Home

Liever had ik geschreven over hoe we oververhitting van de aarde kunnen stoppen

is wetenschapsjournalist.

Ik wil niet schrijven over de dood. Maar dan lees ik in een liveblog: ‘De Franse overheid (…) verwacht dat er komende week nog meer lichamen zullen worden ontdekt.’ Het ging over Parijs, waar tijdens de intense hittegolf een grote toename werd gezien van mensen die thuis overleden.

Journalist Sarah Wilson beschreef hoe dat was. Ze woont in een klein zolderappartement, onder zo’n iconisch zinken dak. Overdag is het daar 43 graden, ’s nachts 38. Elke avond struinde ze door de stad met haar laptop, op zoek naar een hotelfoyer of sportschool waar ze even kon afkoelen. ‘Ik zat in parken, m’n voeten in de fontein, en praatte met familie en vrienden in Australië tot het één uur ’s nachts was en het veilig(achtig) was om naar boven te gaan.’ Daar ging ze samen met haar beddengoed onder een koude douche staan, trok bevroren sokken aan en ging met twee ijsklompen in haar handen voor haar ventilator liggen. Na twee uur moest dat opnieuw, want dan was alles warm en droog.

Ze kan het navertellen, maar dat geldt niet voor iedereen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik wil niet schrijven over de dood. Maar tijdens de extreme hitte bleven mijn gedachten gaan naar het eerste hoofdstuk uit de roman The Ministry for the Future van Kim Stanley Robinson. Hij schrijft over een (nu nog fictieve) extreme hittegolf in Uttar Pradesh, India. Terwijl de temperatuur oploopt en de luchtvochtigheid hoog is, valt de stroom uit. Zonder airconditioning trekken mensen naar een meer, wanhopig op zoek naar verkoeling, maar het water blijkt net zo warm als de lucht.

‘Er waren veel, heel veel mensen in het meer, hun hoofden als stipjes boven het oppervlak van het water bij de oevers, en waar het waarschijnlijk dieper was, waren er nog steeds hoofden, mensen die half onder water lagen op geïmproviseerde vlotten van de een of andere soort. Maar niet al deze mensen waren nog in leven. Uit het oppervlak van het meer leek een soort zacht miasma op te rijzen, en nu kon de stank van de dood, van rottend vlees, worden opgemerkt door verbrande neusvleugels.’

‘Mensen gingen sneller dood dan ooit. Er was geen verkoeling te vinden. Alle kinderen waren dood, alle oude mensen waren dood. Mensen mompelden waar het schreeuwen van rouw had moeten zijn; zij die nog konden bewegen duwden lichamen uit het meer, of richting het midden waar ze dreven als boomstammen, of zonken.’

Ik wil niet schrijven over de dood. Maar India kende dit jaar al een verpletterende, vochtige hittegolf; onder andere in Uttar Pradesh, waar het in mei 48 graden was. Tijdens een hittegolf van vijf dagen sterven in India bijna 30 duizend mensen, berekenden onderzoekers onlangs. Wereldwijd gaan er elk jaar een half miljoen mensen dood door extreme hitte. Nu al.

Ik wil niet schrijven over de dood. Maar de dood schuilt achter verbroken temperatuurrecords, achter weerkaarten met zwartgrijze vlekken, achter nieuwsberichten met diagrammen waarvan de lijntjes onverbiddelijk omhoog kruipen waar de x-as zegt: 2030, 2040, 2050, 2100. De dood, dat is waar het over gaat wanneer wetenschappers steeds weer waarschuwen dat het overschrijden van de ‘veilige’ grens van 1,5 graad opwarming betekent dat we daarna niet meer veilig zijn. ‘Jaar na jaar geven we dezelfde quotes af in reactie op hitte-extremen die steeds hoger worden’, zei een getergde onderzoeker. ‘Ja, dit is klimaatverandering. Ja, het komt door ons. Nee, het is niet El Niño. Ja, we hebben de oplossingen, en nee, die voeren we niet snel genoeg door.’

Ik wil niet schrijven over de dood. Liever had ik geschreven over oplossingen. Over hoe we de oververhitting van de aarde kunnen stoppen en zelfs terugdraaien. Ik had willen schrijven over hoe politieke onwil in daadkracht verandert. Dat er een grote klimaatpersconferentie was geweest van Europese leiders. Dat de extreme hitte hen eindelijk wakker had geschud. Dat ze besloten om al die miljarden niet aan defensie uit te geven, maar aan het redden van het klimaat. Want het is nog niet te laat. En wir schaffen das. Maar helaas.

Dus schrijf ik over de dood. En lees ik deze ene alinea uit Robinsons roman steeds opnieuw. Een man ligt in dat meer, tussen de lijken. ‘De nacht verstreek. Alleen de felste sterren waren zichtbaar, wazige vlekken die boven zijn hoofd rondzwommen. Een maanloze nacht. Satellieten kwamen over, oost naar west, west naar oost, zelfs één noord naar zuid. Mensen keken toe, ze wisten wat er aan het gebeuren was. Ze wisten het, maar ze deden niets. Konden niets doen. Deden niets. Niets te doen, niets te zeggen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next