Home

Hoe defensie oprukt aan Nederlandse universiteiten: ‘Een deel van de academische wereld is principieel tegen’

Dubbelhoogleraren, intensievere samenwerking, meer geld voor wetenschappelijk onderzoek met een militaire component: de opmars van defensie leidt op Nederlandse universiteiten tot flinke discussies. ‘Defensie is er voor onze veiligheid, ik heb het altijd een gekke spagaat gevonden om samenwerking af te houden.’

is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen

Daar stonden ze dan. Een paar militairen in vol ornaat, Nederlandse vlag op de linkerbovenarm, compleet met rugzakken in camouflagekleuren. Op een beeldscherm naast de stand met informatiefolders zijn ook militairen te zien. Onder in beeld staat de tekst: ‘Dit zijn mensen die kiezen voor uitdaging en groei.’

Een banenbeurs voor werkzoekende jongeren? Een wervingsevenement voor de krijgsmacht? Nee, een informatiemarkt, half maart, voor studenten van de Universiteit Leiden om kennis te maken met het scala aan vakken (‘minoren’) waaruit studenten kunnen kiezen. Bij een daarvan kunnen ze kiezen voor een stage bij defensie, in de vorm van de Nationale Weerbaarheidstraining, een militaire opleiding van tien weken. Daarna mogen ze zich, als ze dat willen, reservist noemen. Voor het stageverslag krijgen ze studiepunten. En voor de tienweekse training van Defensie een maandsalaris van 1.455 tot 2.445 euro, afhankelijk van de leeftijd.

‘Zorgelijk’, vindt universitair docent Midden-Oostenstudies Judith Naeff van diezelfde Universiteit Leiden, die niet aanwezig was op de minormarkt, maar wel een foto doorgestuurd kreeg van een collega. ‘Zo’n minor is symptomatisch voor een bredere normalisering: van het idee dat er oorlog ophanden is, en van het idee dat herbewapening en het investeren in wapens de enige manieren zijn om ons veilig te houden’, vindt Naeff.

De geopolitieke spanningen in de wereld lopen op en oorlogsvoering verandert razendsnel vanwege hybride dreigingen en technologische ontwikkelingen. Daarin een voorsprong houden, bijvoorbeeld met moderne drones, is een kwestie van leven en dood, zoals dagelijks te zien valt in de oorlogen in Oekraïne, Gaza en Iran. Zowel op Europees als op nationaal niveau wordt daarom flink geïnvesteerd in defensie, onder andere in innovatie en onderzoek.

Onderwijs- en kennisinstellingen, zoals universiteiten, moeten nauwer gaan samenwerken met het ministerie van Defensie ‘om de nationale veiligheid te vergroten’. Dat schreef de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI), een onafhankelijke raad van de regering en het parlement, in oktober 2024 in zijn rapport Kennisoffensief voor defensie – Onderzoek en innovatie voor een veilig Nederland. Maar hoe wenselijk is een intensievere samenwerking tussen defensie en universiteiten eigenlijk?

Onderzoeksobject

Wie aan defensie denkt, denkt algauw aan drones, raketten en ander wapentuig. Maar bij heel wat defensieonderzoek is de krijgsmacht zélf studieobject, vertelt Bas Rietjens. Rietjens is vicedecaan onderzoek aan de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensieacademie (NLDA), die de academische bachelor- en masteropleidingen van defensie verzorgt, zoals krijgswetenschappen en militaire bedrijfswetenschappen. Sinds 2022 is Rietjens tevens bijzonder hoogleraar inlichtingenstudies aan de Universiteit Leiden.

In zijn onderzoek richt Rietjens zich onder meer op het begrijpen van de situatie waarin militairen op uitzending zich begeven, en hoe die per missie verschilt. ‘Wie is de vijand eigenlijk, hoe ziet die eruit, waar houdt die zich op en hoe ga je daarmee om?’, legt hij uit. Hij deed onderzoek in onder meer Mali (tijdens de VN-missie waaraan Nederlanders een bijdrage leverden), maar bestudeerde ook de vluchtelingencrisis in Griekenland en Navo-missies in Polen en de Baltische staten.

