Home

De cijfers laten zien: het peloton is steeds harder gaan rijden, en de klassementsmannen doen dat al helemaal

Twee jaar geleden verlegde Tadej Pogacar de koers van de wielersport. Zijn ongeëvenaarde klimprestatie naar Plateau de Beille in 2024 geldt, ook bij de start van de Tour de France in Barcelona, als ‘nieuwe standaard’.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Als er wereldrecords bestonden in de wielersport, dan werd er op 14 juli 2024 eentje verpulverd toen Tadej Pogacar in 39 minuten en 50 seconden naar Plateau de Beille snelde. Zo ontstellend hard was er nog nooit geklommen. Ook de twee mannen die achter hem aan kwamen, Jonas Vingegaard en Remco Evenepoel, verlegden die dag grenzen.

De 15de etappe in de Ronde van Frankrijk van twee jaar geleden werkt nog altijd door in het peloton. ‘Dat is het ijkpunt in de recente wielergeschiedenis’, zegt Mathieu Heijboer, head of performance bij Visma-Lease a Bike en sinds dit seizoen de persoonlijke trainer van Vingegaard.

Die dag zelf eindigde in een teleurstelling voor Heijboer en zijn ploeg. Ze hadden ingeschat dat hun klassementsman Jonas Vingegaard in deze etappe nog een laatste kans had om Pogacar, die het geel al vrij stevig om de schouders had, onder druk te zetten. ‘Het was een sleutelrit in onze strategie. We meenden dat we daar een groot gat konden terugpakken.’

Bijna achteloos

Het geloof van Visma-Lease a Bike bepaalde het verloop van de rit. De hele dag hield de ploeg het tempo in het peloton hoog en na een lead-out van Matteo Jorgenson, aan de voet van de beklimming, ging Vingegaard met nog iets meer dan 10 kilometer te klimmen in de aanval. Alleen Pogacar kon met hem mee. Maar terwijl Vingegaard zichtbaar op de limiet zat, liet Pogacar rustig zijn stuur los om met losse handen een bidon met drinken van de kant aan te pakken. Bijna achteloos .

Vijf kilometer later nam Pogacar ogenschijnlijk vrij eenvoudig de aanval van zijn uitdager over en soleerde naar de finish. Wat voor Vingegaard een dag had moeten zijn om tijd terug te pakken, werd de definitieve bevestiging dat hij dat jaar niet tegen Pogacar was opgewassen. Maar los van die bittere vaststelling voor de Deen en zijn ploeg liet de beklimming vooral zien waartoe de huidige wielrenners in staat zijn. Wat doorgaans nog weleens wordt versluierd door tactiek, energiebesparing en blufpoker, was nu zichtbaar voor iedereen.

Het opzwepen van het tempo door Vingegaards ploeg, de poging van de Deen om Pogacar te lossen en het weerwoord van de Sloveen in de slotkilometers maakten dat die twee zonder reserve naar boven reden. Hetzelfde gold voor Remco Evenepoel, die zijn eigen ritme had gevonden vanaf de voet van de klim en ter verdediging van zijn derde plek ook voluit naar boven ploegde.

Heijboer: ‘Het is nooit stilgevallen. Ook voor Jonas was dit de beste klimprestatie die hij ooit heeft geleverd. Dat is het nog steeds.’

Onder de tijd van Pantani

Alle drie doken ze onder de klimtijd die Marco Pantani in 1998 op Plateau de Beille had laten noteren. De Italiaan was destijds in 43 minuten en 28 seconden omhoog gevlogen, in de elfde etappe van de Tour die hij uiteindelijk zou winnen. Die tijd zou de jaren erna standhouden, al kwam de ronde er nog vijfmaal langs. Zelfs Tourwinnaars Lance Armstrong en Alberto Contador kwamen niet in de buurt.

Maar Pogacar haalde in één klap ruim drieënhalve minuut van Pantani’s tijd af, en dat na een rit die minstens zo zwaar was geweest als die in de Tour van 1998, met 5.000 hoogtemeters en een pittig koersverloop. Wielerwebsite Cyclingnews rekende uit dat de tijd van Pantani, zelfs met inachtneming van de verbeteringen in materiaal en aerodynamica sinds 1998, door Pogacar was verbroken.

Achter de Sloveense winnaar noteerde Vingegaard 40.58, en ook Evenepoel dook onder het oude ‘wereldrecord’, met een klimtijd van 42.41.

Heijboer: ‘Er werd een nieuwe standaard neergezet. Tot kort daarvoor waren zulke klimprestaties onmogelijk, maar iedereen weet nu waar hij naartoe moet om mee te doen.’

Bedrijfsgeheim

Wielerploegen delen nooit de exacte data van hun renners; de wattages zijn bedrijfsgeheim. Maar er zijn genoeg cijferaars van buiten de ploegen die deze waarden aan de hand van de beschikbare gegevens zelf proberen te achterhalen. En volgens Heijboer komen ze ‘vaak best in de buurt’. De Noorse bewegingswetenschapper Ole Berg berekende in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Science and Cycling dat Pogacar een vermogen van 453 watt leverde.

Om dat cijfer op waarde te kunnen schatten is het belangrijk te weten welke rol wattages spelen in het wielrennen. Absolute wattages drukken uit hoeveel vermogen een renner levert bij het trappen; zo produceert een topsprinter als Olav Kooij in een eindsprint op enig moment wel 1.500 watt, maar zo’n piekvermogen is niet langer dan een paar seconden vol te houden. Over langere afstanden zijn de wattages lager; tijdrijder Filippo Ganna haalde bij zijn werelduurrecord in 2022 een vermogen van 440 watt, net iets minder dus dan Pogacar tijdens zijn klim.

Belangrijker dan dat absolute vermogen is het wattage afgezet tegen het gewicht van de renner en zijn fiets. Dat biedt inzicht in de klimcapaciteiten, omdat bergop de zwaartekracht een doorslaggevende rol speelt en zwaardere renners het lastiger krijgen. Berg berekende dat Pogacar (66 kilogram, met een fiets van 7,2 kilo) gedurende 40 minuten gemiddeld 6,9 watt per kilogram leverde.

Daarmee is zonneklaar dat de wattages waarmee Vingegaard in 2022 en 2023 de Tour nog wist te winnen allang niet meer genoeg zijn voor de eindzege. De Deen reed op weg naar zijn eerste Tourzege in 36 minuten van voet naar finish op Hautacam. Dat was met een vermogen van 6,3 watt per kilogram lichaamsgewicht, zo berekende de website Watts2Win, die klimprestaties met elkaar vergelijkt.

Duidelijk veel harder

Bij zijn ritzege in Piancavallo, op de voorlaatste dag van de door hem gewonnen Giro van dit jaar, was de schatting dat Vingegaard gedurende iets meer dan 36 minuten 6,74 watt per kilogram leverde. De Deen is sinds 2022 dus duidelijk veel harder gaan rijden. Maar hij is niet de enige: het geldt voor ongeveer het hele peloton en zeker voor de klassementsmannen, met Pogacar voorop.

‘Ten opzichte van toen gaat het nu minstens 5 procent harder’, zegt Heijboer. ‘In 2022 en 2023 hadden wij nog een voorsprong in hoe wij het wielrennen aanvlogen, maar sindsdien trekt het meer naar elkaar toe. Meer teams hebben zich aan de top genesteld.’ Hij schat in dat een renner met klassementsambities zeker 30 tot 40 minuten lang 6,5 watt per kilogram moet kunnen leveren om überhaupt mee te komen.

Hoewel in de wielersport achterdocht over grootse prestaties zit ingebakken, heeft Heijboer wel een verklaring voor de plotselinge sprong van de toprenners die buiten het gebruik van doping ligt. Het gaat om wat hij ‘de koolhydraatrevolutie’ noemt. Sinds een paar jaar is duidelijk dat renners tijdens hun inspanningen veel meer suikers – en dus energie – kunnen opnemen wanneer ze glucose en fructose combineren in hun sportvoeding.

Vroeger werd alleen glucose gebruikt, waarvan het lichaam grofweg 60 gram per uur kan opnemen. Maar met fructose, dat op een andere manier door het lijf wordt verwerkt, is dat inmiddels opgeschroefd tot meer dan het dubbele. Heijboer: ‘Dat maakt de hongerklop echt verleden tijd. Renners kunnen continu van voldoende voeding worden voorzien.’

Dat geldt niet alleen in wedstrijden, maar ook daarbuiten, waardoor de kwaliteit van trainingen flink is opgeschroefd. Het is een vliegwieleffect: renners komen beter getraind in koers en kunnen daar langer meer energie leveren. ‘Vroeger pasten renners hun koersstrategie zo aan dat ze wisten dat ze aan het einde nog voldoende energie overhadden. Dat is nu veel minder het geval.’

Dubbele finish op Alpe d’Huez

De drie die twee jaar geleden als eersten boven kwamen – Pogacar, Vingegaard en Evenepoel – treffen elkaar deze Ronde van Frankrijk opnieuw. Plateau de Beille zit ditmaal niet in het parcours, maar de Tourkaravaan trekt maandag in de 3de etappe al wel door de Pyreneeën. Het zwaartepunt wat het klimmen betreft ligt dit jaar bij de dubbele finish op Alpe d’Huez, in etappe 19 en 20.

Bij Visma-Lease a Bike hopen ze het Pogacar deze Tour moeilijk te maken. Heijboer: ‘We weten wat nodig is om zijn niveau te evenaren, en bij een gelijk niveau gaan er andere dynamieken spelen. Jonas is echt beter dan andere jaren; we hebben er vertrouwen in dat het nu veel meer een strijd zal zijn.’

De etappes van dit weekend:

De ploegentijdrit is terug in de Tour de France, voor het eerst sinds 2019. Maar de regels zijn veranderd: niet de tijd van de vierde renner van elke ploeg telt, maar elke coureur krijgt zijn eigen tijd. De klassementsrenners zullen zich op de steile slotklim al laten gelden.

Na de ploegentijdrit van zaterdag zal er al wat tekening in het klassement zitten, maar de verschillen zullen klein zijn. Dat biedt op zondag kansen voor mannen van het klassieke voorjaar, zoals Mathieu van der Poel, om het geel te pakken op het heuvelachtige terrein rond en in Barcelona.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next