Home

Ook het ministerie van Onderwijs is om: één doorstroomtoets voor groep 8

Vanaf 2030 maken alle leerlingen in groep 8 dezelfde doorstroomtoets, die bepalend is voor hun overgang naar het voortgezet onderwijs. Het ministerie van Onderwijs stemt daarmee in na kritiek op het huidige systeem.

is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.

Niet eens zo lang geleden, in 2024, werd het systeem van de eindtoets in groep 8 flink veranderd. Niet het advies van de leerkracht, maar de score op de doorstroomtoets werd bepalend. Maakt een leerling die toets beter dan het voorlopige advies van de school, dan moet het definitieve advies naar boven toe worden bijgesteld. Naar beneden bijstellen mag niet.

Dit stelsel zou de kansengelijkheid tussen leerlingen moeten bevorderen. De toets zou als ‘objectief tweede gegeven’ onderschatting van bijvoorbeeld meisjes, leerlingen met een migratieachtergrond en kinderen die op het platteland wonen moeten uitfilteren.

Scholen hebben daarbij de keuze uit acht verschillende toetsen van zes verschillende aanbieders, waarbij er zowel papieren als digitale versies zijn. Zo wilde het ministerie keuzevrijheid geven.

Hogere scores

Onder meer onderzoek van de Volkskrant wees echter uit dat de uitkomsten van de toetsen niet goed vergelijkbaar waren. Zo scoorden scholen die een bepaalde toets gebruikten stelselmatig beter, ook als ze een vergelijkbare leerlingpopulatie hadden. Bovendien presteerden scholen die overstapten op een ‘positievere’ toets het jaar daarop vaak opvallend hoger.

Niet alleen het advies aan leerlingen, maar ook het oordeel van de Onderwijsinspectie over de kwaliteit van scholen (dat mede gebaseerd is op toetsuitslagen) wordt hierdoor ondermijnd. Vanuit het onderwijsveld en de Tweede Kamer klonk al snel flinke kritiek, en de wens om terug te gaan naar één toets voor alle groep 8-leerlingen.

Lange tijd bleef het ministerie van Onderwijs in navolging van het verantwoordelijke College voor Toetsen en Examens (CvTE) echter volhouden dat de toetsen door technische ingrepen goed vergelijkbaar waren. Toenmalig staatssecretaris van Onderwijs Mariëlle Paul hield vol dat het niet uitmaakte welke toets een leerling maakte, en noemde het ‘onwenselijk’ dat werd getwijfeld over de betrouwbaarheid van het systeem.

‘Te weinig vertrouwen’

Die stelling wordt nu voor het eerst expliciet losgelaten. Pauls opvolger, staatssecretaris Judith Tielen erkent nu in een brief aan de Tweede Kamer dat volledige vergelijkbaarheid een ‘utopie’ is. Daaruit volgt dat het wel uitmaakt welke toets een school gebruikt. ‘Ieder verschil tussen toetsen kan namelijk van invloed zijn op de resultaten.’

Tielen gelooft nog steeds in het belang van een eindtoets die in hoge mate bepalend is voor het bepalen van het niveau van een leerling. Maar, schrijft ze: ‘Er is dan wel vertrouwen nodig in de toets en dat is er nu te weinig. Daarom werk ik toe naar één toets voor alle leerlingen in Nederland. Daarmee wordt de toets krachtiger en dat draagt bij aan het vertrouwen.’

Geduld

Onder druk van de Tweede Kamer en schoolbesturen werd al eerder een plan gepresenteerd om terug te gaan naar één toets voor alle leerlingen. Toen beklaagden politieke partijen en de onderwijssector zich al wel over de planning: geduld tot 2030 wilden zij eigenlijk niet opbrengen. Maar het kost nu eenmaal tijd, stelt de staatssecretaris. ‘Deze termijn is nodig voor de ontwikkeling van een nieuwe toets en een zorgvuldige overgangsperiode voor toetsaanbieders en scholen.’

Zij wijst er ook op dat scholen weliswaar in meerderheid één toets willen, maar wel ‘hun eigen’ toets willen behouden. ‘Dit is onmogelijk als voor één toets door één toetsaanbieder wordt gekozen.’ Hierover wil ze de komende tijd met zowel scholen als toetsexperts in gesprek, ‘om te komen tot een goed onderbouwde, inhoudelijke keuze’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next