Home

Asielminister Van den Brink schuwt rol als boeman niet voor gemeenten die asielopvang weigeren

Gaat het minister Bart van den Brink wél lukken om stabiliteit te brengen in het asieldossier? Als het moet, zegt hij, zoekt hij de confrontatie met gemeenten die weigeren opvang te verlenen. ‘Een asielstop is een onuitvoerbaar idee.’

zijn politiek verslaggevers van de Volkskrant.

Als vicepremier Bart van den Brink (47) van zijn ministerie naar de Tweede Kamer loopt, leidt de snelste route door het Centraal Station. Dan kijkt hij weleens met enige weemoed naar de treinen die hem doen denken aan de decennia waarin hij het CDA achter de coulissen diende in tal van functies: fractiemedewerker, hoofd beleid, spindoctor en politiek adviseur van onder anderen ex-CDA-vicepremier Hugo de Jonge. Elke dag spoorde hij van zijn geboorte- en woonplaats Amersfoort naar Den Haag en weer terug, bijna twintig jaar lang.

‘Ik mis wel het gevoel van vrijheid’, zegt Van den Brink in zijn kantoor op de achtste verdieping van het ministerie. ‘In die trein zaten ook andere politici en ambtenaren bij wie ik nogal eens wat informatie opdeed. Ik kon er ook rustig bellen, er was toch niemand die me kende.’

Van den Brink, die via de mavo naar de havo en het hbo ging (‘ze hebben hun handen vol aan mij gehad’), heeft inmiddels de trein ingeruild voor de auto met chauffeur en moet als minister het explosieve asieldossier onder controle zien te krijgen. De CDA’er staat daarmee midden in de publieke belangstelling, terwijl hij lang twijfelde of een rol op de voorgrond voor hem was weggelegd. ‘Ik ben van nature dienstbaar, vooraan staan heb ik mijn hele leven niet gedaan.’

Helemaal vervlochten met de politiek is de zoon van een timmerman en verpleegkundige naar eigen zeggen sowieso nooit geraakt, daarvoor is hij te zeer ‘verbonden met het alledaagse’. ‘Er lopen lange lijnen door mijn leven. Mijn vrouw leerde ik op de middelbare school kennen, mijn vriendengroep ken ik al van groep 3, 4, ik ben nog steeds volleybalspeler en -coach, ga naar dezelfde kerk. Ik weet waar ik vandaan kom, ben loyaal aan de mensen en dingen die ik belangrijk vind.’

Van den Brink raakte bij toeval verzeild in de politiek, toen hij vanwege de opleiding van zijn vrouw een tijd in Maastricht woonde. Een lokale CDA’er haalde hem binnen, omdat hij als jonge ambtenaar kennis had van ruimtelijke ordening. ‘Zo is het avontuur begonnen. Politiek stond daarvoor eigenlijk niet op mijn radar. Bij ons thuis ging het er nooit over.’

Van den Brink bleef het CDA ook trouw toen de partij door een diepe crisis ging en veel kopstukken – onder wie Pieter Omtzigt en Mona Keijzer – vertrokken, maar hij overwoog in die periode weleens om elders werk te zoeken. ‘Mensen gingen elkaar naar het leven staan. Als je jezelf groter gaat maken dan de partij, als het draait om ik en niet meer om wij, dan breekt er iets. Ik ga daar heel slecht op.’

Uiteindelijk gebeurde het omgekeerde: Van den Brink deed een stap naar voren binnen het gedecimeerde CDA. Onder de nieuwe partijleider Henri Bontenbal – ‘hij heeft de wij-cultuur hersteld’ – werd Van den Brink in 2023 Kamerlid en nu dus minister en vicepremier.

Waarom zijn voorgaande kabinetten er niet in geslaagd om de asielproblematiek op orde te krijgen?

‘Er zijn te laat maatregelen genomen om de instroom te beperken, er zijn te laat maatregelen genomen om de opvang op orde te brengen en er zijn te laat maatregelen genomen om de terugkeer te verbeteren. Als je dat te lang laat duren, krijg je een hele asielketen die vastloopt.’

In een recente toespraak verwees u weer naar de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen, die in 2024 concludeerde dat de Nederlandse bevolking te hard groeit. Waarom?

‘Die commissie heeft de discussie gedepolitiseerd. Er is vastgesteld dat we moeten aansturen op een gematigde bevolkingsgroei. Die aanbeveling moet het vertrekpunt zijn in het debat over demografie en migratie. Beperking van de asielinstroom is daar een onderdeel van.

‘Het gaat nooit snel genoeg, maar de wetsvoorstellen die we de afgelopen drie maanden aangenomen hebben gekregen, zijn meer dan wat er opgeteld de driehonderd maanden daarvoor is gebeurd. Nu moeten we aan de slag met de uitvoering. Dat kost tijd, maar we zullen in het najaar wel degelijk zien dat de instroom daalt, omdat de nareis wordt beperkt.’

Met hoeveel dan?

‘De nareis schommelt nu zo rond de vierhonderd mensen per week. Door alles wat we nu hebben afgesproken – een wachttijd van twee jaar, een eigen woning regelen, een inkomenseis – zullen die aantallen fors afnemen. Het moet per individueel geval worden bekeken, maar voor subsidiair beschermden (tijdelijke opvang zonder vluchtelingenstatus, red.) ligt de nareis in principe nu gewoon stil.

‘Tegelijkertijd moeten we het debat verbreden. Asielmigratie heeft de meeste impact op de lange termijn, omdat statushouders langer hier blijven, maar de aantallen op het vlak van arbeidsmigratie zijn vele malen groter. Die mensen gaan vaak na verloop van tijd ook weer weg, maar op de korte termijn maken ze wel degelijk aanspraak op de schaarse ruimte in Nederland op het gebied van wonen en onderwijs.

‘Wethouders in grote steden zitten soms echt met hun handen in het haar: hoe krijg ik het onderwijs geregeld voor kinderen van arbeidsmigranten? Het kabinet heeft nu alles gedaan wat juridisch mogelijk is rondom asiel, nu moeten we dat ook doen op andere terreinen.’

In dat rapport Gematigde groei waarnaar u verwijst, staat dat de invloed op asielmigratie beperkt is. Het bieden van stabiliteit is belangrijker dan ‘de impressie geven dat de overheid volledige grip heeft’, aldus het rapport. Toch spreekt dit kabinet steeds over grip krijgen op asiel.

‘We hebben het over méér grip. Ik kies mijn woorden zorgvuldig. De commissie heeft natuurlijk gelijk. Ik wil stabiliteit rondom dit onderwerp dat al tot zoveel polarisatie in de samenleving heeft geleid. We moeten dat tot rust brengen.’

Kan er niet alleen grip komen als er met een quotum wordt gewerkt waarin bijvoorbeeld wordt gezegd: we nemen veertigduizend mensen per jaar op en niet meer?

‘Dat is waar we naartoe willen. Met het huidige Europese Asiel- en Migratiepact kan dat nog niet, want de asielaanvragen en -opvang vinden nu nog steeds binnen de EU plaats. Het streven is om dat helemaal buiten Europa te laten, zodat je met quota kunt gaan werken. Met de Terugkeerverordening, die binnenkort door de Europese Raad wordt aangenomen, creëren we daar ook ruimte voor. Ik moet er wel eerlijk over zijn dat zoiets echt veel tijd gaat kosten. Het zal jarenlange diplomatieke inspanningen vergen met andere landen, binnen Europa en buiten Europa.’

U meent dat daar ook een moreel argument voor is: voorkomen dat mensen een levensgevaarlijke overtocht maken naar Europa. Maar is dat niet ook een argument voor het eigen gemoed? Gaat u straks tegen een gezin dat wordt ondergebracht in een terugkeerhub ergens in Kazachstan zeggen: we doen dit voor uw eigen bestwil?

‘Nou, wat die mensensmokkelaars doen, is echt barbaars. Al die verhalen uit de Libische kampen waar mensen worden verkracht, vermoord, mishandeld en afgeperst; het is echt, echt dramatisch en gruwelijk. Alleen al daarom zou je 24/7 met dit onderwerp bezig moeten zijn.

‘Daarom ben ik ook zo gefocust op terugkeer: om het businessmodel van de mensensmokkelaars te breken. Als een migrant weet dat een oversteek zinloos is, omdat hij direct teruggeplaatst zal worden, hoop ik echt dat hij het uit zijn hoofd laat om het toch te proberen. In mijn dossier draait het veel om mensenrechten, maar we schenden ook mensenrechten doordat we geen antwoord hebben gevonden op de gruwelijke praktijken van die smokkelaars.’

Maar kun je met uw morele argument niet alles verantwoorden? Door de opvang hier niet goed te regelen, worden mensen misschien ook ontmoedigd om de oversteek te maken.

‘Nee, dat zit niet aan de opvangkant. Ik denk eerder dat een heel traag asielproces langer verblijf creëert voor mensen die misschien niet eens aanspraak kunnen maken op asiel.’

Is het de bedoeling geweest van het vorige kabinet om de boel in de soep te laten lopen?

‘Ik ga het vorige kabinet niet recenseren. Dat leidt af van de taak die ik nu heb: instroom omlaag krijgen, rust brengen in de opvang en zorg dragen voor terugkeer.’

De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Volker Türk, was in de Volkskrant heel kritisch over eventuele terugkeerhubs. Landen die iets dergelijks hebben geprobeerd (Engeland met Rwanda, Australië met afgelegen eilanden) zijn teruggefloten. Snapt u die kritiek?

‘Wij maken niet bekend met welke landen we praten, maar in de gesprekken over partnerschappen houden wij ons aan het internationaal recht. Een asielverzoek zal individueel beoordeeld worden en bij afwijzing volgt een terugkeerbesluit. Maar die terugkeer hoeft niet naar het land van herkomst. Volgens het internationaal recht moet de plek waar iemand naartoe wordt gebracht veilig zijn voor de migrant. Dat is de toetssteen. Niet wat er verder allemaal in zo’n land nog aan de hand is.’

U was net in Syrië. Hebt u de indruk dat dat land bereid is de zeventienduizend Syriërs terug te nemen die hier nog in procedure zitten?

‘Als het in combinatie gaat met wederopbouw en economische ontwikkeling: ja.’

Gaat u Syriërs ook dwingen?

‘We zien het liefst dat mensen vrijwillig gaan. Syrië is veilig aan het worden, dus de kans op verblijfsvergunningen is veel minder groot. We kunnen ondersteuning bieden en er zijn internationale organisaties ter plekke om te helpen. Voor gedwongen terugkeer zullen we afspraken moeten maken met de autoriteiten.’

Wat is uw indruk van het gezag daar?

‘Het land is aan het opkrabbelen uit een oorlog en het leiderschap voert gesprekken met heel veel Europese landen. Ze hebben ook oog voor de diverse minderheden en hun kwetsbaarheden. Uiteraard blijven we dat toetsen.’

Is de Spreidingswet een dwangwet?

(Gedecideerd) ‘De Spreidingswet is een solidariteitswet.’

Ergert u zich aan politici die het woord dwangwet gebruiken?

‘Politici gebruiken woorden om dingen kleiner of groter te maken. Dat heet framing. In mijn vorige rol heb ik daaraan zelf ook een tijdlang meegewerkt. Dit is een solidariteitswet om Ter Apel en Budel te ontlasten, en alle gemeenten die jarenlang veel meer hebben gedaan dan andere gemeenten, omdat het niet meer lukte in Nederland om dit vanzelf te laten verlopen.’

Politici ter rechterzijde vragen om een asielstop. Is dat ook framing?

‘Nee, dat is een onuitvoerbaar idee en nog wel iets meer dan dat, omdat het de indruk wekt dat politici op een knop kunnen drukken waarmee een probleem kan worden opgelost. Dat is niet zo. Politici staan op een voetstuk, hebben een voorbeeldfunctie. Die moet je op een geloofwaardige manier invullen.’

België heeft gezegd: wij vangen geen alleenstaande mannen meer op. Dat is toch een vorm van een asielstop?

‘Daarover zijn ze door hun rechter weer teruggefloten. Met veel gedoe. Je moet altijd even onder de motorkap kijken bij het aanhalen van een voorbeeld uit een ander land.’

Toen de PVV een motie voor een onmiddellijke asielstop indiende, kreeg die steun van alles rechts van de VVD. Wat denkt u dan?

‘Groetjes aan de eigen achterban. Beloften die je niet waarmaakt, zijn een voedingsbodem voor polarisatie. Wij als politici moeten Nederlanders eerlijk laten zien wat wel en niet kan.’

Dit najaar breekt het moment aan dat u de solidariteit moet gaan afdwingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen en alle lokale protesten zijn in veel gemeenten coalities gevormd die hebben afgesproken geen asielopvang te doen. Hoe gaat u dat aanpakken?

‘Door gewoon open en transparant te zijn over hoe dit werkt. In de gesprekken met weigerachtige gemeenten die we nu voeren, hoor ik ook: als straks de fase van interbestuurlijk toezicht (tussen provincies en gemeenten, red.) voorbij is, staat in elk geval uw handtekening onder het besluit dat er toch opvang moet komen.’

In de memorie van toelichting bij de wet is sprake van ‘indeplaatsstelling’. Het Rijk neemt op dat moment de besluitvorming van de gemeente over. Gaat u dan scholen of kazernes vorderen?

‘Het antwoord daarop bewaar ik voor het moment dat we het ook echt gaan doen. Maar dat we het gaan doen, kan geen verrassing zijn. Dat heb ik vanaf mijn eerste dag hier gezegd. Het kan iets zijn dat lokaal al aanwezig is, het kan iets zijn waarover wij zelf de beschikking hebben, of een tussenvorm. Maar de wet is de wet en ik denk nog steeds dat colleges van burgemeester en wethouders liever zelf een beslissing nemen dan dat Den Haag dat doet.’

Misschien vinden sommige gemeentebesturen het juist wel comfortabel om te kunnen wijzen: daar zit de boeman!

‘Ja, nou ja, dat is dan mijn rol.’

U bent bereid die te aanvaarden?

‘Ja, bij het ambt van minister horen mooie dingen, maar ook moeilijke. Regeren is verantwoordelijkheid nemen voor je dossiers. Daarna voer je campagne met de vraag: wilt u mij nog een keer terug hebben? Ik vind dat in de Nederlandse politiek de electorale kant te veel is binnengeslopen bij het besturen. We moeten ophouden met het permanent campagne voeren.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next