Een Tibetaanse activist stak zichzelf donderdag in brand op een druk kruispunt in New York. Hij hoopte ermee weer de aandacht te vestigen op het minderhedenbeleid van China, dat volgens critici neerkomt op het uitwissen van hun cultuur.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was 18 jaar correspondent in Beijing.
In zijn laatste bericht op Facebook riep Lobsang Palden, beter bekend onder zijn alias Lobga Rangzen, op de verjaardag van de Dalai Lama groots te vieren. ‘Rouw niet om mij’. aldus de 52-jarige onafhankelijkheidsactivist vlak voor zijn zelfverbranding in New York donderdag.
Nadat hij zijn videoboodschap online had gezet, trok Rangzen een traditionele Tibetaanse jas aan, plantte hij de in China verboden Tibetaanse vlag met sneeuwwitte leeuwen tegenover het gebouw van de Verenigde Naties in New York en stak zichzelf in brand.
Terwijl de vlammen uit zijn torso en armen schoten, bleef hij tientallen seconden overeind staan tussen toeterende auto’s. Rangzen (Tibetaans voor onafhankelijkheid) overleed donderdagavond in een ziekenhuis.
De bekende activist was niet de eerste Tibetaan die op deze manier protesteerde tegen de Chinese heerschappij over Tibet, dat in 1950 werd ingelijfd door de Chinese communisten. Volgens Tibetaanse diasporaorganisaties hebben 170 Tibetanen met behulp van een fles benzine en een aansteker in het openbaar zichzelf gedood.
De zelfverbrandingen begonnen in 2009, een jaar na het neerslaan van anti-Chinese protesten in Tibet en aangrenzende provincies met een aanzienlijke Tibetaanse bevolking. In 2022 hadden 159 Tibetanen in China zichzelf in brand gestoken, evenals een tiental Tibetanen in Nepal en India, landen met grote Tibetaanse gemeenschappen.
Rangzen vluchtte in de jaren negentig uit Ganzi, een streek met veel Tibetaanse inwoners in de provincie Sichuan in China. Hij zat lang als monnik in een klooster in India om daarna taxichauffeur te worden in de VS. Als eerste Tibetaan bracht hij het ultieme offer voor zijn volk op westerse bodem.
Zijn timing was zorgvuldig: vlak voor de 91ste verjaardag van de Dalai Lama, de Tibetaanse geestelijk leider, en precies een dag nadat in China een wet van kracht was geworden ter bevordering van ‘etnische harmonie’ tussen Han-Chinezen, de dominante bevolkingsgroep, en de 55 andere etnische groepen die China rijk is.
Voor critici als Rangzen is deze wet bedoeld om de identiteit van Tibetanen verder uit te wissen. De wet formaliseert langer bestaande praktijken, zoals verplicht Chineestalig onderwijs. Bovendien voorziet de Chinese staat zich van een wettelijke basis om ook mensen buiten China aan te pakken wegens hun kritiek op de positie van minderheden in China. Het wereldwijd strafbaar stellen van ‘bedreigingen van nationale eenheid’ vatten Tibetanen en andere minderheden in ballingschap op als intimidatie.
De wet is een gevolg van een koerswijziging in het minderhedenbeleid van de in 2012 aangetreden Chinese leider Xi Jinping. Aanvankelijk probeerden de communisten de 8,9 procent van de bevolking die niet van Han-Chinese afkomst is voor zich te winnen met beloften over autonomie en behoud van eigen taal en cultuur. Ook kwam er een voorkeursbeleid. Oeigoeren, Tibetanen, Mongolen en andere minderheden waren uitgezonderd van de strenge geboortepolitiek die voor Han-Chinezen gold en werden met lagere cijfers tot universiteiten toegelaten.
De etnische lappendeken in het westen van China werd overladen met economische ontwikkelingsprogramma’s, zoals de Grote Opening van het Westen eind jaren negentig en het Belt and Road Initiative (BRI) van Xi in 2013. Grote aantallen Han-Chinezen vestigden zich in gebieden met veel minderheden. Als Mongolen, Tibetanen en Oeigoeren het economisch beter krijgen, verdwijnt de wens naar meer autonomie vanzelf, was de gedachte.
Minderheden bleven zich echter tweederangsburgers voelen. Islamitische Oeigoeren zorgden met aanslagen voor onrust. Tibetanen roerden zich met demonstraties en relletjes en, toen zware repressie dat onmogelijk maakte, met zelfverbrandingen.
Die protestvorm stelde de Tibetaanse regering in ballingschap en de Dalai Lama voor een dilemma. Aan de ene kant vestigden de zelfverbrandingen aandacht op de Tibetaanse zaak, maar elke vorm van officiële goedkeuring, zeker als die afkomstig zou zijn van de Dalai Lama, zou worden opgevat als aanmoediging tot zelfverbranding, met als gevolg het verlies van nog meer mensenlevens.
De internationale aandacht voor de Tibetaanse kwestie, voorheen voor het voetlicht gebracht door beroemdheden en westerse regeringen, verslapte uiteindelijk. In 2022 raakten Tibetaanse zelfverbrandingen in onbruik. Althans, voor zover bekend, want van de geïsoleerde hoogvlakte komt vrijwel geen onafhankelijk te controleren informatie.
Xi’s minderhedenbeleid draait om eenheid en repressie van alles en iedereen die zich aan die eenheid probeert te onttrekken. Oeigoeren worden onderworpen aan heropvoeding en zware gevangenisstraffen. Op kostscholen worden Tibetaanse kinderen gescheiden van hun familie opgevoed met de taal en cultuur van de Chinese meerderheid. In Binnen-Mongolië werd Mongools een keuzevak op school.
Xi maakte ook een eind aan het voorkeursbeleid, dat veel Han-Chinezen als voortrekkerij zagen. Xi, die zich erop laat voorstaan de armoede te hebben afgeschaft, beschouwt alle staatsburgers ongeacht hun afkomst als dezelfde rode ‘pitjes in de granaatappel’. Zeker nu met overvloedige staatssteun economische groei in gebieden met minderheden wordt afgedwongen, vindt Xi een streepje voor niet meer nodig.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant