Home

Niet eerder stond er zo’n verzameling extreem getalenteerde wielrenners aan de start van de Tour

is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

De Tour de France van 2026, jaargang 113, is de sterkst bezette aller tijden. Niet eerder stond er zo’n prachtige verzameling extreem talentvolle renners aan de start. De winnaars van de Rondes tussen 1903 en 2019 zouden in 2026 allemaal kansloos zijn geweest voor de eindzege – die van 2020 niet, want die heette Tadej Pogacar.

Ik weet het, het zijn onbewijsbare en dubieuze beweringen, op de eminente wielerstatistieksite PCS zijn ze het niet met me eens, daar tellen ze tientallen Rondes van Frankrijk die zwaarder bezet waren: lies, dirty lies, statistics.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Wielrennen is, gemeten naar de fysieke kwaliteiten van de renners, de afgelopen tien jaar een andere sport geworden. Dat is wél te bewijzen: Coppi, Merckx, Armstrong: ze haalden zelfs gevuld met dope bij lange na niet de wattages waarmee Pogacar, Vingegaard, Del Toro en zelfs de jonge Seixas tegen berghellingen oprazen; ze konden alleen maar dromen van de gemiddelden van Evenepoel in een tijdrit.

In het voetbal zijn de meetbare prestaties ook toegenomen, maar in die sport kun je nog volhouden dat Cruijff en Maradona ook in 2026 bij de beste spelers na het WK zouden hebben behoord, zeker als Cruijff wat minder zou roken.

Het wielrennen is geëvolueerd naar een sport waarin de wetenschap het voortouw heeft genomen. De trainingsmethoden waarmee renners nog niet eens zo heel lang geleden de top bestormden, zijn verouderd en achterhaald. Wat vijftien jaar geleden begon met Team Sky is sindsdien geperfectioneerd: Pogacar is, behalve een atleet met een fenomenale natuurlijke aanleg, ook een fietsend wetenschappelijk experiment, net als zijn grootste concurrenten trouwens.

Het hele wielrennen is een laboratorium geworden waar menselijke vermogens worden getest en waar voortdurend wordt gezocht naar optimalisering van de details. De ploegentijdrit waarmee de Tour zaterdag begint is door de wetenschappelijke staf van de beste ploegen tot op de meter met AI voorbereid en geanalyseerd: wie waar op kop moet sleuren en met welke wattages, hoelang zijn beurt moet duren en waar de kopman zijn sprint naar de top van de Montjuïc moet aanvangen.

De spectaculaire prestatieverbeteringen leiden onvermijdelijk tot verdachtmakingen, met name aan het adres van de GOAT, Pogacar. Het blijft wielrennen, de sport waar het wantrouwen is uitgevonden. Naïef kun je sinds Armstrong niet meer zijn, maar voor het gebruik van een Sloveense toverdrank ontbreekt tot dusver elk bewijs.

De paradox: in een door data en wetenschappelijke inzichten geregeerde sport slaagt een heel peloton er niet in om één supertalent in toom te houden. Dat heeft de voorspelbaarheid vergroot. Wint Pogacar de Tour niet, dan is sprake van een sensatie of van een onverwachte ontwikkeling die niemand had kunnen voorzien.

Dat kun je saai noemen, maar dat is het niet. Je kunt ook van Pogacar genieten zoals je geniet van een extreem getalenteerde pianist die je tot tranen toe ontroert, van de schrijver van een geniaal boek of de prijswinnende taartenbakker in Heel Holland bakt. Van de superioriteit, van de mens op zijn best.

En voor wie dat niet genoeg is om geboeid te blijven kijken, is er nog altijd één domein waarop de wetenschap nog geen vat heeft gekregen, een soort last resort voor romantici zoals ik: de menselijke geest. Soms kunnen atleten meer dan in de laboratoria is vastgesteld, soms is de geest sterker dan het lichaam en voltrekt zich het onmogelijke en het onverklaarbare: magie is zeldzaam, maar ze bestaat nog.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next