Home

Opinie: Wie bang is voor de manosfeer, moet ook kijken naar wat we offline laten passeren

De manosfeer heeft vrouwenhaat niet uitgevonden. Zij heeft hem slechts zichtbaarder, harder en winstgevender gemaakt.

De laatste tijd maken we ons massaal zorgen om de manosfeer. Forensische instellingen zien dat steeds meer jongens en jonge mannen met problematisch gedrag beïnvloed worden door online gemeenschappen waarin vrouwenhaat wordt verpakt als mannelijkheid. Onderwijsprofessionals waarschuwen dat zij die invloed terugzien in de klas: in grappen over vrouwen, dominant gedrag en nauwe ideeën over wat een jongen hoort te zijn.

Die ontwikkeling verdient aandacht, maar openlijk seksistisch gedachtegoed is natuurlijk niet ontstaan door influencers en schimmige internetfora. Wie alleen naar die extreme vorm kijkt, mist de alledaagse patronen waarin seksisme al veel langer wordt getolereerd: in taal, omgangsvormen en verwachtingen. Bovendien is de reflex veelal om de sfeer te redden, in plaats van de grens te bewaken.

Over de auteurs

Anne Buunk is klinisch neuropsycholoog en universitair docent. Sara Khosdelazad is psycholoog in opleiding tot GZ-psycholoog en postdoctoraal onderzoeker. Beiden zijn initiatiefnemers van de campagne Kaartje erbij, seksisme voorbij.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Achteloos

Seksisme begint zelden met grote woorden, maar vaker met een opmerking die net achteloos genoeg klinkt om er iets van te zeggen. Tijdens een vergadering wordt gesuggereerd dat een vrouwelijke collega wel even de notulen kan bijhouden, terwijl zij de deskundige aan tafel is. Een vrouw wordt omschreven als ‘emotioneel’ wanneer ze zich uitspreekt, terwijl dezelfde feedback afkomstig van een man als ‘direct en duidelijk’ wordt gewaardeerd. Een familielid roept op een verjaardag: ‘Zij wil vast geen kinderen, ze is zo lekker met haar carrière bezig!’

In de paar seconden daarna gebeurt er meestal veel: iemand voelt dat er iets misgaat, iemand lacht om de spanning te breken, iemand wacht tot een ander reageert. Omdat niemand iets zegt, krijgt wat net gezegd is precies wat het nodig heeft om normaal te blijven: ruimte.

Alledaags seksisme is vaak niet spectaculair of direct aanstootgevend. Juist daarin schuilt de hardnekkigheid. Het shockeert niet direct, maar blijft hangen: een opmerking over haar lichaam terwijl het over werk zou moeten gaan, een grap over hormonen wanneer ze boos is, een vraag over kinderen alsof een vrouwenleven pas volwaardig is wanneer ze moeder is, een correctie op toon terwijl haar punt ongemoeid blijft.

Inschatten

Daar wordt de oude norm beschermd. Niet alleen door degene die de opmerking maakt, maar ook door de kring eromheen. Degene die geraakt wordt, moet in een fractie van een seconde inschatten wat reageren kost. Word ik serieus genomen? Maak ik het groter? Word ik lastig gevonden? Omstanders maken intussen hun eigen berekening: was het erg genoeg, is dit mijn plek, zegt iemand anders misschien iets? Zo verdwijnt verantwoordelijkheid in de groep, terwijl wat gezegd is gewoon blijft staan.

Dat mechanisme is psychologisch verklaarbaar. Het omstandereffect beschrijft hoe mensen minder snel ingrijpen wanneer er anderen aanwezig zijn: verantwoordelijkheid verspreidt zich, situaties voelen onduidelijker aan en mensen kijken naar elkaar om te bepalen of er werkelijk iets aan de hand is. Maar wat verklaarbaar is, is nog niet onschuldig. Als niemand reageert, leert degene die iets zei dat dit blijkbaar kan. Degene die geraakt werd, leert dat zij er alleen mee blijft zitten.

Bovendien noemen we onszelf in Nederland graag ‘nuchter’, maar in de praktijk blijken we vooral niet onze kop boven het maaiveld uit te willen steken. Wie dat wel doet en bijvoorbeeld alledaags seksisme of racisme aan de kaak stelt, loopt het risico als zuur, humorloos of overdreven betiteld te worden.

‘Normaal doen’

Fatsoen heeft een nare bijsmaak gekregen en woke wordt inmiddels zelfs als negatief gezien (terwijl de oorspronkelijke definitie gewoon betekent dat je je ogen opent voor onrecht dat zich recht voor je neus afspeelt). Hierdoor is het inmiddels gemakkelijker om seksisme te laten passeren dan om het te benoemen. Seksistische grappen maken is geen ‘normaal doen’. Het is meewerken aan een cultuur waarin andermans grenzen steeds iets makkelijker worden overschreden.

Ondertussen laten de cijfers zien dat grensoverschrijding geen randverschijnsel is. Volgens de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag kregen in 2024 ruim 1,7 miljoen mensen van 16 jaar of ouder te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Rutgers meldt dat 53 procent van de vrouwen en 19 procent van de mannen minstens één seksuele handeling tegen de wil heeft meegemaakt, inclusief zoenen en aanraken.

Zulke cijfers zweven niet los boven de samenleving; ze horen bij een dagelijks verkeer waarin grenzen worden aangevoeld, getest, verlegd, weggewuifd of pas ernstig genoeg gevonden wanneer ze al veel te ver zijn overschreden.

Piramide van geweld

Daarom is het nodig meer aandacht te besteden aan de onderkant van wat Act4Respect, Rutgers en Atria de ‘piramide van geweld’ noemen. Dit model laat zien dat stereotiepe opmerkingen, microagressies, victimblaming, grappen en uitsluiting geen losse incidenten zijn, maar onderdeel kunnen worden van een klimaat waarin ernstiger grensoverschrijding makkelijker wordt gebagatelliseerd. De onderkant van die piramide is geen voetnoot bij het echte probleem.

Het is daarbij belangrijk te benoemen dat gedrag te zien is als een sociale vaardigheid, niet als een aanval. Iemand aanspreken betekent niet dat je diegene voorgoed afschrijft of publiekelijk aan de schandpaal nagelt. Het kan ook een vorm van zorg zijn voor de ruimte die je samen deelt: een manier om te zeggen dat dit hier niet vanzelfsprekend hoeft te worden. Soms begint dat met een vraag: wat bedoel je daarmee? Soms met een grens: dit vind ik niet oké. Soms met een omstander die laat merken dat die het ook hoorde.

Voor grote problemen hebben we grote woorden, maar de meeste normen herhalen zich in kleine sociale momenten: aan een keukentafel, in een klaslokaal, op kantoor, in een groepsapp, op een terras. Daar wordt bepaald of seksisme wordt weggelachen als sfeerbehoud of herkend als gedrag dat besproken mag worden. Met de campagne Man, zeg er wat van probeert de overheid hiertoe op te roepen, specifiek gericht op mannen, maar uiteindelijk is dit natuurlijk een verantwoordelijkheid van ons allemaal.

De manosfeer heeft vrouwenhaat niet uitgevonden. Zij heeft hem zichtbaarder, harder en winstgevender gemaakt. Wie zich zorgen maakt over wat jongens online leren, moet ook kijken naar wat wij offline laten passeren. Een cultuur verandert niet alleen wanneer de luidste vrouwenhaat wordt bestreden, maar wanneer de kleinste vernedering haar vanzelfsprekendheid verliest.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next