Ook Tine Molendijk, van huis uit antropoloog, doet aan de NLDA – en als bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit (benoemd in 2025) – onderzoek dat weinig te maken heeft met wapens. Ze interviewde tachtig Bosnië- en Afghanistanveteranen over moraliteit en trauma. Zoals soldaten die levensbedreigende situaties meemaken daardoor post-traumatische stressstoornis (PTSS) kunnen ontwikkelen, zo kunnen militairen last krijgen van de moreel ingewikkelde situaties waarin ze terechtkomen. ‘De Dutchbatters in Srebrenica waren daar om de vrede te handhaven, maar ondertussen was het in de omgeving gewoon oorlog. Ze mochten nauwelijks iets doen en hadden daar trouwens ook de middelen niet voor. Ze voelden zich machteloos.’

Politieke besluitvorming en publieke opinie dragen bij aan morele verwondingen van militairen. ‘We sturen wel ergens militairen naartoe, maar er is vaak onduidelijkheid over het mandaat. Ze gaan bijvoorbeeld ergens heen voor wederopbouw, maar als ze soms ook moeten vechten, geeft dat ongemak vanuit Nederland. Militairen hebben daar last van.’

Verweven

Molendijk en Rietjens behoren tot het arsenaal aan ‘dubbelhoogleraren’, die zowel een aanstelling hebben aan de NLDA als een bijzonder hoogleraarschap of gastaanstelling aan een universiteit. Andersom zijn er 22 hoogleraren aan negen universiteiten die nevenwerkzaamheden hebben voor defensie, blijkt uit een overzicht van alle nevenwerkfuncties van hoogleraren dat universiteiten sinds begin 2024 elk kwartaal publiceren. De Universiteit Leiden heeft de meeste: vier, plus twee door Defensie gefinancierde leerstoelen.

In maart sloot de Faculteit Militaire Wetenschappen van de NLDA zich aan bij het netwerk van Universiteiten van Nederland (voorheen de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten), de koepelorganisatie van universiteiten. Deze grotere verwevenheid is belangrijk, volgens hoogleraar Rietjens, om gezamenlijk kennis te ontwikkelen en oplossingen te vinden ‘voor de uitdagingen van vandaag en morgen’.

Ook Mark Voskuijl, hoogleraar wapen- en luchtvaartsystemen aan de NLDA en gastdocent aan de TU Delft, vindt samenwerking tussen defensie en universiteiten logisch. ‘Van oudsher heerst er op universiteiten geen cultuur van samenwerking met defensie, omdat een deel van de academische wereld principieel tegen defensiegerelateerd onderzoek is. Defensie is er voor onze veiligheid, dus ik heb het altijd een gekke spagaat gevonden om samenwerking af te houden.’

Drones en wapens

Zo doet Voskuijls promovenda Anique Altena aan de TU Delft onderzoek naar de ‘akoestische detectie van drones’: hoe kun je (vijandige) drones horen aankomen tussen al het andere omgevingsgeluid? Het is namelijk nog best ingewikkeld om het geluid van de naderende drone uit al die geluidsdata te filteren. Defensie betaalde mee aan haar onderzoeksproject.

Altena is ook reservist bij de luchtmacht, waar ze een dag per week werkt. De combinatie van onderzoek en defensie is waardevol, vindt ze. Want wetenschappers zijn op zoek naar vernieuwing en naar steeds verdere verbetering. ‘Maar bij defensie willen ze vooral snel kunnen bepalen waar die drone is en of die een bedreiging vormt. Met mijn kennis kan ik helpen een praktisch probleem op te lossen.’

Vaak blijft zulke kennis aan universiteiten te veel onbenut, vindt Voskuijl. Over wapenontwikkeling bijvoorbeeld. ‘Defensie wil graag weten wat er gebeurt als een raket een doel treft, afhankelijk van het soort materiaal. Daar is het onderzoek van de NLDA te klein voor. Daar hebben we de kennis van civiele universiteiten voor nodig.’

Extra geld

Terwijl het vorige kabinet bezuinigde op wetenschappelijk onderzoek, wil Defensie er de komende jaren juist meer in investeren: het totale budget voor research and development van het ministerie stijgt met 56 procent. De wetenschap krijgt er de komende jaren van Defensie 35 miljoen bij voor onderzoek.

Dat geld wordt verdeeld via subsidieorganisatie NWO. Waaraan het precies zal worden besteed, is nog niet bekend. Defensie wil dat het geld verspreid wordt over een aantal onderzoeksprogramma’s en dat het wordt ingezet voor fundamenteel onderzoek. Wetenschappers moeten hun onderzoek bovendien kunnen publiceren in wetenschappelijke vakbladen, volgens de principes van ‘open science’.

Voor een al bestaand programma heeft Defensie het budget al met 5 miljoen euro opgehoogd, naar een totaal van 12 miljoen. Wetenschappers kunnen voor minimaal 700 duizend en maximaal 2 miljoen euro subsidie aanvragen om, samen met bedrijven, onderzoek te doen naar een kleinere ecologische voetafdruk van defensiematerieel, betere productietechnieken en eenvoudiger te repareren materiaal. De onderzoeksvoorstellen worden binnenkort beoordeeld.

Dat Defensie wetenschappelijk onderzoek financiert, is niet nieuw: elk ministerie kan bij NWO terecht met ‘kennisbehoeften’, zegt Paul Blank, programmamedewerker bij NWO. Een ethische commissie die beoordeelt wat voor onderzoek gedaan mag worden, heeft NWO niet. Die verantwoordelijkheid ligt bij universiteiten.

Militarisering

Dubbelhoogleraren, intensievere samenwerking, meer geld voor wetenschappelijk onderzoek: als defensie op al die fronten terrein wint, wordt de onderzoeksagenda van universiteiten dan niet al te veel gestuurd in de richting van oorlogsvoering, in plaats van duurzame en rechtvaardige vrede, zoals critici als Judith Naeff vrezen? Kunnen wetenschappers straks nog wel kritisch zijn op defensie als ze afhankelijk zijn van hun financiering, en wat betekent dat alles voor de academische vrijheid?

Universiteiten zitten met die vragen in hun maag, blijkt uit kritische stukken in universiteitskranten en debatten die studenten en medewerkers organiseren met alarmistische titels als ‘Can the university survive militarization?’ (Universiteit Leiden) en ‘Knowledge for the war machine?’ (Universiteit Utrecht).

Op haar beurt voelt antropoloog Molendijk zich aan de universiteit soms juist ongemakkelijk vanwege het antimilitaire sentiment daar. Tijdens haar promotieonderzoek aan de UvA was dat al zo. ‘Als antropoloog zou je je niet moeten inlaten met de krijgsmacht, was het heersende idee.’ Ze kreeg al meermaals beveiliging bij een lezing, na eerdere incidenten met activisten die defensiemedewerkers aan de universiteit hadden belaagd.

‘Mensen associëren de Nederlandse krijgsmacht algauw met de Israëlische, en dus ook met de genocide in Gaza. Maar ik doe juist kritisch onderzoek naar hoe we tegen mensenrechtenschendingen en genocide kunnen optreden.’ En daarbij: de Nederlandse krijgsmacht schendt het internationaal recht niet, volgens Molendijk.

Mensenrechtenschendingen

Israël doet dat wel; reden voor veel Nederlandse universiteiten om hun banden met Israëlische universiteiten, die intensief samenwerken met het Israëlische leger, te verbreken. Maar we – wetenschappers, de overheid, de politiek – moeten er wel voor waken dat Nederland zich houdt aan het internationaal recht, vindt Jessica Dorsey, universitair docent internationaal recht en expert moderne oorlogsvoering (Universiteit Utrecht).

Dat roept wel degelijk dilemma’s op. Zo bestaan er AI-systemen die zonder tussenkomst van een mens een doelwit selecteren en uitschakelen. Dat doen ze met een enorme snelheid en op grote schaal, ook in Gaza en Iran. Daardoor komt menselijke controle onder druk te staan: er is minder tijd en ruimte voor zorgvuldige afwegingen, terwijl de gevolgen voor burgers enorm kunnen zijn, vertelt Dorsey. ’Defensie gebruikt dit soort autonome systemen nog niet, maar werkt wel steeds meer met AI-systemen die militaire besluitvorming ondersteunen. Hoe waarborgen we dan dat we het internationaal recht niet schenden?’, zegt Dorsey.

Bijvoorbeeld door alternatieven te ontwikkelen waarbij menselijke controle mogelijk blijft. Daarvoor heb je expertise nodig over software en AI, en die vind je vaak aan universiteiten. Samenwerking tussen de wetenschap en defensie is daarom niet per se problematisch, vindt ook Dorsey, zolang wetenschappers zich bewust zijn van de risico’s.

Civiel of militair

Veel wetenschappers zijn zich ervan bewust dat hun onderzoek naast civiele ook militaire doelen kan dienen, zegt hoogleraar ethiek aan de TU Eindhoven Filippo Santoni de Sio. Nederlandse universiteiten zijn bezig ethische commissies op te zetten die adviseren over de risico’s van onderzoek en risicovolle samenwerkingen. ‘Ik raad samenwerkingen die specifiek gericht zijn op wapens meestal af, maar de universiteit is nog bezig met beleid op dit gebied’, zegt Santoni de Sio.

Er is volgens Voskuijl bijna geen onderzoek te bedenken dat naast een civiele toepassing niet ook een militaire toepassing heeft, de zogenoemde dual-use. ‘De technologie achter de wieken van een windmolen is dezelfde als die van verkenningsdrones die heel lang en ver kunnen vliegen – China en Israël gebruiken ze.’ En een betere techniek voor MRI-scanners kan ook gebruikt worden voor betere radarsystemen.

Werken aan wapens ligt gevoelig, weet Voskuijl. ‘Maar sommige studenten gaan bij de civiele tak van Airbus werken, terwijl datzelfde bedrijf jachtvliegtuigen maakt die het verkoopt aan het Midden-Oosten.’

Voskuijl ziet het trouwens niet snel gebeuren, wapenontwikkeling aan de universiteit. Universiteiten werken meestal aan onderzoek dat nog vrij ver van toepassing af staat. ‘Ze bouwen niet de raket zelf, maar verzinnen misschien wel een nieuwe chemische samenstelling van de brandstof, of een nieuw type voortstuwing, om maar wat te noemen.’

Echt toegepast onderzoek wordt gedaan bij kennisinstituten als TNO of het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum. Dat soort onderzoek gebeurt eerder ‘achter gesloten deuren’, weet NWO-medewerker Blank. En dan zijn er nog de bedrijven die daadwerkelijk wapensystemen of defensiematerieel produceren, waaronder VDL Nedcar. Het grootste deel van het innovatiebudget gaat naar de industrie.

Afhankelijkheid

‘Framing’, noemen de NLDA-wetenschappers het verwijt van militarisering van de universiteit dan ook. ‘Die term wekt de suggestie dat defensie universiteiten overneemt en vanaf nu verordonneert wat voor onderzoek er moet gebeuren’, zegt Rietjens. Defensie heeft geen invloed op welk onderzoek wel of niet gefinancierd wordt en kan geen eisen stellen aan de inhoud, bevestigt Blank van NWO. Onderzoeksideeën komen van onderzoekers zelf.

En nee, Molendijk en Voskuijl lopen niet in uniform rond op de NLDA en de universiteit. Ze zijn zelfs geen militair. Rietjens was wel reservist, van 2005 tot 2015, maar was ook toen vaak in burger. Nu draagt hij op de universiteit en bij de NLDA een gewoon pak – net als 70 procent van zijn collega’s die als burger voor defensie werken.

De NLDA-wetenschappers doen onafhankelijk onderzoek, bezweren ze. Ook zij betreuren de overheidsbezuinigingen op onderzoek en maken zich zorgen over de onafhankelijkheid van de wetenschap en beïnvloeding door financiers. Dát wetenschappers onderzoek doen met geld van Defensie is niet zo’n probleem. ‘Zolang ze daarnaast ook de vrijheid hebben om ander onderzoek te doen’, zegt ethicus Santoni de Sio.

Ook zijn collega Ibo van de Poel, hoogleraar ethiek van technologie aan de TU Delft, vindt dat samenwerken met Defensie mogelijk moet zijn. Zolang je afspraken maakt, bijvoorbeeld over openbaarheid van kennis en toegang tot data.’ En ja, financiering kan soms een ongewenste prikkel vormen. ‘Maar dat geldt net zo goed voor financiering door andere partijen, al dan niet commercieel.’

Aanvullen

Uiteraard bepaalt de Universiteit Leiden zelf het onderwijsaanbod, zegt instituutsdirecteur Sanneke Kuipers desgevraagd. ‘Veiligheid, variërend van crisismanagement tot huiselijk geweld en van terrorismedreiging tot vredesonderzoek, is bij ons van oudsher een belangrijk onderzoeksthema. Het doel van de defensiestage is vooral om studenten werkervaring te laten opdoen in het vakgebied dat ze bestuderen, en daar kritisch op te leren reflecteren’, benadrukt ze. En nee, de universiteit krijgt geen geld van Defensie om de NWT-stage aan te bieden.

Studenten kunnen ook stage lopen bij de politie, een veiligheidsregio of een ministerie. Over de precieze inhoud van een stage gaat de universiteit niet. ‘Sommige studenten hebben een werkervaringsplek bij een ministerie, maar daarvan kunnen we ook niet controleren of ze alleen maar koffie staan te schenken. De stage is echt een koppeling van theorie en praktijk.’

Ook jurist Dorsey denkt dat universiteiten en defensie elkaar kunnen aanvullen. ‘We verdedigen de democratische rechtsstaat met z’n allen: universiteiten door kritisch, open en onafhankelijk te zijn, ook over defensiebeleid, en defensie door onze veiligheid te waarborgen.’ De weerstand tegen de krijgsmacht komt misschien wel voort uit een veel fundamenteler meningsverschil, denkt Molendijk, namelijk over het bestaansrecht van de krijgsmacht. ‘Maar dat een democratische rechtsstaat een krijgsmacht heeft, daar sta ik volledig achter.’

Het ministerie van Defensie heeft in 2026 een budget van bijna 27 miljard euro. De uitgaven van het ministerie aan research and development, waar ook wetenschappelijk onderzoek onder valt, stijgen van 253,7 miljoen euro in 2024 naar 397 miljoen in 2030, becijferde het Rathenau Instituut onlangs. Het grootste deel daarvan gaat naar kennisinstituten voor toegepast onderzoek, waaronder TNO en het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum; 35 miljoen gaat via subsidieorganisatie NWO naar universiteiten.

Het ministerie van Defensie kan ook rechtstreeks onderzoek mede financieren. Als dat soort directe financiering toeneemt ten opzichte van vrij te besteden geld dat universiteiten van de overheid krijgen, wordt de kans op ongewenste beïnvloeding van wetenschappelijk onderzoek groter, waarschuwde het Rathenau Instituut in 2020. Er bestaan al regelingen en gedragscodes om dat te voorkomen, maar wetenschappers en de overheid moeten er wel voor blijven waken, schrijft het instituut.

NLDA-wetenschappers praten graag over defensiegerelateerd onderzoek, maar universiteiten hebben het meestal over ‘weerbaarheid’ en ‘veiligheid’. Lang niet al het defensiegerelateerde onderzoek gaat namelijk over wapentechnologie. Zo heeft de Vrije Universiteit een Centrum voor Defensie en Weerbare Samenleving. De TU Delft heeft een dossier Veiligheid en Weerbaarheid en wil ‘via onderzoek, onderwijs en innovatie bijdragen aan de autonomie, veiligheid en weerbaarheid van Nederland en Europa.’ De TU Eindhoven wil ‘met de kracht van onderzoek bijdragen aan het beschermen van onze maatschappij’ en ook de Universiteit van Amsterdam legt uit ‘hoe de universiteit bijdraagt aan een weerbare samenleving.’

De enige VU-hoogleraar met nevenwerkzaamheden voor Defensie slaat een interviewverzoek af, onder meer vanwege ‘morele kwesties’, laat een woordvoerder van het Centrum Wiskunde en Informatica, waar de hoogleraar het grootste deel van zijn tijd werkt, weten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next