Lamine Yamal is een van de Spaanse sterspelers dit WK, maar krijgt online racistische haatberichten over zich heen. Volgens journalist Miquel Ramos botst zijn aanwezigheid in de selectie met het ‘identiteitsproject’ van extreemrechts Spanje.
schrijft voor de Volkskrant over sport en media. Daarvoor was hij nieuwsverslaggever.
Spanje is tien minuten bezig aan de tweede groepswedstrijd tegen Saoedi-Arabië als Lamine Yamal de 1-0 binnenglijdt. Om zijn eerste WK-doelpunt ooit te vieren, rent de aanvaller naar de cornervlag, waarna hij zijn teamgenoten omhelst. Als die weer zijn vertrokken, draait Yamal zich om naar het publiek, zakt hij op zijn knieën en wijst hij met zijn wijsvingers naar boven. Daaropvolgend maakt hij een diepe buiging naar voren waarbij zijn voorhoofd het gras raakt.
Hoewel de sujood (een islamitische gebedshouding) van de Spaanse sterspeler kon rekenen op waardering van de Saoedische fans op de tribunes, barstte op sociale media onmiddellijk de onlinehaat los. Zo verschenen er onder meer bewerkte afbeeldingen van Yamal in gebukte houding met een bord jamón ibérico of een groot christelijk kruis voor zijn neus, vergezeld van teksten als ‘een Moor kan geen Spanjaard zijn en zal dat ook nooit worden’. Andere fans deelden video’s waarin ze trots vertellen niet te hebben gejuicht voor zijn doelpunt.
De haatdragende berichten aan het adres van de 18-jarige Yamal zijn niet nieuw. Eerder dit WK ontstond er al ophef over zijn voetbalschoenen, met daarop de vlaggen van Marokko en Equatoriaal-Guinea. In deze landen zijn respectievelijk zijn vader en moeder geboren. Voor sommige Spanjaarden genoeg reden om zijn loyaliteit aan La Roja in twijfel te trekken, hoewel de voetballer in het verleden meermaals heeft gezegd met trots voor Spanje uit te komen.
Volgens de Spaanse journalist Miquel Ramos, die is gespecialiseerd in extreemrechtse bewegingen, zijn het stuk voor stuk aanwijzingen dat Yamal doelwit is geworden van een extreemrechtse haatcampagne. ‘Ze betwisten openlijk zijn vermogen om Spanje te vertegenwoordigen en stellen daarmee zijn Spaanse identiteit en recht op de Spaanse nationaliteit ter discussie’, zegt Ramos. ‘In de ogen van deze groep kan hij geen Spanjaard zijn vanwege zijn moslim- en migratieachtergrond, en omdat hij niet wit is. Daar komt nog bovenop dat hij Catalaans is.’
Ramos vervolgt dat Yamals aanwezigheid in de selectie indruist tegen het ‘identiteitsproject’ van extreemrechts Spanje. ‘Dit behelst een exclusieve visie op het land die geen diversiteit toelaat en uitgaat van een gesloten samenleving voor witte christenen die traditionele waarden omarmen.’ Dit komt voort uit een angst voor islamisering en de mogelijkheid dat de huidige Spaanse bevolking wordt vervangen door moslims. Een speler als Yamal in de selectie is voor deze groep mensen een teken aan de wand. Ramos: ‘Zij zien hem als een bedreiging, en ze zien het als hun plicht om de Spaanse identiteit te beschermen tegen ‘vreemde’ invloeden van buitenaf.’
Deze denkbeelden zijn niet los te zien van de ontstaansgeschiedenis van het huidige Spanje, dat na de reconquista op de islamitische bevolking in 1492 een katholiek koninkrijk werd. Het leidde tot de uitzetting van joden en de gedwongen bekering van de achtergebleven moslims. ‘Dit is het belangrijkste referentiepunt van de Spaanse identiteit voor extreemrechts’, legt Ramos uit; ook tijdens Franco’s dictatuur (1939-1975) werd teruggegrepen op dit vastomlijnde idee van Hispanidad. ‘Hun definitie van een Spanjaard is iemand die geen jood, moslim of zigeuner is, en niet afkomstig is uit de ‘periferie’, zoals de Catalanen of Basken.’
De ongemakkelijke verhouding tussen Yamal en het extreemrechtse deel van de Spaanse fanbase begon al ruim voor het WK. Twee maanden geleden klonken er tijdens een vriendschappelijke thuiswedstrijd van Spanje tegen Egypte al islamofobe spreekkoren op de tribunes. Hoewel ze misschien gericht waren aan de spelers van Egypte, voelde Yamal zich als moslim ook aangesproken en gekwetst, zo maakte hij achteraf via een Instagrambericht duidelijk. Daarin schreef hij de kreten ‘respectloos en onaanvaardbaar’ te vinden.
De xenofobe opmerkingen blijven niet beperkt tot de Spaanse selectie, blijkt uit een onderzoek van het Spaanse Observatorium voor Racisme en Xenofobie. Dat instituut heeft met behulp van AI het aantal haatzaaiende online uitingen in één Liga-seizoen bijgehouden. Lamine Yamal, uitkomend voor FC Barcelona, kreeg met 60 procent verreweg de meeste beledigingen te verduren, gevolgd door de voor Real Madrid spelende Vinícius Júnior met 29 procent. Andere voetballers die in het rapport worden genoemd zijn Kylian Mbappé, Alejandro Balde, Brahim Díaz en Iñaki Williams.
Hoewel racisme in het Spaanse voetbal altijd heeft bestaan, was er sprake van een opleving in de jaren tachtig en negentig. Dit werd mede veroorzaakt door de opkomst van de (extreemrechtse) ultra’s, maar ook door de toenemende immigratie naar Spanje. Voor die tijd was Spanje vooral een onderontwikkeld emigratieland. Hand in hand met de modernisering groeide het aantal immigranten uit met name Latijns-Amerika, Roemenië en Marokko. ‘De voetballers van nu zijn de kinderen van hen die in de jaren negentig en nul naar Spanje zijn gekomen’, licht Ramos toe.
Tegelijkertijd groeide ook het extreemrechtse geluid, dat decennialang in de marges was gebleven. In 2018 trad extreemrechts weer toe tot de Spaanse instituties, toen de politieke partij Vox twaalf zetels behaalde in het parlement van de autonome regio Andalusië. Sinds 2019 zijn ze zelfs de derde grootste partij van het land.
Naast politici bestaat er ook een legertje aan journalisten, opiniemakers en influencers die de xenofobe ideologie online verspreiden. ‘De groei van extreemrechts gaat snel en heeft een gewelddadig en haatdragend klimaat aangewakkerd, waarin van alle migrantengroepen vooral de Marokkanen het moeten ontgelden’, zegt Ramos. Door de gedeelde taal en religie kunnen latino’s rekenen op meer tolerantie.
Waar Yamal volgens Ramos voor extreemrechtse Spanjaarden ‘symbool staat voor de duivel’, benadrukt de journalist dat het overgrote deel van de Spanjaarden de jonge vleugelaanvaller toejuicht en steunt. ‘De haatzaaierij reikt over het algemeen niet verder dan de gebruikelijke echokamers. Als ik hier in Madrid de straat op ga, zie ik alleen maar shirtjes van Yamal.’ Hij denkt dat voor velen Yamal juist een uithangbord is van een Spanje en Europa dat diversiteit omarmt. ‘Zij zien geen tegenstrijdigheid wanneer een zoon van een Marokkaan die in Spanje is opgegroeid dat land vertegenwoordigt. Sterker nog, voor veel jongeren in het land is hij een groot voorbeeld.’
Ramos betwijfelt daarom of het extreemrechtse kamp er strategisch gezien juist aan heeft gedaan om Yamal tot de kop van Jut te maken. ‘Omdat het gaat om een belangrijk publiek persoon, krijgt de discussie over wie Spanjaard is en wie niet zo natuurlijk aandacht, wat in principe winst is voor hen. Maar het zou ook contraproductief kunnen uitpakken, omdat ze niet een of andere terrorist of boef willen uitsluiten, maar een nationale voetbalster. Het extreemrechtse kamp toont hiermee aan hoe gesloten en exclusief het is ten opzichte van de eigen bevolking.’
Tot slot is de boodschap van een homogeen Spanje lastig te verkondigen in een samenleving die behoorlijk divers is en zienderogen diverser wordt, denkt Ramos. ‘De realiteit laat zien dat waarin ze geloven een mythe is.’ Hoeveel Spanjaarden nog aan die mythe vasthouden, zal duidelijk worden bij de nationale verkiezingen volgend jaar mei. ‘Ook al winnen ze die verkiezingen, de diversiteit zullen ze niet kunnen uitroeien’, zegt Ramos. ‘Het enige wat ze kunnen, is angst en haat zaaien.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant