Home

Verzin eens iets anders dan apen, zou je de racisten willen toefluisteren

is podcastpresentator en columnist voor de Volkskrant.

Apen, altijd apen. Dingen met bananen, oe-oe-oe roepen, apenplaatjes, apengifjes, aap zeggen, de hele tijd aap zeggen. Elke keer weer en niet alleen wanneer een balspelletje in het geding is. Ik zou zeggen: apen duiken net zo vaak op wanneer er in de wijde omtrek geen bal in zicht is. Vaker.

Uit de apencommotie van deze week zou de argeloze toeschouwer wellicht kunnen afleiden dat we met iets uitzonderlijks van doen hebben, een geval ‘dat doen ze anders nóóit’, maar de aap aanroepen als racistisch bedoelde belediging moet omstreeks de zondeval zijn begonnen. Het zal vermoedelijk doorgaan tot de laatste dag. Je zou de racisten zachtjes willen toefluisteren: verzin iets nieuws, jongen, denk eens aan de ontvangende kant, die wil ook een keer worden verrast. Bovendien zou je hopen dat een strijder van het vrije woord wat meer woorden kent.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Twee dagen later stond de premier in het Oosterpark bij de herdenking van het slavernijverleden nog eens te benadrukken dat ‘discriminatie en racisme in Nederland nog altijd structureel aanwezig en diepgeworteld zijn’. Dat deed hij mooi en goed, al is het geen splijtend nieuw inzicht.

Er zijn lange, duistere jaren geweest waarin premiers een heel ander zelfbeeld van Nederland stonden uit te dragen. Ze reageerden diep beledigd als je voorzichtig aanvoerde dat je soms misschien hier en daar wat angst en weerzin jegens mensen die er wat donkerder uitzien kunt tegenkomen in Nederland, riepen de VOC-mentaliteit aan als nastrevenswaardig, zeiden dat hun ‘black friends from the Antilles’ het hartstikke handig vonden dat ze zich niet hoefden te schminken om Zwarte Piet te spelen, meenden dat het begrip institutioneel racisme een door sociologen bedachte luchtspiegeling is, en problematiseerden de ‘normen en waarden’ van kinderen met een migratieachtergrond – dit is geen uitputtend lijstje.

Die structurele diepgeworteldheid is niet gek, zegt Philomena Essed, na vierhonderd jaar kolonialisme, denken in rassen en hiërarchieën, uitroeiing en onderwerping van andere volkeren en het inpikken van andermans land. Ze was onlangs hier, als gast op het congres van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Ze oogde broos en breekbaar, de mensen stonden in een lange rij om haar te kunnen spreken of aan te raken.

Ze is een grootheid in antiracismekringen, sinds ze in 1984 voor haar afstudeeropdracht besloot gewoon eens te vragen aan Surinaamse vrouwen wat ze dagelijks zoal meemaakten op het werk en op straat. Ze werkten als secretaresse of ze verzorgden zieke mensen, en hun ervaringen waren één en al herkenning voor heel veel andere Nederlanders: het gefluister, de blikken die als eerste naar jou gaan als er gestolen is, het gescheld, de handtas die steviger wordt vastgehouden als je er in de tram naast gaat zitten, ‘dit is voor genodigden’.

Alledaags racisme, noemde Essed dit. Ook wie er toen nog niet was, kan zich iets voorstellen bij het pandemonium dat toen losbarstte.

Ruim veertig jaar verder stond premier Jetten boetvaardig in het Oosterpark. ‘De hoop en de verwachtingen die er waren na 1 juli 2023, zijn nog niet waargemaakt. Het proces van heling en herstel verloopt niet vlekkeloos. Het moet beter en het moet sneller.’

Er is nog zoveel te doen. Etnisch profileren, onvolledige schoolboeken, en altijd vragen voor wie ben je eigenlijk?

Je kan er grote woorden aan geven, maar het komt erop neer dat je hoopt op een dag waarop ze geen aap meer zeggen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next