is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Wie een echte automonteur wil opmonteren, moet met een oldtimer langskomen. Eindelijk weer een mogelijkheid om lekker te sleutelen of een klant blij te maken door in een handomdraai een kapotte koplamp te repareren met een H4-lampje van 6 euro. ‘In een handomdraai gepiept. Tientje’, zegt hij glimlachend over dat klusje.
Aan de nieuwste automodellen valt geen eer te behalen. Vaak zijn ze niet te repareren. En als dat wel mogelijk is, blijkt het peperduur.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Onlangs vertelde iemand dat ze in het weekeinde op een doorgaande weg ineens zag dat een van de koplampen van haar Honda Jazz het niet meer deed. De wegenwachthulp van de ANWB kwam verrassend snel langs. Hij was echter drie kwartier bezig het lampje te vervangen. Om dat te doen, moest hij het complete voorwiel demonteren.
Het kon erger, vertelde hij. Bij de nieuwe generatie auto’s met ledverlichting moet soms een complete module worden vervangen. Bij een eenvoudige auto kost zo’n module algauw 1.500 euro, exclusief montage. Voor luxere auto’s als BMW’s en Mercedessen kan dat voor en achter zelfs oplopen tot 15 duizend euro.
Als dat zo is, geldt een auto met een cataloguswaarde van 10 duizend euro al als economisch total loss. De reparatiekosten zijn hoger dan de dagwaarde. Het blad Autoweek schreef dat op grond van Duits en Frans onderzoek de ‘complexiteit van bepaalde verlichting automobilisten duur kan komen te staan’. Daarbij werden de namen genoemd van de Hyundai Tucson, Hyundai Kona en Kia EV6. ‘Zij rekenen tussen de 8.414 en 14.635 euro voor een complete set nieuwe ledlampen voor en achter. Alleen al een centrale lichtbalk voor de voorzijde van de nieuwe Hyundai Kona kost ruim 9 duizend euro.’
Eigenlijk mag dat niet. Het is in strijd met de reparatierichtlijn van de EU, die sinds 2024 van kracht is. Die houdt in dat apparaten in de EU te repareren moeten zijn, zodat verspilling wordt teruggedrongen.
Bij auto’s is reparatie deels al niet meer mogelijk. Een bumper vervangen na een botsing tegen een paaltje is een probleem. De bumper zit vol elektrische bedrading en sensoren die een integraal onderdeel vormen van de auto.
De autofabrikanten verdedigen zich met het argument dat de moderne ledverlichting niet stuk kan gaan. Maar blijkbaar zijn er uitzonderingen. De Bovag zegt dat er signalen zijn dat eigenaren van duurdere merken in zo’n geval besluiten de auto weg te doen. Dat hoeft echter niet te betekenen dat de auto meteen naar de sloop gaat. Die eindigt in de circulaire economie.
Fabrikanten van elektrische auto’s roepen vaak dat die minder onderhoud nodig hebben, omdat er minder bewegende onderdelen zijn. Maar juist de banden van deze auto’s kunnen sneller slijten. En als gevolg van regeneratief remmen kan zich ook andere slijtage voordoen.
Wie in de toekomst automonteur wil worden, heeft de kennis van een nerd nodig. Maar dat geldt misschien ook voor stratenmakers, metselaars en andere vakmensen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant