Home

Was de berichtgeving over de directeur van het Fotomuseum ‘vernietigend’?

is de ombudsvrouw van de Volkskrant.

Voor de draad ermee dan maar: ik was van plan dit laatste stukje voor de zomerstop ietwat loom te laten zijn, in lijn met het warme weer, de naderende vakantie en een nachtelijk heropgeleefd penaltytrauma. Lessen van de eerste acht maanden ombudsschap, dat idee. En ook: even geen hoog oplopende discussies met de hoofdredactie/verslaggevers/lezers (per week doorhalen wat niet van toepassing is).

Maar toen verscheen een persbericht van de rechtbank Rotterdam met de uitspraak van de rechter over het ontslag van Birgit Donker bij het Nederlands Fotomuseum. Een onderwerp waarover de Volkskrant veel heeft gepubliceerd, bijvoorbeeld het onderzoeksverhaal dat op 1 juli 2025 in de krant verscheen onder de kop: ‘Birgit Donker moest het Nederlands Fotomuseum ‘van de ondergang redden’. Nu staat ze op non-actief’.

Het ontslag, zo oordeelde de rechter maandag, was onterecht. De raad van toezicht had zijn huiswerk niet op orde toen Donker de laan werd uitgestuurd, op basis van het dossier was niet gebleken dat er sprake was van een angstcultuur of sociale onveiligheid.

In het persbericht en de uitspraak stond een zin die veel aandacht naar zich toetrok: ‘De rechter sluit niet uit dat het vernietigende artikel in de Volkskrant een belangrijke rol heeft gespeeld bij het ontslag en voor de raad van toezicht reden was om de bestuurder ‘voor de bus te gooien’.’

Oei. De zin werd overgenomen door het ANP en belandde ook bij andere media in nieuwsberichten. Al snel ontving ik enkele mails met de vraag waar de berichtgeving van de Volkskrant bleef, inclusief het dringende advies eens goed in de spiegel te kijken.

Nadat het uitgebreide nieuwsbericht om 17.49 uur online was verschenen, ontving ik meer mails. Over de auteur: de kunstverslaggever die alle berichtgeving over Donker en het Fotomuseum voor zijn rekening nam, inclusief het onderzoeksverhaal dat door de rechter ‘vernietigend’ was genoemd. Over dat hij de rechter eenmalig bij naam noemde, alsof hij een appeltje met haar te schillen had. En over haar kwalificatie ‘het vernietigende artikel’, die nu juist bij de Volkskrant ontbrak.

Die punten waren mij ook opgevallen. Je kunt, zeker door de opmerking van de rechter, redeneren dat de Volkskrant in het algemeen en de kunstverslaggever in het bijzonder partij zijn in deze kwestie. Dan past terughoudendheid, zelfreflectie en nederigheid. Nu zijn die laatste twee altijd goed, maar ik denk toch dat de kwestie anders – en genuanceerder – in elkaar steekt dan op het eerste gezicht lijkt.

De Volkskrant heeft de schijn wel tegen. Niet alleen door de opmerking van de rechter, maar ook door een klacht die Donker vorig jaar indiende bij de Raad voor de Journalistiek (RvdJ) over het onderzoeksverhaal van 1 juli en het nieuwsbericht over haar non-actiefstelling een paar dagen eerder. Die klacht werd deels gegrond, maar ook deels ongegrond verklaard.

De RvdJ vond dat de krant te summier had verantwoord waarom het verhaal deels op anonieme bronnen was gebaseerd. Dat is ernstiger naarmate de aantijgingen stevig zijn. In het verhaal spraken bronnen van een ‘giftige werkomgeving’, ‘angstcultuur’, ‘onveilige werksfeer’, ‘toxisch management’, ‘schrikbewind’ en ‘narcistisch’ gedrag. De eerste vier termen stonden samen in één alinea, de laatste twee elders in het grote verhaal van vijfduizend woorden.

Die zes diskwalificaties had de krant beter moeten onderbouwen, aldus het oordeel. Want zo waren deze termen (let op: niet het hele verhaal) tendentieus. De hoofdredactie erkent dat dit beter had gemoeten.

Wat deze week ondersneeuwde, was dat de RvdJ verder oordeelde dat er sprake was van ‘gedegen’, ‘langdurig en grondig onderzoek’ en dat het verhaal op ‘meer berust dan uitsluitend de anonieme bronnen’. Ook de wederhoor was op orde. De visie van Donker was ‘in voldoende mate en op juiste wijze in de berichtgeving verwerkt’. Doordat er ook ruimte werd geboden aan de ‘positieve aspecten van het functioneren van de directeur’ was het verhaal volgens de RvdJ niet eenzijdig.

Dat klopt mijns inziens ook: het artikel gaat uitgebreid in op Donkers successen. Ook citeert de kunstverslaggever (oud-)medewerkers die wel enthousiast zijn over haar als leidinggevende.

Voorts wees de RvdJ op het publieke belang van de publicaties, aangezien het om misstanden zou gaan bij een door de overheid gesubsidieerd, nationaal museum. Dat mag worden afgewogen tegen eventuele schade bij Donker.

Een genuanceerd oordeel van de RvdJ dus. Toch spreekt de rechter van ‘het vernietigende artikel’, zonder toe te lichten hoe zij tot die diskwalificatie komt. Ze heeft er in ieder geval geen onderzoek naar gedaan, want de berichtgeving van de Volkskrant was geen onderwerp van onderzoek in de rechtbank. De zaak ging alleen over het onbesuisde ontslag door de raad van toezicht.

Navraag bij de rechtbank leert dat de rechter zich baseerde op termen als ‘narcisme’, ‘toxisch management’ en ‘schrikbewind’. Zware woorden inderdaad, die beter onderbouwd hadden moeten worden, maar ook een miniem onderdeel van een verhaal van vijf krantenpagina’s dat volgens de RvdJ berustte op gedegen onderzoek en niet eenzijdig was.

Het draait in de uitspraak ‘niet om de journalistieke kwaliteit of inhoud van het Volkskrant-artikel’, bevestigt een woordvoerder van de rechtbank. Waarom de rechter dan alsnog sprak van ‘het vernietigende artikel’ – zonder die diskwalificatie te onderzoeken en te onderbouwen, maar wel uit te venten in een persbericht – is mij een raadsel. (En ja, ik zie de ironie.) Het lijkt me iets om over door te praten binnen de rechtbank Rotterdam.

Uit de tijdlijn van de rechter blijkt bovendien dat de raad van toezicht, nadat het concept van het onderzoeksverhaal was toegezonden, aanvankelijk pontificaal achter Donker ging staan en steun uitsprak. In de weken daarna kwam het pas tot een schorsing, omdat er zorgwekkende geluiden uit de organisatie zélf kwamen.

Dit alles laat onverlet dat er nogal wat licht lijkt te schijnen tussen de verklaringen van (oud-)medewerkers en betrokkenen die de Volkskrant optekende en de uitspraak van de rechter, die oordeelde dat ‘sociale onveiligheid of een angstcultuur niet is gebleken’.

Dat komt doordat de rechter kijkt of de raad van toezicht goed heeft gehandeld omtrent het ontslag van Donker: welke redenen hebben de toezichthouders daarvoor aangevoerd en was het dossier op orde?

De raad van toezicht heeft, concludeert de rechter, ‘ernstig verwijtbaar gehandeld’. Zo is er in de zesenhalf jaar dat Donker directeur was slechts één keer een functioneringsgesprek met haar gevoerd (en dat was positief). Ook veegt de rechter een intern en extern onderzoek naar sociale onveiligheid van tafel, omdat deze niet goed opgezet zijn.

Toch betekent dit niet dat de ervaringen van de veertien (oud-)medewerkers en betrokkenen die de Volkskrant optekende, onwaar zijn. Ook de rechter zegt niet af te willen doen aan de beleving van (oud-)medewerkers die uit de onderzoeken blijkt. Het ontslag kan dus onterecht zijn én betrokkenen kunnen nare ervaringen hebben.

Had er dan, naast de terechte opmerkingen van de RvdJ, niets beter gekund aan de berichtgeving van de Volkskrant? Zeker wel. Zo berichtte de krant in maart over het externe onderzoek waarin van ‘een klimaat van angst’ werd gesproken. De rechter uitte harde kritiek op dit onderzoek, omdat het pas werd afgenomen na het ontslag van Donker en er sprake zou zijn van een subjectieve presentatie en vraagstelling.

Op dit soort socialeveiligheidsonderzoeken is doorgaans behoorlijk wat aan te merken. Het zou daarom goed zijn als de krant terughoudend is, er zelf bijzonder kritisch naar kijkt of een deskundige buitenstaander laat meekijken, zoals gebruikelijk is bij wetenschappelijk nieuws.

Ook deed de krant geen verslag van de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak, terwijl de kunstverslaggever wel aanwezig was. Besloten werd om te wachten op de uitspraak. Anders zou er te veel aandacht voor dit onderwerp zijn.

Een gemiste kans, wat mij betreft, omdat lezers dan ook eerder het perspectief van Donker op haar ontslag en het falen van de toezichthouders hadden meegekregen (dit laatste bleek overigens al wel uit de berichtgeving over het externe onderzoek).

In het nieuwsbericht dat de kunstverslaggever deze week maakte over de uitspraak, noemde hij de rechter inderdaad één keer bij naam. Veel verslaggevers doen dat niet, sommigen wel. Er zijn geen regels voor. De verslaggever, die eerder in zijn carrière veel over justitie schreef, benadrukt dat er geen bedoeling achter zat behalve feitelijkheid.

De opmerking van de rechter over ‘het vernietigende artikel’ ontbrak in het nieuwsbericht. Dat was, zo bezweert de kunstverslaggever, niet omdat hij die wilde wegmoffelen. Zijn ruimte was beperkt, hij wilde ruim baan geven aan het inhoudelijke relaas van de rechter over het ontslag. Bovendien was de bewering volgens hem feitelijk onjuist, maar dat zou weer veel uitleg vergen.

Lezers vonden het opvallend dat andere media er wel over schreven, en de Volkskrant niet. Terecht: de redactie moet niet de indruk wekken onwelgevalligheden te willen verdoezelen. Het citaat van de rechter, hoe opmerkelijk ook, werd door het persbericht onderdeel van de nieuwsdynamiek. En dan is het goed daarop te reageren. Bijvoorbeeld in een apart kader, met een reactie van de hoofdredactie.

Die ziet dat achteraf ook, maar op dat moment leek het de hoofdredactie niet gepast om te reageren: ‘De rechtszaak ging niet over ons.’

Vermoedelijk zijn we nog niet uitgepraat over algemene kwesties die aan deze casus raken, zoals het gebruik van anonieme bronnen. Maar dat komt later. Tot in augustus.

Ombudsvrouw Loes Reijmer behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de journalistiek van de Volkskrant. U kunt haar per mail bereiken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next