Home

Remi mishandelde zijn vrouw. Kun je daar ooit genoeg boete voor doen? ‘Je moet oppassen dat spijt niet over jezelf gaat’

Wanneer heb je genoeg boete gedaan? Remi Postelmans mishandelde zijn vrouw en zat jarenlang in gevangenissen voor andere delicten. Strafrechtadvocaat Veerle Hammerstein verdedigt mensen zoals hij. Een tweegesprek over schuldgevoel, het boetekleed aantrekken en de vraag of sorry ooit genoeg is.

is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.

‘Ik sloeg een vrouw, en daar mag jij een mening over hebben. Ik pleegde huiselijk geweld en daar vraag ik geen compassie voor. Ik maakte levens kapot en daar voel ik me nog steeds schuldig over.’ Dit schreef Remi Postelmans negen maanden geleden in een bericht op LinkedIn, dat hij afsloot met: ‘Ik schrijf deze post niet voor de likes, nieuwe opdrachten of wat dan ook! Ik schrijf het omdat de tijd is gekomen om op te gaan staan!’

De reacties liepen uiteen. ‘Je hebt ooit wel het leven van je vrouw en je kinderen kapotgemaakt’, schreef iemand. ‘En ook al heb je spijt, het had niet mogen gebeuren. Ik word misselijk van het idee dat iemand denkt dat hij het recht heeft om zijn vrouw te slaan.’

Een ander reageerde: ‘Dank voor je openheid, mannen zoals jij hebben we hard nodig. Voor mijn dochter Sandra had het haar leven kunnen redden: een ervaringsdeskundige-pleger die met hém was gaan praten. Helaas is dat niet gebeurd.’

Als jonge jongen raakte de nu 45-jarige Remi Postelmans verwikkeld in de criminaliteit. Alles bij elkaar zat hij zes jaar in detentie. Hij heeft een strafblad van vijftien kantjes, met mishandeling, vuurwapenbezit, poging tot doodslag, en talloze vermogensdelicten. Tussen de veroordelingen zit er dus ook een voor huiselijk geweld. Zijn toenmalige vrouw, tevens moeder van hun drie kinderen, vluchtte naar een safehouse en verbleef jarenlang in verschillende opvangtehuizen.

Strafrechtadvocaat Veerle Hammerstein – niet de dochter van Oscar Hammerstein, dat is haar oom – is regelmatig te gast in talkshows, nieuwsprogramma’s en actualiteitenprogramma’s om te praten over strafrecht en criminaliteit. Ze bespreekt de verhalen achter de strafrechtelijke processen en de impact van media-aandacht op zowel slachtoffers als daders Ze kent de verhalen van mensen zoals Postelmans uit haar dagelijkse praktijk, maar ook uit de podcast Veroordeeld, die ze samen met Lauren Fabels maakt, en waarin Postelmans te gast was. Daarin spreekt het tweetal met mensen die de wet overtraden en verkennen ze het verhaal achter het criminele gedrag.

Remi, kun je omschrijven hoe schuldgevoel voelt?

Remi: ‘Ik ben zelf ook bekend met pijn, verdriet en angst, en dan voel ik dat ik degene ben die dat iemand anders heeft aangedaan. Dat raakt me dan enorm.’

Veerle: ‘Bij mijn cliënten merk ik dat schuldgevoel pas ná een veroordeling meer de ruimte krijgt. Tijdens de rechtszaak heb je te veel te verliezen en ben je vooral met jezelf bezig. Soms zie je verdachten zo veel spijt betuigen dat zelfs de rechter zegt: ‘Waar heb je nou eigenlijk spijt van? Van wat je hebt gedaan of van het feit dat je vastzit?’ Dan blijft het vaak stil. Natuurlijk heeft een verdachte in beginsel vaak spijt van dat-ie vastzit. In the end zijn mensen altijd een tikkeltje egoïstisch.’

Het clichégezegde ‘the truth will set you free’ geldt niet als er een gevangenisstraf boven je hoofd hangt.

Veerle: ‘Nee, dan is het: the truth will send you to jail for life.’

Remi: ‘Het was bij mij precies zoals Veerle omschrijft. Ik groeide op met de gedachte: als je praat, weet je zeker dat je straf krijgt. Praat je niet, dan heb je kans dat je de dans ontspringt. Bij kleine dingen, zoals een winkeldiefstal waarbij ik op heterdaad werd betrapt, bekende ik wel, dan word je eerder vrijgelaten. Maar bij zware zaken dacht ik: als ik nu mijn mond houd, krijg ik misschien maar twee of drie jaar, dus dan is het de moeite waard om niks te zeggen. Ik was alleen maar met mezelf bezig. Ik vond altijd wel een reden voor mijn gedrag die buiten mezelf lag. Ik voelde vooral: zij hebben míj onrecht aangedaan.’

Wanneer is dat begonnen?

Remi: ‘Heel jong al. Ik groeide op met een Nederlandse moeder en een Turkse vader in de buurt van Tilburg. Op mijn 4de verliet mijn vader ons gezin. Tot mijn 7de woonde ik alleen met mijn moeder, dat was heel fijn. Tot zij een nieuwe vriend kreeg en er na een poosje veel alcohol werd gedronken en werd geschreeuwd. Het ging van kwaad tot erger. Hij mishandelde mijn moeder en uiteindelijk kreeg ik daar ook mee te maken. Het huiselijke geweld escaleerde. Mijn moeder probeerde terug te vechten, maar dat lukte niet. Ze kreeg ook last van aangezichtspijn (extreme zenuwpijn in het gezicht, red.) en raakte verslaafd aan de medicatie ertegen. Met alcohol probeerde ze de pijn te dempen. Ze werd ook steeds agressiever tegen mij. Ik ben meerdere keren het huis uit gerend en heb aangebeld bij de overburen. Daar kon ik dan een uurtje blijven, maar dan moest ik weer terug naar huis.’

Veerle: ‘Dat vind ik zo erg, dat je veiligheid zoekt bij de overburen en dan gewoon weer naar huis wordt gestuurd.’

Remi: ‘Doordat er geregeld politie bij ons aan de deur stond, had ons huis een kruisje. Op school wisten ze het ook. Mijn moeder kwam wel eens naar school met een zonnebril op, om haar blauwe oog mee te verbergen, maar daar werd in die tijd niks mee gedaan. Dat was privé. Ik had geen vriendjes, ik snap wel waarom ik Remi ben genoemd. Kinderen kunnen heel gemeen zijn, ze gingen mij pesten. Tot ik op een dag de grootste pestkop sloeg. Dat voelde als een opluchting. Ineens voelde ik me veilig. Ik dacht: jij kunt mij geen pijn meer doen en anderen ook niet, want nu ben ik iemand waar jullie bang voor zijn.’

Veerle: ‘Dit is precies de overgang van slachtoffer naar dader, die zo vaak langskomt in mijn podcast, en die ik ook zie bij mijn cliënten. Van niet gezien worden, gepest worden, je minderwaardig voelen, naar dader worden van geweld. Als ik jou sla, voel ik me veilig. Dat plant het zaadje.’

Remi: ‘Na een heftig incident ben ik uit huis geplaatst. Mijn stiefvader had mijn moeder met een mes aangevallen, dat was keiheftig. Ik ben toen bij een oude vriendin van mijn moeder terechtgekomen, die aan pleegzorg deed. Tante Mieke. Zij had altijd een zwak voor mij, dus ik voelde mij daar in het begin heel welkom. Alleen kon zij mijn moeder soms belachelijk maken. Toen mijn moeder een zelfmoordpoging deed, zei ze: ‘Verdomme, waarom doet ze het niet een keer goed?’ En omdat je er dan toch bij wilt horen, ga je meepraten en je eigen moeder belachelijk maken.’

Veerle: ‘Kinderen die uit huis worden geplaatst hebben vaak het gevoel: ik heb iets fout gedaan, ik ben de schuldige, want ik mag niet meer bij mijn ouders wonen. Ze worden van het ene op het andere moment weggerukt, schreeuwend en krijsend, zo vreselijk vinden ze het. Maar de realiteit is dat het soms echt noodzakelijk is.’

Remi: ‘Ik was ontzettend blij. Want de drie jaar daarvoor zag ik mijn moeder steeds meer veranderen in iemand die niet fijn was. We hadden vaak ruzie. Ik schold haar ook uit en stal geld van haar, zij was altijd bezopen. Ze was zwaar aangekomen door de medicijnen, ik schaamde me voor haar. Ik wilde per se niet met haar gezien worden, dan had ze haar hele gezicht weer open gekrabd. Ze werd steeds minder mijn moeder.

‘Ik ben uiteindelijk hetzelfde geworden als mijn ouders. Ik werd net als mijn stiefvader pleger van huiselijk geweld en liet net als mijn moeder mijn kinderen in de steek omdat ik verslaafd was. Op mijn 14de begon ik met drugs, dat was voor mijn pleegmoeder een no-go, ik moest per direct het huis uit.’

Waar kwam je toen terecht?

‘Op allerlei internaten en dat was helemaal een vrijbrief naar wangedrag. Want daar was iedereen een Remi. Daar zaten allemaal kinderen die niet meer naar huis konden en dat versterkt elkaar op een negatieve manier. Er was veel onderling geweld en haantjesgedrag. Je moest zorgen dat je iemand was. Mijn identiteit werd: iemand die keihard van zich afsloeg. Als ik dat combineerde met alcohol- en drugsgebruik voelde ik me zelfverzekerd. Dat was mijn masker.

‘Uiteindelijk ben ik een tijdje binnen de gesloten jeugdzorg geplaatst wegens onhandelbaar gedrag. Ik had gevochten op het internaat, ik had een begeleider met een deodorantbus met vuur in zijn gezicht gespoten, en een andere begeleider aangevallen. Ik sloeg constant ramen in en jatte de groepskas.

‘Daarna woonde ik overal en nergens. Bij de daklozenopvang, of ik sliep in een portiek, tentje, kraakpand of in de gevangenis. Op mijn 17de raakte ik echt heel zwaar verslaafd aan de cocaïne. Daarna begon ik steeds meer delicten te plegen. Ik beroofde jongeren van hun scooters of smeet gewoon een putdeksel door een winkelruit en stopte alles wat ik kon vinden – bijvoorbeeld dure lammy coats – zo snel mogelijk in een dekbedovertrek en racete er op een scooter vandoor. Later ben ik daar wel voor veroordeeld. Ik was voortdurend onder invloed, voelde niks en had maar één doel: niet gepakt worden. De angst in de ogen van degene die ik beroofde liet me koud.’

Op je strafblad staat ook poging tot doodslag.

Remi: ‘Ja. Ik ging mee met een jongen die bij iemand geld wilde gaan halen en dat escaleerde. Er ontstond een worsteling, en die jongen had een mes. Dat heb ik kunnen afpakken, daarna heb ik hem er een paar keer in het wilde weg mee gestoken.’

Voelde je je daar ook niet schuldig over?

Remi: ‘Helemaal niet. Ik voelde me onaantastbaar. Schuldgevoel was voor mij onbekend terrein. Hij had míj aangevallen en dat had híj niet moeten doen. In het milieu waarin ik me begaf, vertelde je dit soort dingen onderling als coole verhalen. Daar ging je niet over je gevoel praten. Zo van: ‘Voel jij jezelf ook weleens zo rot?’ Nee. Ik was een zielig bang ventje die niet wist wie hij was, maar daar gold het recht van de sterkste, hoe gekker hoe beter, dus zo gedroeg ik me.’

Veerle: ‘Dan was je iemand.’

Remi: ‘Ja, zo voelde dat. Nadat ik een tijd in Vught had vastgezeten, leerde ik via via mijn vrouw kennen en werd verliefd. Zij koos voor mij, terwijl ze wist dat ik dakloos was. Al met al ben ik ruim tien jaar dakloos geweest, ook in de zes jaar dat ik met haar een relatie had en we drie kinderen kregen. Ik kon niet aarden in een huis. Ik was elke dag bezig met geld verdienen en proberen het mannetje te zijn.

‘Ik heb van twee van mijn kinderen de geboorte gemist. Daarvoor schaam ik me nu de ogen uit mijn kop. De eerste keer dat ik vader werd kwam ik veel te laat aan, helemaal vies en stinkend naar drank. Toen ik mijn dochtertje in mijn armen had voelde ik er voor het eerst van mijn leven wel iets bij, maar ik kon daar totaal geen woorden aan geven.

‘Er was geen sprake van gelijkwaardigheid in die relatie, ik had de overhand. Ik was alleen maar met mezelf bezig. Ik heb haar duizend keer psychisch de grond in getrapt, uitgescholden voor kutwijf, gezegd dat ze nergens goed voor was.’

Hoe kwam het zo ver dat je haar ook fysiek mishandelde?

Remi: ‘We hadden ruzie om de afstandsbediening en ik maakte haar weer voor van alles uit. Toen zei ze ineens: ‘Als je nu niet stopt, bel ik de politie.’ Ik zag heel mijn leven weer uit elkaar vallen. Toen heb ik haar geslagen.

‘Na een tijdje in een opvanghuis voor vrouwen en een safe house te hebben gezeten, kreeg ze een eigen huisje. En toen dacht ik doodleuk: o, daar kan ik dan mooi bij intrekken en dan komt het allemaal weer goed. Mijn vriendin was daar oké mee, de onveiligheid die ik met me meebracht voelde voor haar, door waar zij vandaan komt, als veilig. Tot ik daar op een dag was en er ineens een politie-inval kwam. Ze vonden een vuurwapen van mij in de kinderkamer. Iemand met wie ik ruzie had, wist dat en heeft me aangegeven.

‘In de detentie die daarop volgde, heb ik nagedacht. Wat wil ik met mijn leven? Want ik wil dit niet meer. Er kwamen steeds meer barsten in mijn masker. Ik miste mijn kinderen, voelde me steeds meer schuldig. Ik merkte dat ik daardoor kwetsbaarder was. Toen heb ik voor het eerst om hulp gevraagd bij hulpverleners. Dat is het beste wat ik ooit heb gedaan.’

Wanneer kon je voor het eerst naar jezelf kijken als dader in plaats van als slachtoffer?

Remi: ‘Mijn oud-begeleider Hubert heeft gezorgd voor dat keerpunt. Hij zei: ‘Moet je jezelf daar nou eens zien staan jongen, een beetje het slachtoffer spelend. Besef jij wel wat jij je vrouw en kinderen hebt aangedaan? Je moet je echt kapot schamen.’ Hij heeft mij wakker geschud. Ik heb ook een advocaat gehad die me streng toesprak. ‘Zorg jij dat je nuchter blijft en aan je gedrag werkt, dan zorg ik dat jij je kinderen mag zien’, zei ze… Ik schiet er weer van vol. Die strengheid had ik nodig, maar ook die hoop.

‘Mijn ex verbrak uiteindelijk de relatie, waarop ik mijn simkaart doormidden heb gebroken en naar een andere regio ben gegaan, om aan mezelf te gaan werken. Dat proces ging met pieken en diepe dalen, en heftige emoties, maar voor het eerst besefte ik: Remi jongen, het kan echt, je hoeft nooit meer terug, je hebt alles overleefd man.

‘Na zes jaar afwezigheid als vader ben ik toen langzaam, onder begeleiding, teruggekeerd in het leven van mijn kinderen. Mijn ex-vrouw vond dat heel spannend, dat snap ik. Ik ben haar ontzettend dankbaar dat ze er toch voor openstond. Als ik mijn laatste druppel bloed moet geven om haar te redden, dan zou ik dat doen.

‘Mijn schuldgevoel is wel gebleven en daarom heb ik vier jaar geleden besloten om als ervaringsdeskundige mannen die in dezelfde situatie zitten te helpen. Ik weet hoeveel schade ik heb aangericht, misschien kon ik met mijn ervaring waardevol zijn voor anderen, dacht ik. En inmiddels denk ik dat ik dat inderdaad kan zijn. Echte preventie zit in het aanpakken van de pleger. Eerder stopt het geweld niet. Als we de pleger helpen, beschermen we gelijk het slachtoffer. Daarmee wil ik het geweld niet goedkeuren of belonen, maar als we de pleger blijven veroordelen en buitensluiten, is de kans groot dat het geweld niet stopt.’

Veerle: ‘Iemand wordt niet zomaar dader, daar zit een verhaal achter. Maar dat is een boodschap die moeilijk gehoord wordt, dat merken wij ook in de reacties op onze podcast. Het is makkelijker om iemand te veroordelen en om te zeggen: jij verdient geen podium, ga je schamen. Je mag niet in de krant, je bent een klotejoch. Maar als je de dader niet wil begrijpen, ga je ook niet voorkomen dat die opnieuw dader wordt. Er is niemand, maar dan ook echt niemand, die bij ons in de podcast heeft verteld: ik heb een fantastische jeugd gehad met twee liefhebbende ouders. Dat zegt genoeg. En ik praat geen enkel delict goed, maar we moeten wel willen begrijpen welke mensen dader worden om te voorkomen dat anderen hetzelfde pad opgaan.’

Werkt de advocatuur er ook aan mee dat cliënten weinig geneigd zijn zich schuldig te voelen, doordat advocaten soms meedogenloos kunnen zijn in hun verdediging?

Veerle: ‘Advocaten kunnen bijzonder meedogenloos zijn. Ik zit zo niet in elkaar, maar ik zie ze wel voorbij komen. Dat helpt inderdaad niet mee aan het schuldbesef.

‘We hebben die tumult rondom de zaak van Ali B gehad, waarbij zijn advocaat de wind van voren kreeg omdat hij als meedogenloos werd gezien. In feite heeft hij gedaan wat hij moest doen, namelijk de vraag aan de orde stellen of er voldoende bewijs was, maar de neiging van sommige advocaten om er met een gestrekt been in te gaan kan zeker van invloed zijn op het matige schuldbesef van de verdachte.’

Overtuig je je cliënten weleens om publiekelijk boete te doen?

Veerle: ‘Als ze spijt hebben en willen bekennen, bespreek ik wel met mijn cliënten dat de zittingszaal de plek is om dat hardop uit te spreken. Want dat vergeten ze vaak. Soms zeg ik ook: draai je nou eens om naar het slachtoffer of de nabestaanden. Kijk ze in de ogen en zeg dat het je spijt. Maar als ik de spijt bij de verdachte niet voel, doe ik dat niet.’

Ook niet als het mogelijk strafvermindering kan opleveren?

Veerle: ‘Nee, ik ben niet een advocaat die mijn cliënt een toneelstuk laat opvoeren. Ik moet mezelf ’s avonds wel in de spiegel kunnen aankijken. Rechters prikken daar ook dwars doorheen, is mijn ervaring.’

Maak je vaak mee dat een echte spijtbetuiging iets doet?

Veerle: ‘Ja. In een grote liquidatiezaak draaide mijn cliënt zich bijvoorbeeld om naar de weduwe van degene die was doodgeschoten. Hij keek haar in de ogen en zei dat hij het vreselijk vond dat het zover had moeten komen. Waarop zij zei dat ze het heel fijn vond dat hij dat zei. Dat hij zich omdraaide en over zijn eigen ego heen stapte, was een bijzonder moment. Hij kreeg er geen strafvermindering door, hij kreeg alsnog levenslang, maar het kan nabestaanden wel iets geven. En de dader ook, verantwoordelijkheid voor je daden nemen en zelfinzicht kunnen helpen bij het niet meer in het oude gedrag vervallen.

‘Soms wordt het ook helemaal niet goed ontvangen, hoor. Dan draait iemand zich om in de zittingszaal om spijt te betuigen en zeggen de nabestaanden of slachtoffers: kijk maar een andere kant op, ik wil niks met je te maken hebben.

Remi: ‘Het vraagt natuurlijk wel iets van ze om hun pijn opzij te zetten en de mens achter degene te zien die ze zoveel leed heeft bezorgd.’

Veerle: ‘Toch kan het nabestaanden of slachtoffers zeker wat opleveren. Het is makkelijker gezegd dan gedaan, maar ik denk dat je als slachtoffer beter de dader als mens kunt zien dan als monster. Want van het gezicht van een monster lig je altijd wakker. En van een menselijk gezicht niet. Op het moment dat je de dader niet meer als een monster ziet, kun je ook verder. En dat betekent niet dat je diegene vergeeft. Ik denk niet dat ik ooit de moordenaar van mijn oud-kantoorgenoot en vriend Derk Wiersum zal vergeven. Nooit. Maar ik zie degenen die de moord op hun geweten hebben niet als monsters. Dat weiger ik, want dan heb ik er veel meer last van. Het zijn mensen die verkeerde keuzes hebben gemaakt, om welke reden dan ook. Natuurlijk zijn er ook mensen die onverbiddelijk zijn, zoals de Taghi’s van deze wereld. Ik ben niet een soort messias die aan Nederland wil vertellen dat we iedereen maar moeten begrijpen en vergeven. Alleen, je moet ervoor zorgen dat die mensen niet degenen overschaduwen die wel schuldbesef hebben, en die hun leven wel willen beteren.

Remi, hebben je kinderen je vergeven?

‘Mijn kinderen hebben nooit uitgesproken of ze me hebben vergeven, misschien dat het ooit nog komt, ik heb wel het idee dat ze van me houden. En tot die tijd ben ik gewoon ‘Remi’ voor ze. Tegen anderen hebben mijn kinderen het wel over ‘mijn vader’.

‘Ik heb er eentje van 21, eentje van 18, en mijn jongste dochter van 17 zei onlangs: ik snap wel hoe jij opgegroeid bent, ik snap ook wel dat je in de jaren dat je weg was niet anders kon, maar misschien was het wel beter geweest als je er wel was geweest.

‘Ik ben door de jaren heen steeds beter gaan zien wat mijn kinderen echt nodig hebben. En dan nog was het opvoeden moeilijk. Want als zij niet deden wat ik zei, voelde ik dat ik de controle verloor en sloot ik me af. Ik deed wat ik gewend was: ik ritste mijn gevoelsleven weer dicht. Maar als je dat zes keer hebt gedaan en je ziet je kinderen steeds verder van je af gaan staan, dan kun je twee dingen doen: jezelf dicht blijven ritsen en doorgaan, of je mond opentrekken en hulp zoeken. Door trainingen, cursussen en systeemtherapie kom je erachter waaraan je nog moet werken. Dus je blijft eigenlijk altijd aan de gang.

‘Alleen kwam ik op een gegeven moment ook in een fase waarin ik dacht: het is ook wel fijn om gewoon eens te kunnen leven.’

Veerle: ‘Om te genieten van je nieuwe bestaan.’

Remi: ‘Ja. Want het leven is nu eindelijk fijn, man. Maar ook dat heb ik moeten leren, om even te mogen genieten, zonder me er schuldig over te voelen dat ik dat deed in de wetenschap dat ik anderen zo veel leed heb berokkend. Het voelt nu op mijn 45ste alsof mijn leven eindelijk begonnen is. Het leven op straat en in de gevangenis zal ik nooit vergeten. Je krijgt geen bezoek, je hebt geen geld, je hebt niks. Dat heeft van mij iemand met een keihard masker gemaakt, maar wat me een echt iemand heeft gemaakt is de andere kant: de kwetsbaarheid en de nederigheid, waarin ik heb geleerd hoe het is om wel over mijn gevoel te praten. Ik heb geleerd dat je wel alles zelf moet doen, maar niet alleen.

‘En een bepaalde mate van schuldgevoel zit er voor altijd. Verslaving houdt een keer op, dakloos zijn houdt een keer op, maar de schade die jij hebt aangericht bij anderen houdt nooit op. Ik denk dat ik mijn schuldgevoel ook nodig heb om te blijven zien: dat nooit meer.’

Heb je voor je gevoel het boetekleed nu genoeg aangetrokken?

Remi: ‘Ik blijf me schuldig voelen dat ik juist de moeder van mijn kinderen, mijn enige veilige plekje op aarde, zo veel pijn heb gedaan. Haar vertrouwen in de mensen is door mij blijvend aangetast en dat heeft haar veranderd. Hoe kon ik jou dat aandoen?, bleef ik maar tegen haar zeggen. Tot ze zei: en nou is het ook wel een keer genoeg. Je begint bijna te praten als een hulpverlener, zei ze dan, het is ook wel een keer goed. Ik ben nu echt goed met haar, ik heb haar ook toestemming gevraagd voor dit interview.’

Veerle: ‘Spijt komt het best binnen in de meest sobere vorm. Als iemand zo overweldigend spijt betuigt, verliest het zijn glans.’

Remi: ‘Dat klopt ja. Mijn ex dacht ook: daar gáát hij weer voor de zoveelste keer sorry zeggen.’

Veerle: ‘Als je er te veel ruimte voor pakt, gaat het weer zo over jou, in plaats van over het leed wat je háár hebt berokkend. Dan ben je meer bezig met dat zij jouw schuldgevoel moet sussen dan met je verdiepen in haar verdriet, hoe pijnlijk dat ook is om aan te horen. Je moet echt oppassen dat spijt niet over jezelf gaat.’

Voel jij je eigenlijk schuldig dat jij nu niet bij het schoolfeest van je 12-jarige zoontje bent omdat je dit interview geeft, Veerle?

Veerle: ‘Ja heel erg.’

Remi: ‘Dat is zwaar klote.’

Veerle: ‘Bij elke keuze die je maakt, doe je iemand anders tekort. Voor mij is het nu de kunst om me niet vervelend te voelen dat ik niet op het eindfeest van mijn kind ben, maar te zorgen dat ik morgen de hele dag met hem ben en kan kletsen over hoe leuk hij het heeft gehad.’

Het interview zou eigenlijk een week eerder plaatsvinden, maar die afspraak zei je op het laatste moment af om bij Eva te gaan zitten. Voelde je je toen schuldig naar mij?

Veerle: ‘Jaaa. Tuurlijk. Want dan denk ik: ik doe jou tekort, jij maakt tijd vrij, jij moet nu het weekend doorwerken om het op tijd af te krijgen.’

En hoe regel je dat dan met je geweten?

Veerle: ‘Dan maak ik een afweging: bij Eva doe ik Eva en haar redactie tekort als ik niet kom. Het ging om de zaak Inez Weski, daarin had ik al veel tijd voor hen geïnvesteerd. En nu deed ik alleen jou tekort. En hetzelfde geldt voor vanavond: nu doe ik mijn zoon tekort, maar anders dupeer ik jou, de redactie van de Volkskrant en Remi. Dus ik denk: waar maak ik de minste slachtoffers?

‘En zo kent ieder mens wel schuldgevoel. Maar uiteindelijk gaat het erom wat je ermee doet. Ik ga straks mijn zoon knuffelen en kusjes geven en vragen hoe zijn eindfeest was en dan is mijn schuldgevoel morgenochtend hopelijk weer weg.’

Niet te vaak sorry zeggen, hebben we vanavond geleerd.

Veerle: ‘Inderdaad. Ik zal vanavond één keer sorry tegen hem zeggen, in de hoop dat mijn excuus zijn glans behoudt.’

8 november 1977 Geboren in Nijmegen.
1990-1997 Katholiek Gelders Lyceum, Arnhem.
1998-2003 Nederlands recht, Universiteit Utrecht.
2004-heden Van Gessel Advocaten. Advocaat-partner.
2019-heden Nederlandse Orde van Advocaten. Beoordelaar beroepsopleiding advocatuur.
2016-2018 Rechtbank Rotterdam/Midden-Nederland. Plaatsvervangend rechter.
2024-heden Host van podcast Veroordeeld.

Daarnaast is ze onder meer auteur van diverse juridische publicaties en strafrechtdeskundige van het televisieprogramma Eva.

27 november 1980 Geboren in Goirle.
1994-1995 Lagere Technische School.
1995-2017 Leefde op straat en bracht in totaal zes jaar door in detentie.
2015-2017 Was vrijwilliger bij een kringloopwinkel.
2017 Novadic Kentron. Vrijwilliger in de verslavingszorg.
2018-2020 Mbo-opleiding begeleider geestelijke gezondheidszorg met ervaringsdeskundigheid.
2017-2021 SMO Traverse. Ervaringsdeskundige Outreachend Intervention Team.
2021 Zeven maanden sociaal pedagogisch werker met ervaringsdeskundigheid.
2021-2023 iXzelF. Ervaringsdeskundige Beschermd wonen.
2021-2023 SMO Breda e.o. Activeringscoach.
2023-2024 Be-Responsible. Interventionist.
2024-2025 Incluzio Rotterdam. Teamcoördinator Herstelacademie Delfshaven.
2023-2026 Veilig Thuis. Ervaringsdeskundige.
2024-2026 Arosa. Ervaringsdeskundige aanpak huiselijk geweld.
2021-heden REMZ Recovery. Ervaringsdeskundige, trainer, keynote speaker.
2026-heden Oprichter Turning Point.

Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next