is televisierecensent voor de Volkskrant.
Acht jaar geleden leerde Angela Groothuizen Ketikoti kennen, al dacht ze destijds nog dat je het uitspreekt als ‘keetiekootie’. Woensdag presenteerde ze samen met Sosha Duysker Keti Koti: Reis door Nederland (Omroep Zwart). Ze sprak de naam van de feestdag, waarop de afschaffing van de slavernij wordt herdacht en gevierd, inmiddels probleemloos uit: ‘kittiekottie’. Duysker glimlachte trots.
Het was een vrolijke uitzending, met een opvallend Boer zoekt vrouw-achtig decor: veel molens, slootjes, koeien in weilanden. In een koddig Volkswagenbusje doorkruisten Duysker en Groothuizen dit vertrouwde Hollandse ideaalbeeld, waar het slavernijverleden ver weg kan lijken. Maar onderweg ontmoetten ze mensen die zich daarin juist wél verdiepen.
Historicus Jochem Sprenger bijvoorbeeld, telg van een rijke Zeeuwse familie die hypotheken verstrekte aan plantages. Na onderzoek kwam hij erachter dat een andere voorouder zelfs tot slaaf gemaakte mensen veilde op Curaçao. Hij besloot zijn familiegeschiedenis verder uit te pluizen. Niet omdat hij zich schuldig voelt. ‘Want ik heb dit niet gedaan’, benadrukte hij. ‘Maar ik voel me wel verantwoordelijk om te laten zien wat er is gebeurd. Het is de geschiedenis van ons allemaal.’
Ank de Vogel-Muntslag, afstammeling van zowel de ‘katoenbaron van Suriname’ als tot slaaf gemaakten, zei iets vergelijkbaars. Na vragen van haar kinderen dook ze in haar familiegeschiedenis. ‘Laat de doden’, was het advies van haar Surinaamse vader. Zij antwoordde: ‘Pap, het is niet dat ik mijn voorouders iets kwalijk neem. Maar ik wil wel alles weten. Ik wil weten waar ik vandaan kom.’
Samen met Vogel-Muntslag zocht Duysker haar achternaam op in het Nationaal Archief. Ze vond namen van zes tot slaaf gemaakten, onder wie een meisje, geboren in Afrika, dat op haar 12de als oppas werkte op een Surinaamse plantage. ‘Misschien heb ik daarom zo veel met kinderen’, zei Duysker. ‘Jeetje. Hoe meer je tegenkomt, hoe meer je wilt weten.’
Hoewel Groothuizen een minder persoonlijke relatie met het slavernijverleden heeft, was ze net zo betrokken. Enthousiast roerde ze in een pan funchi – het Antilliaanse ‘kleinkind’ van fufu, gemaakt met maismeel in plaats van cassave – en leerde ze over de culinaire inventiviteit van tot slaaf gemaakte mensen.
Even later zat het tweetal weer in een oer-Hollands landschap, de benen bungelend over een steiger. Groothuizen zei tegen Duysker dat ze als ‘witkop’ al veel had gelezen over de slavernij, maar dat ze inziet dat het slechts het topje van de ijsberg is, omdat er nog zo veel verhalen zijn. ‘En van de geschiedenis moet je leren’, concludeerde ze.
Een belangrijke boodschap, al lag die er in Keti Koti: Reis door Nederland soms wel erg dik bovenop. Gelukkig werkte de oprechte nieuwsgierigheid van de twee presentatoren aanstekelijk genoeg om daarmee weg te komen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant