Staat hij aan de start, dan is de kans groot dat hij wint. Ook in de Tour de France, waar hij de komende dagen gaat voor een ritzege én de gele trui. Waardoor is Mathieu van der Poel (31) de renner die hij is?
Zijn lichaam is dat van een atleet, niet van een renner. Bij hem geen wespentaille, iel bovenlichaam met uitstekende ribben, of als ballonnen opgeblazen dijbenen. Nee, dat lijf van Mathieu van der Poel is perfect in balans, van top tot teen. Met als ultieme bonus: stapt hij ermee op een fiets, dan vergroeit hij met het frame.
Misschien wel de belangrijkste schakel in het lichaam van een wielrenner, waarmee de meeste kracht wordt gezet om de pedalen naar beneden te duwen. De genen in Van der Poels benen vinden hun oorsprong in het DNA van opa Raymond Poulidor en vader Adrie.
Poulidor was een van de populairste renners van Frankrijk; liefst acht keer stond hij op het podium van de Tour. ‘Poupou’ noemde zijn kleinzoon op zijn beurt ‘mon petit phénomène’ en zag een Tourwinnaar in hem. In 2019 overleed hij op 83-jarige leeftijd, tot groot verdriet van Van der Poel, die in 2021 bij zijn Tourdebuut het geel zes dagen mocht aantrekken. Zijn vader Adrie won dan weer zes klassiekers, twee Touretappes en de wereldtitel veldrijden.
Zijn manager Christoph Roodhooft omschreef dat pakket aan genen ooit als een lot uit de loterij. Van der Poel zegt dat hij ‘wat talent heeft gekregen’, maar dat het heus niet genoeg is om te winnen. Ook hij moet er hard voor werken en er gewoon uren in steken. Vader Adrie waakte ervoor dat hij dat als junior te veel deed, hij nam ‘Matje’ tegen zichzelf in bescherming.
Van der Poel is een puncheur, hij heeft meer spiervezels van type 2 (snel) en wat minder type 1 (langzaam). Bij klimmers is dat juist andersom verdeeld, waardoor ze lange tijd vermogen kunnen leveren. Van der Poel kan dat juist in een korte periode doen, met een explosieve versnelling demarreren en daarna weer herstellen.
Sowieso in zijn voordeel volgens zijn trainers: zijn ‘plastische’ lichaam. Als Van der Poel een bepaald accent traint en andere fysieke prikkels krijgt, past zijn lijf zich meteen aan. Zo kan hij schijnbaar zonder moeite omschakelen van de cross naar de weg en het mountainbiken, waar anderen daar meer tijd voor nodig zouden hebben.
Met zijn benen lukte het hem het afgelopen voorjaar in de E3 Saxo Classic gedurende negentig minuten een vermogen van 446 watt weg te trappen, een bericht dat nog lang nadreunde in de wielerwereld. Zijn ploeggenoot Jasper Philipsen vond het ‘moeilijk te bevatten’, oud-prof Greg Van Avermaet noemde het ‘waanzin’. Dat hij op zijn leeftijd nog kon verbeteren, maakte Van der Poel naar eigen zeggen trots.
Zijn torso zou dunner en minder gespierd kunnen zijn, zodat hij makkelijker zou kunnen klimmen. Nu schommelt zijn gewicht zo rond de 75 kilo. Tadej Pogacar is bijvoorbeeld 10 kilo lichter. Maar zoals hij zelf vaker heeft aangegeven: de beste bergop wordt hij nooit, ook niet als hij een paar kilo lichter is. Met zijn lengte van 1,84 meter is hij relatief groot: Pogacar telt 1,76 meter, Jonas Vingegaard 1,75 meter, Remco Evenepoel 1,71 meter. Hoewel er altijd uitzonderingen zijn: de Nederlandse ronderenner Thijmen Arensman is 1,92 meter lang.
Een stevig bovenlijf is voor Van der Poel van groot belang om in het veldrijden en mountainbiken mee te kunnen doen voor de winst. Daarom traint hij twee keer per week in de sportschool met een focus op zijn core. Hij doet er squats, deadlifts en eenbenige oefeningen om zijn rug te beschermen. Die is al jaren een zwakke plek, vooral na de valpartij in de olympische mountainbikerace in Tokio van 2021, waarna er vocht tussen de rugwervels zat.
Zijn instinct, daar luistert hij naar. Het koersverloop bepaalt zijn tactiek, vooraf nadenken over mogelijke scenario’s heeft geen zin. Ook naast de fiets blijft hij liefst uit zijn hoofd. De wereld om hem heen heeft hij zelf ontworpen, met de ploeg waarvoor hij in zijn profcarrière altijd heeft gereden, inmiddels met de naam Alpecin-Premier Tech. Altijd onder leiding van de broers Christoph en Philip Roodhooft. Hij heeft er vrijheid om te kiezen voor het programma dat hij wil, voor het veldrijden en mountainbiken, en zijn hobby’s skiën en golf. Liefst staat hij de dag na een klassieker al op de green.
Dat wat dan wél in zijn hoofd zit, krijgt niemand eruit. Zoals die wens om een mondiale titel in het mountainbiken te winnen, al blijkt dat een lastige combinatie met het wegwielrennen. Vorig jaar finishte hij als 29ste bij het WK, in 2023 viel hij, in 2018 werd hij derde.
Herstel en slaap zijn toverwoorden voor Van der Poel, vertelt hij in de podcast van fitnesstracker Whoop, een van zijn sponsors. Rood vlees, gefrituurd eten, chips, chocolade en alcohol probeert hij daarom te vermijden. Soms drinkt hij een glas rode wijn op zondagavond. Koffie is dan weer een verslaving die is toegestaan, zoals bij zoveel renners overigens. Voordat hij gaat slapen, neemt hij magnesium om zijn spieren te ontspannen en leest hij een boek. Welke boeken dat zijn, deelt hij overigens niet in het gesprek.
Sinds 2018 heeft Van der Poel een relatie met Roxanne Bertels. Ze leerden elkaar kennen tijdens een evenement van Porsche in Finland, waar Bertels als marketeer werkte. Nu is het haar taak om voor Van der Poel te zorgen, vertelde ze in de podcast Optimize You. ‘Mijn nummer één prioriteit is Mathieu gelukkig, gezond en succesvol te maken.’ Ze doet zijn administratie, de boekhouding en probeert hem zo relaxed mogelijk te houden. Een diëtist leerde haar zo gezond mogelijk te koken, wat ze dan ook elke avond doet. Afgelopen week maakten de twee bekend dat ze in januari hun eerste kind verwachten.
Naar eigen zeggen is zijn hartslagvariabiliteit (HRV), de variatie in tijd tussen opeenvolgende hartslagen, gemiddeld 200 milliseconden. Dat is hoog: bij een gemiddelde volwassene ligt die tussen de 40 en de 60. De waarde wordt door sporters gebruikt om trainingen en herstel te optimaliseren. Want een hoge waarde duidt op een sterk herstelvermogen en een goede conditie. Zijn rusthartslag, het aantal hartslagen per minuut tijdens ontspanning, is dan weer laag, met een waarde van 38. Bij gewone mensen ligt die tussen de 60 en de 100. In de podcast van Whoop zegt Van der Poel die waarden te danken aan zijn genen én zijn fitheid.
Van der Poels stuurmanskunsten zijn ongekend. We zagen hem eerder in koers langs een voor hem vallende renner manoeuvreren, een bidon met zijn voorwiel wegtikken, of zelfs een klein steentje. Toch verbaasde hij vorige maand opnieuw in de individuele tijdrit in de Ronde van Zwitserland. De manier waarop hij met een gemiddelde snelheid van 53,4 kilometer per uur elke bocht op de limiet nam en er zelfs in versnelde, was indrukwekkend. Alsof hij vergroeid was met die lastig bestuurbare tijdritfiets.
In de voorbereiding op de Tour de France trainde hij een aantal keer op de tijdritfiets om in de ploegentijdrit van zaterdag een goede prestatie neer te zetten. Alles om zo kort mogelijk in het klassement te staan, en de kans groter te maken om in de daaropvolgende etappes de gele trui te bemachtigen.
Hoewel Van der Poel geregeld goede tijdritten heeft gereden zonder zich er speciaal op toe te leggen, won hij er nooit een bij de profs. Met de crossfiets, de mountainbike en de wegfiets als concurrenten heeft de tijdritfiets nooit echt prioriteit. Die tijdrit in Zwitserland kan in elk geval zo als studiemateriaal gebruikt worden door de rest van het peloton, al was Pogacar uiteindelijk 0,31 seconden sneller.
Dat sterke lijf is overigens niet schadevrij. Een opsomming van zijn blessures door de jaren heen: sleutelbeenbreuk (2011), pijn in bovenbeen en rug (2013), gescheurde peesbladen in knieën (2015), aanhoudende knieproblemen (2016), gebroken pols en verrekte enkelbanden (2018), rugproblemen (2019), hernia (2021), pijnlijke rib (2024), breukje in pols (2025), gat in vingernagel (2026).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant