Home

Experts over strafbaarstelling psychisch geweld: ‘Wat er binnen de muren van een huis gebeurt, blijft moeilijk te bewijzen’

Het kabinet wil psychisch geweld afzonderlijk strafbaar stellen. De wet moet slachtoffers beter beschermen en rechters meer mogelijkheden bieden om daders te straffen. Hoe gaat dat in de praktijk uitpakken? Een hoogleraar strafrecht en een gz-psycholoog laten hun licht op de zaak schijnen.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Psychisch geweld wordt soms al bestraft. Waarom is het belangrijk dat deze aparte strafbaarstelling er komt?

‘Bepaalde vormen van psychisch geweld worden tot nu toe eigenlijk alleen gedekt door andere strafbepalingen’, zegt hoogleraar strafrecht Suzan van der Aa, verbonden aan de Universiteit Maastricht. Het gaat dan om een slachtoffer van dwang, belaging, bedreiging of stalking, allemaal aparte strafbepalingen. ‘In die gevallen is het Wetboek van Strafrecht meestal toereikend. Maar bepaalde vormen van psychisch geweld vallen daar nu nog buiten, bijvoorbeeld het stelselmatig vernederen van een partner.’

Dat heeft de afgelopen jaren tot discussies geleid binnen de rechtspraak, stelt Van der Aa. ‘Sommige lagere rechters schaarden vormen van psychisch geweld in specifieke zaken bijvoorbeeld al onder mishandeling, maar de Hoge Raad bepaalde onlangs nog dat psychisch geweld zonder fysiek aspect in het huidige wetboek niet als mishandeling kan worden beschouwd. Dat maakt het ingewikkeld voor rechters om een dader te straffen, want zij mogen niet buiten de wet treden.’

Aparte strafbepalingen die alle vormen van psychisch geweld dekken zijn ook voor slachtoffers belangrijk, vindt de hoogleraar. ‘Als je het niet apart strafbaar stelt, dan is de kans groot dat slachtoffers en anderen het niet herkennen. Fysiek geweld herkennen we sneller, want als je een klap krijgt, weet je dat je mishandeld bent. Psychisch geweld is niet altijd even makkelijk te herkennen. Een apart juridisch kader vergroot hopelijk de meldingsbereidheid.’

De nieuwe wet schaart psychisch geweld onder mishandeling en maakt ‘dwingende controle’ strafbaar. Hoe moet het Openbaar Ministerie dit aantonen?

Van der Aa: ‘Dwingende controle gaat over een patroon van gedragingen bedoeld om macht uit te oefenen over de ander. Dat moet het OM kunnen aantonen aan de hand van verschillende incidenten en bijbehorend bewijs.’

Van der Aa verwacht dat het OM daar in veel gevallen toe in staat zal zijn. De hoogleraar noemt verschillende vormen van bewijs: ‘Denk aan controlerende tekstberichten, voortdurend worden gebeld of zelfs het gebruik van trackers. Maar ook collega’s die verklaren dat iemand in de pauze voortdurend door zijn of haar partner wordt gebeld of vrienden en familie die zien dat iemands sociale netwerk verdwijnt.’

Tegelijkertijd schuilt het probleem ook in de bewijslast. ‘Isolatie is een van de meest herkenbare gedragingen van dwingende controle. Daardoor neemt ook de zichtbaarheid af’, zegt Van der Aa. ‘Wat er binnen de vier muren van een huis gebeurt, blijft moeilijk te bewijzen.’

Ook is de zogenoemde ‘internalisering’ door slachtoffers problematisch bij het voor de rechter brengen van zaken. ‘Het zelfbeeld van sommige slachtoffers is als gevolg van de dwingende controle zodanig aangetast dat zij zichzelf niet meer als slachtoffer zien of zichzelf de schuld geven. Ook voelen zij soms nog loyaliteit tegenover de partner, waardoor ze niet snel naar de politie stappen. Daarom is het behoud van een groot sociaal netwerk zo belangrijk.’

Hoe moet een rechter een patroon vaststellen?

‘Een rechter zal onderscheid moeten maken tussen een paar vernederende opmerkingen en het stelselmatig domineren van het leven van een slachtoffer. Dan gaat het onder meer om het afstaan van je salaris, het inleveren van je telefoon of het moeten verantwoorden van alles wat je doet.’ Van der Aa benadrukt dat elke casus op basis van de specifieke feiten en omstandigheden zal worden beoordeeld. ‘Bij sommige zaken spat de dwingende controle ervan af, maar ook hierbij zullen weer grensgevallen bestaan.’

‘Belangrijk om te vermelden is ook dat een patroon alleen bewezen hoeft te worden bij dwingende controle’, zegt Van der Aa. Een patroon is niet nodig om iemand schuldig te verklaren aan psychische mishandeling. In het geval van psychische mishandeling kan één incident al voldoende zijn. ‘Als het OM bijvoorbeeld kan aantonen dat het slachtoffer een angststoornis of depressie heeft overgehouden aan de psychische mishandeling, dan is dat voldoende.’

Juist op dat punt heeft gz-psycholoog Iris Peperkamp, werkzaam voor Expertisecentrum Dwingende Controle, kritiek. ‘Deze vorm van bewijsvoering vinden wij zorgelijk. Zo worden veerkrachtige slachtoffers die weinig biologische aanleg hebben voor een psychische stoornis benadeeld in de bewijsvoering.’ Daarbij toont de wetenschappelijke literatuur dat het heel moeilijk is om een duidelijk causaal verband aan te tonen tussen het gedrag van een pleger en een daardoor veroorzaakte psychische stoornis bij het slachtoffer, stelt Peperkmap

De pyscholoog, die benadrukt dat het expertisecentrum in principe blij is met de strafbaarstelling van psychisch geweld, noemt ook nog een derde punt van zorg. ‘Plegers kunnen misbruik maken van de situatie door zichzelf een stoornis te laten aanmeten. Zo kunnen ze zich in potentie als vermeend slachtoffer in de rechtbank presenteren en worden de rollen omgedraaid.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next