Het kabinet van premier Rob Jetten is de afgelopen maanden behoorlijk voortvarend van start gegaan. De bewindslieden van D66, VVD en CDA dienden meer wetsvoorstellen in dan voorgaande kabinetten in vergelijkbare periodes. Ook werden meer wetsvoorstellen aangenomen.
is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Het aantal wetsvoorstellen dat een kabinet door de Tweede Kamer heen loodst, geeft een grof beeld van het politieke succes van een kabinet. De cijfers zeggen niets over het belang of de gevoeligheid van de nieuwe wetgeving, maar wel over de slagkracht van een regering. Omdat D66, VVD en CDA in de Tweede Kamer geen meerderheid hebben, is nieuwe wetgeving doorvoeren voor de huidige regering extra complex.
Aan werklust ontbreekt het de huidige ministers en staatssecretarissen in ieder geval niet. In de eerste 130 dagen van kabinet-Jetten kreeg de Tweede Kamer 56 nieuwe wetsvoorstellen en wetswijzigingen voorgelegd. Dat is ongeveer 75 procent meer dan in de eerste maanden van de twee vorige kabinetten, met Mark Rutte en Dick Schoof aan het roer.
Omdat het de Tweede Kamer gemiddeld bijna een jaar kost om een wetsvoorstel te behandelen, is over de meeste voorstellen van kabinet-Jetten nog niet gestemd. Van de wetsvoorstellen die sinds het aantreden van de huidige regering werden aangenomen, kwam ruim 80 procent nog uit de koker van kabinet-Schoof. Dat kabinet kreeg in zijn eigen regeerperiode relatief weinig gedaan. Kabinet-Jetten is met zeven aangenomen wetsvoorstellen van eigen makelij tot dusver al redelijk productief.
Ongeveer driekwart van de nieuwe wetsvoorstellen van kabinet-Jetten kwam tot dusver van een bewindspersoon van de VVD. Vooral minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) diende veel wetsvoorstellen in. D66-ministers Jaimi van Essen (Landbouw), Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel) en Elanor Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting) dienden nog geen enkel wetsvoorstel in.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant