Zaterdagavond speelt Marokko in de achtste finale van het WK tegen Canada. Beide landen worden geleid door een bijzondere bondscoach. De een is ‘enorm bescheiden’, de ander extravert en onbevreesd.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
‘Marokko heeft ieders respect verdiend’, zei Mohamed Ouahbi op rustige toon tegen enthousiaste verslaggevers, na de wedstrijd Nederland-Marokko. ‘Niet door wat we hebben gezegd, maar door wat we hebben laten zien.’
Ouahbi (49) is de in maart aangestelde bondscoach van Marokko. Zijn cv is honderd keer minder imposant dan dat van de bondscoach met wie hij de degens kruiste in de eerste knock-outronde op dit WK, Ronald Koeman. Ouahbi heeft ook niet de bravoure van Koeman. Maar waar die laatste bijna vier jaar aan zijn team had kunnen sleutelen, liet Ouahbi zijn ploeg voetballen met lef, aanvalslust, beweging, energie, discipline en tactisch vernuft, waarmee hij van Koeman een keizer zonder kleren maakte.
Marokko treedt zaterdag in Houston tegen Canada aan als grote favoriet. Er is onder Marokkanen vertrouwen in de coach, die vlak voor de strafschoppenserie tegen Nederland voorging in gebed. In de islamitische wereld was dat een beeld dat beklijfde.
Ouahbi wilde na afloop niet de focus op zijn eigen daden leggen. Hij stelde dat zijn spelers werden gedreven door iets wat groter is dan voetbal. Maar dat de motivatie ook schuilde in het aardse feit dat er 44 miljoen Marokkanen zonder slaap naar hun werk zouden gaan, vanwege de nachtelijke wedstrijd tegen Nederland. Dus, zo zei hij tegen zijn spelers, als jullie je moe voelen, hebben jullie geen reden om te klagen. We moeten voor het Marokkaanse volk spelen.
De in Brussel geboren Ouahbi gaf daarnaast credits aan zijn voorganger Walid Regragui. De opmars van Marokko op het WK 2022 in Qatar, waar het de halve finale bereikte, heeft ervoor gezorgd dat Marokkaanse spelers in zichzelf zijn gaan geloven. Ouahbi overtuigde hen er vervolgens van dat ze wedstrijden konden domineren, zelfs tegen de grote landen. Dat ze samen bergen kunnen verzetten.
Hij had al het voorbeeld gegeven met Marokko onder 20 jaar, dat in oktober 2025 onder zijn leiding wereldkampioen werd. Niet veel mensen kenden hem voordien. Ouahbi was eerst leraar op een basisschool, maar hij voelde zich niet comfortabel voor een groep mensen, gaf hij later eerlijk toe. Hij streek als jeugdtrainer neer bij Maccabi Foot Brussels, diepgeworteld in de Belgisch-Joodse gemeenschap, waar hij zich in pedagogisch en communicatief opzicht ontwikkelde.
Na zeven jaar ging hij bij Brussels grootste club Anderlecht aan de slag in de opleiding. Liefst zeventien jaar werkte hij daar, onderbroken door een weinig gelukkig uitstapje als assistent-coach bij het eerste. Toen hij in 2022 afscheid nam, werd hij op de website uitgebreid bedankt door de club, iets wat zelden gebeurt bij jeugdtrainers.
‘Mo kende vele successen en had een belangrijk aandeel in de sportieve en persoonlijke vorming van spelers zoals Youri Tielemans, Dodi Lukebakio, Alexis Saelemaekers, Bilal El Khannouss en Jérémy Doku. Een icoon vertrekt, maar de paars-witte familie zal hem niet vergeten.’
Jean Kindermans, jarenlang hoofd opleiding bij Anderlecht, verklaart de lofzang als volgt: ‘Als jeugdtrainer had Ouahbi de gunfactor bij iedereen, spelers en bestuurders. Omdat hij niet alleen goed was als trainer, maar ook een sterke motivator is met normen en waarden. Hij weet alles, is echt een voetbalencyclopedie, maar blijft enorm bescheiden.’
‘Hij is bezeten door zijn vak en alle aspecten van het coachen. Het is een zeer nederige man. Bedachtzaam en geduldig’, zei David Steegen, een andere oud-collega bij Anderlecht in het magazine Bruzz.
Ouahbi werd na de wereldtitel in een speciale ceremonie, waar spontaan honderd vooral jonge plaatsgenoten op afkwamen, uitgeroepen tot ereburger van Schaarbeek, een Brusselse wijk ten noorden van het centrum. ‘Hard werken en goed naar je ouders luisteren’, gaf hij de jeugd mee als tip.
Nu zijn bekendheid is gegroeid, loopt hij in zijn vrije tijd het liefst rond met een pet op, om niet herkend te worden.
Ouahbi vindt dat ook zijn stafleden bij de Marokkaanse ploeg lof verdienen. Hij wordt bijgestaan door onder meer de Portugees João Sacramento, voorheen jarenlang de tactisch sterke rechterhand van José Mourinho.
Best opvallend: met zijn spelers sloot Ouahbi een ‘moreel contract’ af om de stabiliteit en discipline binnen de ploeg te waarborgen. De trainer gebruikt daarnaast veel data om tot keuzes te komen.
Hij waarschuwde dat Canada in de achtste finales een zware tegenstander zal worden. ‘Niemand kan ons stoppen als we het voetbal spelen dat we in huis hebben,’ zei hij. ‘Maar niemand is onverslaanbaar. We moeten tegelijkertijd nederig blijven.’
Ruud Gullit was er achttien jaar geleden niet helemaal gerust op, zei hij in de catacomben van het stadion van zijn club LA Galaxy. De glamourclub uit Los Angeles moest spelen tegen stadgenoot Chivas USA. En zijn aanvoerder David Beckham had weinig trek in die wedstrijd, want bij Chivas speelde ‘een gek op het middenveld,’ wist Gullit.
In een van Beckhams eerste wedstrijden had die gek de beroemdste speler van de Amerikaanse competitie (MLS) direct een trap in zijn buik verkocht, en hem daarna nog even flink uitgekafferd.
Die gek heet Jesse Marsch en is thans bondscoach van Canada. Nog steeds houdt de Amerikaan uit de Midwest zich niet in. Langs de lijn voerde hij dit WK een enorme vreugdedans uit, nadat zijn ploeg op 2-0 was gekomen tegen Qatar. Toen Julen Lopetegui, de bondscoach van Qatar, hem na afloop wilde aanspreken op zijn gedrag, had Marsch daar geen behoefte aan. Hij hield dolblij zes vingers op naar het publiek in Vancouver, want het was 6-0 geworden.
Na de late overwinning op Zuid-Afrika in de eerste knock-outronde, waardoor Canada een nieuwe mijlpaal bereikte, ging Marsch (52) te midden van zijn spelers staan, met de camera’s op hem gericht. ‘Jullie zijn Canadese helden!’, zei hij meermaals in zijn speech.
Op de Amerikaanse zender Fox zei analyticus Peter Schmeichel dat Marsch dit in de kleedkamer had moeten doen. Het antwoord van Marsch: ‘I don’t give a shit what people think. Het enige wat voor mij telt, is ons eigen team en wat we samen doen.’
Dit is geen coach die ergens doekjes om windt. Toen de Amerikaanse bond hem in 2024 wilde overnemen van de Canadese, wees hij dat af, omdat hij eerst veranderingen in het bondsbestuur eiste. En toen de Amerikaanse president Donald Trump Canada wilde inlijven, kreeg ook hij Jesse Marsch op zijn dak.
‘Als ik één boodschap heb voor onze president, dan is het wel: stop met die belachelijke retoriek. Als Amerikaan schaam ik me voor de arrogantie en het gebrek aan respect voor een van onze oudste, sterkste en loyaalste bondgenoten.’
Over zijn prestaties met Canada bestaat geen enkele discussie. Marsch heeft een ploeg geboetseerd die zijn eigen karakter weerspiegelt: agressief, onbevreesd, extravert, avontuurlijk, origineel, leergierig en slim.
Marsch kwam als voetballende geneeskundestudent aan de universiteit van Princeton al in aanraking met het trainersvak. Toen zijn cijfers minder werden, haalden zijn ouders hem terug naar Racine, in Wisconsin, om een jaar te gaan werken.
Door dat tussenjaar mocht hij bij terugkeer op Princeton een jaar niet voetballen bij Princeton Tigers. Daarop wierp hij zich op als speler-coach van de reserves. Hij regelde gouden shirts, noemde zijn ploeg het gouden team en zweepte ze dusdanig op dat het eerste team elke training tot het uiterste moest gaan om te winnen. In de lokale media kraakte Marsch die eerste elftalspelers vervolgens volledig af.
In de kern is hij nog dezelfde coach als toen. ‘Ook met Canada weiger ik te falen. Ik wil altijd winnen. Zelfs als ouder, en in het dagelijks leven, heb ik mijn gedrag moeten aanpassen om draaglijk te blijven. Maar wat deze baan betreft: het is geen toeval dat ik hier goed in ben. Mijn vastberadenheid om er alles aan te doen is extreem groot.’
Het leven van deze yankeeversie van Louis van Gaal is rijp voor een Hollywoodfilm. Op zijn 16de verhuisde Marsch op eigen houtje een tijdje naar Californië, de huur betaalde hij met een slinks verkregen onderzoekssubsidie. Een vakantie naar Jamaica financierde hij door met het spel backgammon geld te winnen van zijn huisgenoten.
Na zijn voetbalcarrière, met twee interlands voor de VS, werd hij opgemerkt door New York Red Bulls, waar hij zeer succesvol was als coach. Vervolgens diende hij ook de Europese clubs van de energiedrank, Salzburg en Leipzig.
Net als Van Gaal gaf hij zelf het goede voorbeeld door altijd en overal scherp te zijn. Als trainer van Leeds United opende hij onder andere de ogen van Crysencio Summerville.
‘Ik had niet altijd zin om te trainen,’ vertelde de Nederlander drie jaar geleden. ‘Maar ik hoorde elke dag: jij hebt een heel groot talent, je kunt op het niveau van de jongens die om de Ballon d’Or strijden komen, maar het komt je niet aanwaaien. Elke dag als je hier de poort doorrijdt, moet je trainen om beter te worden.’
Het waren vooral ervaren spelers die dat tegen Summerville zeiden. Maar Marsch stuurde dat aan. Summerville: ‘Hij is echt een goede coach, hij sprak veel met me, liet me meer spelen, hielp me gedisciplineerder te worden. Sindsdien zit ik in een tunnel: ik moet die top halen.’
Ook bij het Canadese elftal bracht Marsch nieuwe energie en zelfvertrouwen, waarbij hij zelf graag de rol van boegbeeld op zich neemt. Dat de term ‘Marschball’ wordt geplakt op het spel van zijn ploeg, vindt Marsch bijvoorbeeld prima.
De trainer zal zich nooit laten muilkorven, kondigde hij al aan. ‘Ik zal altijd zeggen wat ik denk, hoe ongewoon dat ook is in deze branche.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant