Geen zandkastelen, geen parasols en vooraf reserveren: op Sardinië beschermen strenge regels de stranden tegen de miljoenen toeristen, maar daardoor kunnen ook bewoners moeilijk naar ‘hun’ zee. Ze pleiten daarom voor een speciale toegangspas.
is correspondent Italië, Griekenland en de westelijke Balkan voor de Volkskrant. Ze woont in Rome.
‘Stranden als op een ansichtkaart, een zee om van te dromen, en een hele reeks borden met daarop verboden, verboden, verboden.’ De populaire tv-show La Volta Buona zette op de Italiaanse televisiezender Rai 1 uiteen wat er zoal niet mag op Sardinië tijdens wat zij doopten tot ‘de zomer van het strandverbod’.
De lijst is lang. Parasols zijn niet welkom, picknicken mag niet overal en een kuil graven is niet toegestaan. Een spontaan bezoekje zit er ook niet altijd in, omdat reserveren steeds vaker verplicht is, vertelt Raoul Susani (47) tijdens een autorit naar het strand van zijn woonplaats Cagliari.
‘Ik voel me een gast op mijn eigen eiland’, zegt Susani, die zijn Fiat 500 behendig een parkeerterrein op een voormalige paardenrenbaan op draait. ‘Toen ik vorig jaar ineens 10 euro moest neertellen om mijn auto een avondje kwijt te kunnen, was de maat vol.’
Sardinië trekt steeds meer toeristen, en dat eist zijn tol. Stranden kregen het zwaar te verduren door kusterosie, branden en een verwoestende cycloon. Om ze te laten herstellen, sluiten gemeenten de kwetsbare gebieden soms een periode af. Zo is het wereldberoemde roze strand Spiaggia Rosa in het zuidoosten van het eiland alleen op afstand te bewonderen, omdat bezoekers flessen roze zand mee naar huis smokkelden.
Als stranden weer opengaan, gaat dat vaak gepaard met nieuwe regels. Wie wil genieten van het kristalheldere water van het noordelijke strand La Pelosa, moet bijvoorbeeld om 9 uur ’s ochtends klaarzitten en online een kaartje reserveren. Het lukt lang niet altijd om ertussen te komen.
‘Het is logisch dat er wordt ingegrepen, maar daar zijn wij de dupe van’, meent Susani, die door de restricties een aantal van zijn favoriete surfplekjes verloor. Hij pleit daarom voor een Pass Mare, een ‘zeepas’ waarmee inwoners van Sardinië vrij toegang krijgen tot alle stranden en gratis of met korting kunnen parkeren.
De petitie ‘Wij willen onze zee terug’, die Susani vorig jaar startte, raakt een gevoelige snaar en is bijna tienduizend keer ondertekend. De actie kreeg in juni een nieuwe impuls door de heropening van Punta Molentis, in het zuidoosten van het eiland. Het gemeentebestuur presenteerde toen een reeks maatregelen om schade aan het strand te voorkomen; het verbod op zelf meegebrachte parasols werd wereldnieuws.
Na alle commotie krabbelde de burgemeester terug. Elk gezelschap mag toch één parasol meenemen, en het maximumaantal bezoekers ging omhoog van 150 naar 190.
Dat inwoners van de gemeente het toegangsbewijs van 10 euro gratis krijgen en niet vooraf hoeven te reserveren, vindt Susani mooi maar niet genoeg: ‘Als het vol is, hebben ze alsnog pech. En andere Sardijnen moeten wel gewoon betalen.’
Het kantoor van de wethouder Toerisme van Sardinië laat desgevraagd weten dat het aan gemeenten zelf is om regels te bepalen. Het wil niet ingaan op de Pass Mare, al zal dat in de toekomst misschien wel moeten: zodra Susani tienduizend handtekeningen heeft verzameld wil hij een volksvoorstel indienen, een instrument waarmee burgers in Italië wetgeving kunnen afdwingen.
Aan het begin van Poetto, het strand van Cagliari, domineren parasols van verschillende strandtenten de zandstrook. Typisch Italiaans, zegt Susani, die moet toegeven dat er in vergelijking met andere Italiaanse badplaatsen veel ‘vrij strand’ is voor wie niet wil of kan betalen.
Zijn schrikbeeld? Dat er meer commerciële uitbaters bij zullen komen. Op zijn telefoon laat hij een video zien van een noordelijker gelegen plaats waar tientallen mensen een piepklein gratis strand delen, terwijl verderop slechts een paar strandbedjes bezet zijn.
Volgens de gemeente Cagliari zal dat op ‘paradepaardje’ Poetto niet gebeuren. Burgemeester Massimo Zedda liet in een bestemmingsplan vastleggen dat er geen nieuwe strandtenten komen.
Vanaf de kustweg van Poetto onttrekken hoge witte muren de zee bijna volledig aan het zicht. De entree van van Balneare D’Aquila, een van de oudste stabilimenti (strandtenten) van Cagliari, heeft veel weg van een stationshal. Een dagkaart kost 5 euro, een ombrellone (parasol) een tientje en voor een bedje tel je bij het loket nog eens 5 euro neer.
Een koopje, volgens Susani. ‘Elders lopen bedragen soms op tot meer dan 50 euro.’ De gemiddelde huurprijs bij een privéstrandtent steeg de laatste vijf jaar met 24 procent, berekende de Italiaanse Consumentenbond Altroconsumo.
Achter de toegangspoort van Balneare D’Aquila staan honderden oranje en groen-witte parasols opgelijnd. Maria (83) en Adriana (71), die niet met achternaam genoemd willen worden, zitten in de schaduw van nummer 201 te kletsen op plastic stoeltjes die ze zelf hebben meegebracht. Een Pass Mare zouden de vriendinnen best een goed idee vinden. ‘En wie geen geld heeft kan naar het gratis strand hiernaast, dan moet je alleen wat verder lopen.’
Ondertekenaars van de petitie hopen dat de gemeente in gesprek gaat met uitbaters van strandtenten, zodat die bijvoorbeeld een rij vrijhouden voor ouderen uit de buurt, of gezinnen met kinderen. Daar verwacht Maria niet veel van. ‘Het kan hun niet schelen of de lokale bevolking het wel of niet kan betalen.’
Toch komt ze hier ’s zomers bijna dagelijks. Net als veel Italiaanse families huren de vriendinnen een cabine om niet met spullen te hoeven sjouwen. Wat dat kost zegt Maria liever niet. ‘Maar ik spaar er het hele jaar voor en leef ontzettend zuinig.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant