel. De penetrante geur van de dood – opgezwollen lichamen midden op straat, al dagen blootgesteld aan hitte en zon – is iets wat je nooit meer vergeet.

De ramp van 1999 werd veroorzaakt door dagenlange stortregens. De huidige tragedie, in exact hetzelfde gebied, betreft twee kolossale aardbevingen binnen één minuut. De overeenkomst zit echter niet in de natuur, maar in wat zo’n catastrofe blootlegt over de manier waarop een land wordt bestuurd, of beter gezegd eigenlijk niet.

Over de auteur

Fred Pals is zelfstandig journalist en verbleef als correspondent in Caracas van 1998 tot 2004.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Natuur moet gehoorzamen

Begin december 1999 was door uitzonderlijke regenval al een noodtoestand afgekondigd in de staat Vargas. De bodem was verzadigd en het gevaar bekend. Toch stond voor president Hugo Chávez iets anders centraal: het referendum over zijn nieuwe grondwet. Op 15 december gingen de Venezolanen naar de stembus. De avond ervoor, toen de hevige regenval zich doorzette, werd Chávez gevraagd op een persconferentie of het niet beter was om het referendum op te schorten. Zijn antwoord was een citaat van Simón Bolívar: ‘Als de natuur zich verzet, zullen we tegen haar strijden en haar dwingen ons te gehoorzamen.’

De volgende dag kwamen de modderstromen vanuit de Ávila-bergrug met vernietigende kracht naar beneden. Terwijl een humanitaire ramp zich voltrok, bleef de politieke agenda leidend. De tragedie van Vargas en de geboorte van de Bolivariaanse Republiek vielen letterlijk samen op één dag. Het dodental is nooit officieel geregistreerd, maar de schattingen lopen uiteen van tien- tot dertigduizend doden, of zelfs meer.

Nu, juni 2026, zochten Venezolanen met blote handen naar overlevenden terwijl kustdorpen verkruimelden met flatgebouwen als in elkaar gedrukte kartonnen dozen. Het huidige drama legt opnieuw bloot wat de nasleep van Vargas al liet zien: een staat die structureel niet in staat is om zijn burgers te beschermen en te helpen tijdens crises van deze omvang.

Ideologie boven pragmatisme

Achteraf bezien was Vargas de eerste voorbode van de manier waarop het chavismo Venezuela zou besturen. De Venezolaanse strijdkrachten werden ingezet en de regering kwam in actie. Maar wat daarna gebeurde, bleek veelzeggender. De Verenigde Staten boden vrijwel onmiddellijk hulp aan met marineschepen, helikopters en militair personeel.

Chávez wantrouwde Amerikaanse militaire aanwezigheid en beperkte de omvang van hun inzet. Hij gaf de voorkeur aan Cubaanse en regionale hulp. Ideologie won het van pragmatisme. Nationale trots woog zwaarder dan een maximale internationale hulpoperatie.

De reactie op de Vargas-ramp markeerde het begin van een bestuursstijl waarin politieke symboliek belangrijker werd dan bestuurlijke slagkracht. Daarna stroomden honderden miljarden dollars aan olie-inkomsten het land binnen, tussen 2004 en 2014 alleen al naar schatting 700 miljard dollar. Venezuela had kunnen uitgroeien tot een van de welvarendste landen van Latijns-Amerika. In plaats daarvan volgden economische ineenstorting, institutionele uitholling, corruptie, repressie en de grootste vluchtelingenstroom die het continent in moderne tijden heeft gekend. De nationale schuld is inmiddels opgelopen tot 240 miljard dollar, volgens een recente berekening van de Financial Times.

Olie moet blijven stromen

Dat burgers in de eerste uren na de bevingen nu het voortouw namen, zegt misschien nog wel meer over de toestand van de staat dan over de ramp zelf. Terwijl inwoners met blote handen naar overlevenden zoeken, arriveren internationale reddingsteams om hulp te bieden, eerder nog dan lokale teams. Dat de VS nu hulp bieden, is geen verrassing meer: sinds de gevangenneming van Nicolás Maduro begin dit jaar staat Caracas feitelijk onder Amerikaanse curatele, en is hulp niet langer een politieke keuze van Venezolaanse zijde maar een gegeven. Ook de VS is er nu veel aan gelegen dat hulp snel op gang komt en de olie blijft stromen.

Humanitaire hulp mag nooit afhankelijk zijn van politieke voorkeur. Wie onder het puin ligt, heeft geen boodschap aan ideologie. Die heeft reddingswerkers, medicijnen, voedsel en onderdak nodig. Dat de internationale gemeenschap, inclusief de Verenigde Staten, nu helpt, is vanzelfsprekend en noodzakelijk.

Maar de wederopbouw mag niet stoppen zodra het puin is geruimd, zoals bij Carmen de Uria en andere getroffen plaatsen wel gebeurde. Venezuela heeft geen nieuwe ruïne nodig die over vijfentwintig jaar nog als litteken in het landschap ligt. Het heeft een overheid nodig die burgers beschermt vóór de volgende ramp toeslaat, niet pas erna.

Ik heb Carmen de Uria gezien toen de modder nog niet was opgedroogd. Ik hoop dat dit de laatste generatie Venezolanen is die moet meemaken hoe de natuur toeslaat en de overheid tekortschiet.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next