De olieprijs is gedaald nu de schepen weer langzaamaan door de Straat van Hormuz varen. Toch is de situatie nog allesbehalve normaal: de scheepvaart kampt met veiligheidsrisico's en grote onzekerheid.
De onrust op zee als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten zorgde ervoor dat de olieprijs omhoogschoot, uit angst voor het stilvallen van een groot deel van de olie-export uit die regio. De internationale olieprijs is gedaald nu handelaren verwachten dat er weer voldoende olie door de Straat van Hormuz kan worden vervoerd.
Dat is nu al te merken aan de pomp. Ook voordat de eerste schepen de Rotterdamse haven hebben bereikt is tanken al een stuk goedkoper.
Dat het aantal schepen door de Straat nog schommelt, lijkt vooralsnog weinig uit te maken voor de brandstofvoorziening. "Voor die voorziening zijn ongeveer acht olietankers per dag al genoeg om weer op het niveau van vóór de oorlog uit te komen", zegt beleidsadviseur Casper Roerade van ondernemersorganisatie evofenedex. Daarbij helpt ook dat de vraag naar olie lager ligt, onder meer doordat China minder importeert.
Toch blijft de situatie onzeker. Sinds het bestand tussen de Verenigde Staten en Iran komt het verkeer door de Straat van Hormuz weliswaar weer op gang, maar van een normaal beeld is nog geen sprake. Vorige week passeerden zo'n zeventig schepen per dag de strategische vaarroute, tegenover ruim honderd vóór de oorlog.
Na nieuwe aanvallen tussen Iran en de VS vorige week zakte dat aantal weer flink. Woensdag voeren volgens evofenedex nog maar 44 schepen door de zeestraat. "Er is op dit moment meer risico dan vorige week werd gedacht", zegt Roerade. "We zijn zeker nog niet terug in de situatie van vóór de oorlog."
Dat merken ook de rederijen die schepen in de Perzische Golf hebben liggen. De internationale maritieme organisatie (IMO) begeleidde vorige week tijdelijk schepen door het gebied, maar stopte daarmee na de aanval op een vrachtschip. De begeleiding is nog altijd niet hervat.
"We moeten de komende weken afwachten of de rust daadwerkelijk terugkeert en schepen hun werk weer veilig kunnen doen", zegt een woordvoerder van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR).
Volgens de KVNR blijven de gevolgen niet beperkt tot de brandstofprijs. "Als schepen niet kunnen varen, lopen logistieke ketens vast en worden transporten duurder. 90 procent van alles om ons heen wordt over zee vervoerd. Nu de scheepvaart weer op gang komt, kunnen ook die transportkosten langzaam weer dalen."
Daardoor kan uiteindelijk ook de druk op bijvoorbeeld voedselprijzen afnemen. De meeste goederen voor Nederland worden overigens niet via de Straat van Hormuz vervoerd. De schepen met een Nederlandse link die tijdens het conflict stil kwamen te liggen zijn vooral actief in de regio zelf, bijvoorbeeld voor baggerwerk of op routes naar andere delen van Azië.
Hoewel de situatie rustiger is, blijft de toekomst onzeker. Iran heeft aangekondigd na het zestig dagen durende bestand tol te heffen voor schepen die de Straat van Hormuz passeren. Ook Oman heeft gesproken over mogelijke servicekosten.
"De zeevaart wordt steeds vaker als geopolitieke speelbal gebruikt. Dat is zorgwekkend", zegt de woordvoerder van de KVNR. Roerade voegt toe: "Dat zou een schadelijk precedent zijn. Internationale vaarroutes moeten niet worden gebruikt om politieke of economische doelen af te dwingen. Hoe dat uiteindelijk uitpakt is nog onzeker, maar we zijn wel in een minder gunstige situatie beland dan vóór de oorlog."