Home

‘Zij kwam bij mij op visite, maar het was of ik thuiskwam bij haar’

Lang voelde Menno zich ongemakkelijk bij vrouwen, zeker in publieke gelegenheden. Tot hij een vrouw ontmoette die hem geruststelde. Plots ging alles vanzelf, ‘als een riviertje dat zacht kabbelend zijn weg zoekt’.

is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.

Menno, 27:

‘Ik heb vanaf mijn 20ste veel gedatet, maar bij geen enkele vrouw lukte het om me open te stellen. Ik verbeeldde me dat er een blauwdruk bestond voor hoe je moest daten, dat iedereen die kende, behalve ik. Als een vrouw zei: kom je koffie bij me drinken, dan zat ik soms lang te wachten op de koffie, terwijl ze eigenlijk alleen maar met me naar bed wilde. Ik heb ook meegemaakt dat iemand zei: ‘ik heb nu geen tijd’, en dat ik niet begreep dat ze me gewoon afwimpelde. Dan belde ik een paar weken later met de vraag of ze nu misschien wel tijd had.

‘Mijn vrienden hoorden me graag uit over al mijn avonturen, met al die snelle contacten zagen ze mij als een soort casanova, maar het tegendeel was waar. Ik was vooral bezig met het doorgronden van al die ongeschreven wetten. Wat ook niet hielp, is dat ik in een vol café snel overprikkeld raak, dan gaan mijn ogen pijn doen, ik registreer alles wat er om me heen gebeurt tot in de kleinste details – een groep meisjes die giechelend binnenkomt, twee jongens die een biertje bestellen en de man achter de bar die ze niet verstaat en het verkeerde biertje inschenkt, een bloedmooi meisje dat in haar eentje aan een tafeltje zit te wachten. Ik doe een poging mij te concentreren op de date tegenover me, die bijvoorbeeld rode nagels heeft en een matchende trui, ik probeer uit alle macht mijn ongemak te maskeren, maar raak al snel uitgeput, een vastgelopen computer.

Poolcafé

‘Zo ging het steeds, tot ik er twee jaar geleden met een goede vriendin over sprak. Ze zei: je moet gewoon zeggen wat er met je aan de hand is, vertel een meisje dat je overgevoelig bent.

‘De eerstvolgende keer bracht ik haar advies in praktijk. Mijn date was 30, ik was 25. Eigenlijk wisten we allebei al snel dat wij geen match waren, de ideale gelegenheid dus voor een experiment. We hadden afgesproken in een poolcafé midden in Amsterdam. Het was zondagavond en druk en net op het moment dat alle indrukken, geluid, beelden en interacties tussen mensen me te veel dreigden te worden, zei ik: laten we een eindje gaan lopen.

‘Gewoon vertellen hoe je in elkaar steekt, herhaalde ik in mezelf en eenmaal buiten voelde ik me opgelucht. Ha sukkel, dacht ik, zo simpel kan het dus zijn. Zeggen: ‘Binnen is het me te druk.’

‘We liepen een stuk langs de Amstel, het water kalmeerde me en op een steigertje hebben we heel lang gepraat, over van alles. Wow, dacht ik, ze is niet gillend weggelopen omdat ik de avond een andere richting heb gegeven. Eerder zou ik mijn zwakte hebben verborgen, tegen beter weten in in dat café zijn blijven zitten, iets wat altijd zoveel energie kostte dat ik aan kennismaken niet eens meer toekwam.

‘Een half jaar later had ik een match met een meisje dat ik al langer vaag kende. Ze was mooi, lief, leuk, dat wist ik allemaal omdat ze bevriend was met vrienden van me. Van een afstandje had ik haar vaak bewonderd, dus toen ze me terug likete, ontsnapte er een gejuich aan mijn keel als van een tennisspeler.

‘Ze wilde afspreken, maar ging die middag naar een wijnfestival en ik wist: dat is niets voor mij. Ik stelde voor dat ze na afloop bij mij zou komen eten. Ze stemde toe.

‘Bij de Lidl kocht ik zo’n kant-en-klaarpakket voor groene curry en vegetarische kip, ik stak de kaarsen aan, dimde het licht, deed een paar passen achteruit om het geheel te kunnen overzien, draaide de kaarsen een beetje zodat de merknaam niet langer zichtbaar was en wachtte af.

Geen ongemak

‘Tegen de tijd dat de bel ging, waren mijn zenuwen op piekniveau. Ik woonde in die tijd op driehoog, ik hoorde haar stem door de intercom en dacht, ja, ja, dat is waar, dit is hoe haar stem klinkt. En toen ik even later de cijfers van de lift zag verspringen van 1 naar 2 naar 3, hield ik het bijna niet meer. Ze stapte de lift uit. Ze deed drie stappen naar me toe en omhelsde me. Niet zo’n korte obligate hug met een schouderklopje, maar net iets intenser, iets meer gemeend.

‘Goed je te zien’, zei ze rustig, en daarmee was de toon gezet. Zij kwam bij mij op bezoek, maar het was of ik thuiskwam bij haar. Ze liep de kamer in. Meestal ben ik degene die op zo’n moment alweer een detail bij de ander ontdekt en het nodig vindt daar iets over te zeggen, maar in dit geval nam zij het woord.

‘Ze overzag de gedekte tafel en zei: wat heb je alles goed voorbereid. Toen begreep ik: de blauwdruk kan definitief het raam uit. Er waren geen codes die gekraakt moesten worden. De ruimte tussen ons werd niet gevuld met ongemak. Alles ging vanzelf dit keer, als een riviertje dat zacht kabbelend zijn weg zoekt.

‘En om nog even in de riviermetafoor te blijven: tot die dag had ik me tijdens het daten altijd gevoeld als een man die met een grote boot onder zijn arm langs de oever loopt, op zoek naar een geschikte plek de boot te water te laten, maar nu merkte ik dat een willekeurige plek goed genoeg was.

‘Toen ik eerlijk zei dat ik zenuwachtig was geweest voor haar komst, legde ze even haar hand op mijn schouder en zei, ‘wat lief’. En toen ik later verbazingwekkend moeiteloos vertelde waarom ik liever niet in een café afsprak, maar thuis, zei ze: ‘Wat mooi dat je jezelf zo kent.’ Ik wist niet wat ik hoorde, ‘wat mooi’, dat had nog nooit iemand gezegd. Het was of ieder moment de presentator van tv-programma Banana Split tevoorschijn kon komen en ‘gefopt’ zou gaan roepen.

‘De curry was zo op, later bekende ze dat ze liever echte kip had gehad, maar we zijn nog uren aan tafel blijven zitten en hebben over van alles gepraat, over mijn promotieonderzoek, haar basisschool en mijn multiculturele basisschool in een buitenwijk van Amsterdam. Hoe fijn ik het daar had.

‘Vijf uur later stapte ze op. Ik vroeg of ik haar mocht zoenen en dat mocht. Daarna bracht ik haar naar haar fiets, en de deur was nog niet dicht of ik juichte opnieuw, dit keer met een gebalde vuist in de lucht: ‘Yes!’ Twee maanden later was de relatie officieel. We zijn nu alweer langer dan een jaar samen, ik vind het nog steeds een wonder: voor haar is mijn overgevoeligheid geen handicap, maar een kracht.’

De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Menno gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.

Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.

Meedoen? Mail een korte ­toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.

Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next