Israël rukt steeds verder op in de stad Hebron op de Westelijke Jordaanoever. Huizen worden in beslag genomen, het bestuur van heilige plaatsen is in Israëlische handen en winkels zijn onbereikbaar door wegblokkades. ‘Wat er ook gebeurt: ik laat me niet verjagen.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de bezette gebieden, het Midden-Oosten en België.
De metaaldetector piept en een jonge moeder voelt haar zakken nog eens na, maar die blijken echt leeg te zijn. Nerveus verwijdert ze haar ringen. Als het poortje daarna nog steeds blijft piepen, trekt ze met een wanhopige blik de spelden uit haar hoofddoek. Pas dan is het goed en kan ze met haar vier kinderen doorlopen naar huis.
Mensenrechtenactivist Issa Amro schudt het hoofd als hij hoort hoe het er bij een checkpoint aan toe ging. De stad Hebron is in tweeën geknipt: hoge muren, zwaarbewapende soldaten en grote rollen prikkeldraad moeten voorkomen dat Palestijnen zomaar naar het gedeelte van het centrum lopen waar ook Israëlische kolonisten wonen. Daarom moeten sommige inwoners, zoals de jonge moeder, voor elke boodschap door een checkpoint.
‘Soms stellen ze de metaaldetector extra gevoelig af als er een vrouw doorheen moet’, vertelt Amro. ‘Om die reden dragen de dames hier geen beugelbeha meer: als de detector blijft piepen, worden ze gedwongen die ook uit te trekken. En er is geen apart verkleedhokje: vrouwen staan voor de ogen van de soldaten en hun eigen buren aan hun ondergoed te rommelen.’
Het dagelijkse leven in de stad Hebron verloopt voor Palestijnen al uiterst moeizaam. Hebron bevindt zich op de bezette Westelijke Jordaanoever en wordt in principe door de Palestijnse Autoriteit bestuurd, maar vorige maand heeft de Israëlische ultrarechtse minister Bezalel Smotrich gezegd dat Israël het beheer van de heilige plaatsen in de stad overneemt – en inwoners vrezen dat dit grote gevolgen zal hebben.
Het eerste bouwproject is al door Smotrich aangekondigd: een religieuze school in het hart van Hebron wordt binnenkort met bijna duizend vierkante meter uitgebreid. Bader al-Tamimi (60) kijkt vanuit zijn winkel op het pand uit, en vreest het ergste. ‘Er komt een nieuw slaapverblijf voor studenten, zodat de school een paar honderd meer leerlingen kan huisvesten.’ Hij zucht. ‘En die leerlingen moeten natuurlijk tegen ons worden beschermd.’
De man weet heel goed wat dat betekent. Nog meer spanning, nog meer Israëlische kolonisten en soldaten, nog meer beperkingen. De Oude Stad is voor Palestijnen nu op één manier bereikbaar, en als ook deze route wordt afgesloten, bloeden alle winkels dood.
Al-Tamimi streelt de felgekleurde fonteintjes die hij zelf maakt, en wijst naar de omslagdoeken, kandelaars en andere souvenirs die in zijn zaak staan uitgestald: vrijwel allemaal met de hand geproduceerd door gezinnen uit de omgeving die afhankelijk zijn van de verkoop.
‘We weten dat de kolonisten ons het leven onmogelijk proberen te maken in de hoop dat we onze spullen pakken en Hebron verlaten’, zegt Al Tamimi. ‘Maar wat er ook gebeurt: ik laat me niet verjagen.’
De stad Hebron is heilig voor zowel joden als christenen en moslims, omdat zich hier de Grot van de Patriarchen bevindt: de plek waar de aartsvader Abraham volgens de overlevering is begraven. Om diezelfde reden is de stad een speerpunt voor de Israëlische kolonistenbeweging, en in het centrum hebben zich uiterst fanatieke kolonisten gevestigd – te midden van tienduizenden Palestijnen.
De recente geschiedenis van Hebron is bloederig. In 1994 schoot de Israëlische kolonist Baruch Goldstein 29 biddende Palestijnen dood in de Ibrahimi-moskee, het Palestijnse deel van de Grot van de Patriarchen, waarop de Israëlische autoriteiten een deel van het gebied Palestijn-vrij maakten, en de drukke Ash Shuhada-winkelstraat een spookachtige plek met gesloten luiken werd.
Bij de ondertekening van de Oslo-akkoorden in 1997 werd de stad officieel in tweeën geknipt. De 120 duizend Palestijnse inwoners van H1 worden volledig door de Palestijnse Autoriteit geregeerd, maar het veiligheidsbeleid van H2 (dertigduizend Palestijnen en achthonderd kolonisten) is in handen van Israël. Vandaar al die muren en checkpoints.
‘Maar Smotrich heeft al deze afspraken opgezegd, en H2, waar zich de heilige plaatsen bevinden, is nu van ons afgepakt’, zegt Hatim al-Jamal, de viceburgemeester van de stad. De man was van tevoren niet geïnformeerd: tot zijn grote verbazing hoorde hij dat Smotrich ‘een einde maakt aan een absurde clausule uit het Oslo-akkoord’, waardoor Joodse kolonisten en de Grot van de Patriarchen ‘afhankelijk waren van het terroristische bestuur van Hebron’.
En daarmee gaat Israël niet meer alleen over de veiligheid van H2, maar ook over de straatverlichting, het afval en, cruciaal, de stadsplanning. ‘Ze kunnen nu bijvoorbeeld beslag leggen op huizen, en groen licht geven voor bouwprojecten’, legt al-Jamal uit. ‘Wat wij als gemeente kunnen doen? Bitter weinig. We hopen op hulp van buitenaf en hebben zustersteden, internationale organisaties en parlementen aangeschreven om de situatie uit te leggen, maar nee, tot nu toe zijn er eigenlijk geen reacties.’
‘Onze ruimte wordt door Israël al jaren in ieder opzicht kleiner gemaakt’, zegt mensenrechtenactivist Amro. Zijn eigen leven is daar een goed voorbeeld van: Amro woont in het hart van H2, omringd door kolonisten, en hij ontvangt bezoekers op een terras dat doet denken aan een kooi met uitzicht. ‘Het hekwerk is nodig omdat mijn buren stenen naar me gooien en mijn huis proberen binnen te dringen’, zegt hij. ‘Maar op deze manier is het relatief veilig.’
Amro (46) werkt samen met Israëlische mensenrechtengroeperingen als B’Tselem, is een verklaard tegenstander van zowel Hamas als de corrupte Palestijnse Autoriteit, en wijst elke vorm van geweld categorisch af. Dat levert hem veel vijanden op, en als hem daarnaar wordt gevraagd, laat hij de littekens van de martelingen in een Israëlische cel zien.
De opzegging van het Hebron-akkoord is ook voor Amro reden tot zorg. ‘Voor mij persoonlijk is het risico bijvoorbeeld dat de Israëlische autoriteiten beslag gaan leggen op mijn huis – net zoals dat alle Palestijnse inwoners van H2 kan overkomen. En het betekent in elk geval: meer geweld, meer beperkingen, minder gemeentelijke voorzieningen en een nog zwaarder leven.’
‘Het probleem’, zegt hij terwijl hij brood, hummus, salade en shakshuka op tafel zet, ‘is niet de huidige Israëlische regering of het directe geweld van mijn buren. Het is het systeem dat elke poging tot dialoog, en elke stem die oproept tot vrede, vermorzelt. Het is lastig om daartegen te strijden.’
Amro kijkt naar de stad die zich koestert in het goudgele licht van de avondzon, en glimlacht. ‘De enige manier waarop wij ons daartegen kunnen verzetten is door in Hebron te blijven, hoe moeilijk dat soms ook is.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant