Home

Bij Koeman thuis kun je je er beter niet mee bemoeien

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Ik ben schrijver geworden, en geen bondscoach, omdat – ‘jij graag laat uit je bed komt’.

Tijdje zwijgen. Oké, nog een keer. Ik ben schrijver geworden, en geen bondscoach, omdat ik niet van pottenkijkers hou, van lieden die zich bemoeien met hoe ik de zaken aanpak, ergo: bazen, chefs, de directie, laat staan voetbalanalisten, de rest van Nederland, en een kerel zeker die Valentijn Driessen heet?

Uiteraard was er een bemoeidruppel nodig die de emmer deed overlopen. Ik werkte bij een uitgeverij, en moest die dag voor het triumviraat verschijnen. (Een triumviraat is een driemanschap van bazen. Bij die uitgeverij waren maar twee bazen, het was dus een tweemanstriumviraat, dat bestaat ook.)

Een man en een vrouw. Laatstgenoemde was overduidelijk de primus inter pares van het tweemanstriumvi–

‘Hee, jij hebt toch atheneum?’
‘Want?’
‘Praat gewoon je moerstaal, joh.’

Weer enige tijd zwijgen. Oké, van die twee had de vrouw overduidelijk de broek aan, ze zei tegen me: ‘Dag Peter, goedemorgen. Ben je helemaal uitgerust? Mooi zo. Zoals je weet zitten wij hier naast de grote trap’ – ze wees naar rechts, door de zogenaamd vriendelijk openstaande deur kon je inderdaad de brede trap zien. ‘Iedere ochtend tussen kwart over acht en half negen horen we daarop een heleboel voetstappen en zien we een peloton collega’s voorbijtrekken.’

Verbaasde me niks, er werkten ruim veertig man in hun tent. Dus knikte ik, en beeldde met mijn middel- en wijsvinger het beklimmen van de trap uit, mijn manier om te laten merken dat ik goed aan het luisteren was.

‘Vervolgens, Peter, wordt het muisstil, want iedereen is binnen en gaat hard aan het werk met de fraaie boeken die we uitgeven.’

‘Zeer fraaie boeken’, mompelde ik.

‘Maar dan, een kwartier nadat het stil is geworden, en soms zelfs wel twintig minuten erna, horen wij iedere ochtend’ – ze zette een wijsvinger aan haar oorlelletje – ‘de deur nog een extra keertje opengaan. En dan komt er iemand in zijn eentje de trap opgelopen.’

Ik knikte met getuite mond, en liet mijn vingers nogmaals een trap beklimmen.

‘En dat ben jij, Peter. Echt altijd jij.’ Ze knikte met opengesperde ogen naar me, alsof ik een jongetje was dat op zijn volgepoepte luier in een zandbak zat en zijn ijsje bij wijze van dip met een harde beuk in het zand had geramd en nu van zins leek om het zanderige resultaat toch nog gewoon te gaan oplikken. (Barokke vergelijking om ChatGPT dol te draaien.)

‘Daarom hebben Crycensio [fictieve naam, PB, echte naam bekend bij de redactie] en ik’ – ze wees naar haar mede-directeur, die bangig begon te knikken – ‘besloten dat jij voortaan als allereerste de trap op zal komen, dat wil zeggen drie kwartier vroeger dan vandaag. Hoe laat staat jouw wekker, Peter?’

‘Halfacht’, antwoordde ik, ‘een gepiep van jewelste. Maar dat is exclusief snoozen.’

Ze keek naar Crycensio. ‘Zei ik het niet? Hij snoost. Zeg jij het maar tegen hem.’

Crycensio, een lange, bleke man met een hoornen bril, schraapte zijn keel. ‘Peter’, zei hij, ‘voortaan zet jij je wekker om 06.45, dat is zegge kwart voor zeven. Dan mag je van ons nog één keertje snoozen, zolang wij jou maar iedere ochtend als allereerste langs ons kantoor zien komen lopen. Is dat duidelijk?’

Vrienden, precies op dat moment besloot ik schrijver te worden, en zeker geen bondscoach. Ik knikte niet naar Crycensio en de vrouw, maar stak mijn wijsvinger op, en liet het bovenste kootje, waarnaar ik keek, het knikken op zich nemen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next