Paulina van Gilst (57) is een van de kinderen van wie een moeder gedwongen afstand moest doen. Nu de overheid excuses heeft aangeboden, is ze dankbaar. Haar verhaal laat zien hoe groot de gevolgen van gedwongen afstand en adoptie kunnen zijn.
De overheid bood zogenoemde afstandsmoeders, afstandsvaders en afgestane kinderen donderdag officieel excuses aan. Tussen 1956 en 1984 stonden namelijk duizenden - met name jonge en ongehuwde - zwangere vrouwen onder zware druk van hulpverleners, religieuze instanties en familie.
Een zwangerschap buiten een huwelijk gold destijds als een maatschappelijke schande. Moeders kregen daarom te horen dat afstand doen de beste optie was voor hun kind.
Dat proces begon met de invoering van de Adoptiewet in 1956. Door de wet kan het juridische ouderschap worden overgedragen aan de wensouders en wordt de band met de biologische ouders verbroken.
De pakweg vijftienduizend gedwongen afgestane kinderen hebben ieder hun eigen verhaal. Sommigen kwamen goed terecht en kijken amper nog achterom, maar het loopt ook regelmatig anders. In het geval van Van Gilst is de adoptie uiteindelijk teruggedraaid. Zij draagt nog altijd de pijnlijke gevolgen van de manier waarop haar adoptie tot stand kwam.
Toen Van Gilst geboren werd, werd haar moeder via de Raad van Kinderbescherming gedwongen haar af te staan. "Mijn Nederlandse moeder werkte in Zwitserland, waar ik geboren ben. Omdat ik als Nederlandse niet langer dan drie maanden in Zwitserland mocht verblijven, keerden mijn moeder en ik toen ik tien dagen oud was tijdelijk terug naar Nederland."
De moeder van Van Gilst was een alleenstaande moeder van 23 jaar oud en kwam al snel in contact met de Raad van Kinderbescherming. "Sinds mijn aankomst in Nederland ben ik tot mijn derde jaar in meerdere kindertehuizen ondergebracht, waar mijn moeder vaak op bezoek kwam. Ondanks dat mijn moeder destijds gewoon onderdak had en al snel aan een baan kwam, mocht mijn moeder mij alsnog niet terugnemen van de Raad van Kinderbescherming."
Volgens Van Gilst hadden het Leger des Heils en de Kinderbescherming destijds toegezegd dat haar moeder de volledige zorg weer op zich zou mogen nemen. Toch werd dit op het laatste moment door de Raad van Kinderbescherming afgewezen. "De Raad stelde zelfs voor om de kosten van de kindertehuizen kwijt te schelden als mijn moeder ermee instemde mij af te staan voor adoptie. Daar stemde ze niet mee in."
Toch verliet Van Gilst het kindertehuis van het Leger des Heils toen ze drie jaar oud was. Niet via een officiële adoptie, maar omdat een zuster haar in huis nam. Dat lijkt niet volgens de gebruikelijke en formele adoptieprocedure te zijn gegaan. "Het begon met weekendjes weg naar het huis van de zuster. Als mijn moeder dan op bezoek kwam, ging ik weer terug naar het kindertehuis."
"Uiteindelijk kwam ik zonder overleg met mijn moeder permanent terecht in het huis van de zuster. Pas toen ik zeven was, werd ik officieel door dezelfde zuster geadopteerd, terwijl ik de jaren daarvoor ook al bij haar woonde." Toen Van Gilst veertien jaar werd, zocht ze contact met haar moeder. "Ik groeide bij de zuster op in een naar pleeggezin, waar ik veel negatieve verhalen over mijn biologische moeder hoorde. Juist omdat mijn moeder destijds contact is blijven zoeken, voelde ik de behoefte om haar zelf ook te benaderen."
Sindsdien bouwden Van Gilst en haar moeder een hechte band op. "Dit was geen vanzelfsprekende moeder-dochterrelatie. Dat het haar destijds niet is gelukt om voor mij te zorgen, heeft haar ontzettend veel pijn gedaan. Ik zie haar als een sterke en zachtaardige vrouw. En samen hebben wij ondanks onze trauma's een unieke band ontwikkeld, met wederzijds begrip en liefde voor elkaar."
Vele jaren na hun ontmoeting, na een lang en ingewikkeld proces, wisten Van Gilst en haar moeder samen de adoptie te laten herroepen.
Van Gilst baseert haar verhaal op dossiers van de Raad voor de Kinderbescherming, correspondentie in de vorm van brieven, haar eigen ervaringen en de verhalen van haar moeder zelf.
"Ik heb het geluk gehad dat ik bijna volledige inzage kreeg in de dossiers van de Raad voor de Kinderbescherming, omdat mijn moeder daarvoor toestemming had gegeven. Er zijn een 'afstandsdossier', waar alleen de moeder toegang toe heeft, en een 'adoptiedossier' voor het kind. Veel afgestane kinderen krijgen geen volledige inzage en blijven hun hele leven op zoek naar antwoorden over hun biologische familie."
"Wij zijn een soort zoekmachines geworden als afgestane kinderen, en dat vind ik heel triest. Ik vind dat een volledige inzage mogelijk zou moeten zijn, want het gaat desnoods over jouw eigen leven."
Van Gilst was donderdag in Amare in Den Haag, waar de overheid haar excuses heeft aangeboden. "Mijn moeder heeft dit vandaag helaas niet kunnen horen, want zij is er niet meer. Wat er is gebeurd, heeft een onherstelbare impact gehad op ons leven. Juist daarom betekent het veel voor mij dat hier eindelijk excuses voor worden aangeboden. Toch zou het meer instanties sieren als ze met excuses komen."
Source: Nu.nl algemeen