Met haar aanpak heeft Kondo orde geschapen in talloze huishoudens. Haar minimalisme is inmiddels zo alomtegenwoordig dat de weerzin dreigt. Weg met de ecru eenheidsworst!
is schrijver en redacteur van katern Zondag
Een stukje culturele antropologie van de koude grond: wat oranjegekte is voor de Nederlander, is de bloei van de kersenbloesem voor de Japanner.
Waar zich vanuit de supermarkten een dwingende hardoranje gloed verspreidt, verenigt Japan zich iedere lente euforisch onder het zachtroze en wit van de tere bloem sakura.
‘Elke keer als ik die zachte tint zie tegen de achtergrond van de lentelucht, stroomt mijn hart over van hoop en tederheid’, zo schrijft de Japanse opruimgoeroe Marie Kondo (1984) in haar nieuwe boek Brief uit Japan: een ode aan het Japanse levensgevoel waaraan ze haar opruimfilosofie ontleent.
In de rubriek ‘Reputaties’ kijken we hoe de betekenis van denkers en kunstwerken, van schrijvers en hun personages kantelt en evolueert.
Onschuldig verrukt, dat is nog altijd haar modus. Marie Kondo lijkt zelf op een kersenbloesem: 1 meter 40, ze waait net niet weg, nauwelijks verstaanbaar, altijd in smetteloos pastel of wit.
Vanilla is een understatement; het is aannemelijk dat deze vrouw nog nooit een onvertogen woord heeft laten vallen.
Al meer dan vijftien jaar – sinds de verschijning van haar monsterbestseller Opgeruimd! – drukt ze haar stempel op de cultuur. Op het hoogtepunt van haar roem raakten kringloopwinkels overal ter wereld overspoeld omdat mensen zich met haar Kon Mari-opruimmethode massaal ontdeden van hun overbodige bezittingen.
De methode leert je hoe je onderbroeken tot staande rechthoeken vouwt, maar ook hoe je je op een duurzamere, haast spirituele manier tot spullen verhoudt. Does it spark joy? Dat moet je je afvragen, terwijl je met twee handen een vod van Zara vasthoudt, onder in je kast gevonden, en even stilstaat bij het synthetische weefsel, gemaakt door kinderhanden in Bangladesh.
Nee, geen joy? Dan naar de kringloop, maar niet voordat je het vod hartelijk bedankt hebt voor alles.
Marie Kondo heeft orde geschapen in talloze huishoudens. Ze heeft bijgedragen aan een ethiek en esthetiek van minimalisme die inmiddels zo mainstream en alomtegenwoordig is dat het lijkt alsof we voor altijd zullen leven in het kale, beige, Scandi-Japanse interieur dat de wereld geworden is.
Of verandert er langzaam iets en wacht ook Marie Kondo het lot van retro-goeroes à la Martha Stewart en Dr. Spock, wier adviezen nu vooral lacherige nostalgie opwekken?
Lang voordat Marie Kondo de cursus ‘How to Write a Bestseller that Will Be Loved for Years’ volgde, waaruit Opgeruimd! voortkwam, was duidelijk dat ze een gave had. Als kind al deed ze niets liever dan schoonmaken. ‘Ik was dat meisje dat diep in gedachten verzonken voor de kast met schoonmaakspullen stond’, lezen we in haar nieuwe boek.
Ik ken zulke meisjes niet, maar ook dat is een cultuurverschil. Bij Kondo op school werden de kinderen dagelijks met emmertjes, poetsdoeken en bezems door de gangen gestuurd. Zo werd haar bijgebracht dat ‘schoonmaken een taak is waardoor je iets van waarde voor jezelf en anderen creëert’.
(Een prachtidee, zou ik zeggen, als ik niet zeker zou weten dat mondige Nederlandse lezers me zouden betichten van het propageren van kinderarbeid.)
En zo zijn er meer Japanse gebruiken die het harmoniemodel van Kondo verklaren. Kawaii, bijvoorbeeld, wat zoveel betekent als schattig en de verering inhoudt van zaken als de roze voetkussentjes van een kat, de bolle wangen van een baby en schoteltjes met aardbeientaartjes.
Ook toewijding, zorgzaamheid, aandacht voor detail en een fetisj voor servies kenmerken het Japan dat Kondo aan haar lezers voorstelt.
Maar haar vibe laat zich nog het beste uitleggen aan de hand van de Japanse tuin- en tempelcultuur. De rust daarvan, de ingetogenheid, en het idee dat schoonheid niet iets is waarmee je de ruimte moet vullen, maar wat ontstaat wanneer je er ruimte voor maakt.
Zulke eenvoud is in het Westen al op allerlei momenten in de geschiedenis een inspiratiebron geweest voor denkers en kunstenaars, maar toen Kondo bekend werd, rond 2011, maakte minimalisme een opmerkelijke commerciële opmars. Allerlei (tech)merken, zelfhulpboeken en bloggers droegen een less is more-filosofie uit, die gepaard ging met een uitgeklede visuele stijl waarvan de hele influencerwereld langzaam doordrenkt raakte.
Het was een antwoord, zo suggereert schrijver Kyle Chayka in zijn culturele geschiedenis The Longing for Less, op toenemende maatschappelijke instabiliteit en het besef dat het vergaren van materieel bezit niet meer dezelfde veiligheid verschaft als gedurende de 20ste eeuw. Er is te veel in de wereld, begon ieder kind te begrijpen, en die overvloed maakt ongelukkig.
Dat dit zich vijftien jaar later nauwelijks heeft vertaald in minder consumentisme viel te verwachten. Ook het millennial-minimalisme waar Marie Kondo voor staat lijkt deel van een golfbeweging tussen sobere en barokkere stijltrends. Op nogal wat plekken is inmiddels weerzin te bespeuren tegen de wereldwijde ecru eenheidsworst waarin deze esthetiek geresulteerd heeft.
Minimalisme is verwerpelijk saai, klinisch en amoreel, betoogde de criticus Becca Rothfeld een paar jaar geleden gloedvol, en Marie Kondo’s methode omschrijft ze als: ‘touching items to determine whether they ‘spark joy’, then summarily tossing anything that induces more complex emotions, or, God forbid, thought.’
En inderdaad zie je in Kondo bij uitstek het minimalistische streven om ingewikkeldheid buiten de deur te houden: je zult haar nooit horen praten over seks, geld of politiek, alsof die dingen binnen een schoon huis niet hoeven te bestaan. Van boeken mag je er ook maar tien bewaren.
Kondo geeft overigens toe dat ze de teugels met de jaren iets heeft laten vieren; nu ze drie kinderen heeft is zelfs haar eigen huis soms een zooi.
Van een jongere collega (Zillennial) hoor ik overigens dat Kondo’s gedachtegoed in haar cohort nog wel leeft, zij het in aangepaste vorm. ‘Does it spark joy?’, is vervangen door een prangender alternatief: ‘Zou je het houden als het besmeurd was met poep?’
Nog zo’n cultureel verschilletje misschien, dat de grote gelijkmaking van het geglobaliseerde minimalisme heeft overleefd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant