is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
Ik werd zenuwachtig van het verhaal in NRC. Niet vanwege de inhoud. Er stond in dat meer dan twintigduizend ouders zonder goede grond zijn aangemerkt als slachtoffer van het toeslagenschandaal en minstens 30 duizend euro schadevergoeding hebben gekregen.
Op deze plek heb ik ooit ook wel betoogd dat het daadkracht was die het herstel voor toeslagengezinnen liet vastlopen. Een maatregel die mooi leek – een vast bedrag voor ieder gedupeerd gezin en daarna kijken wie recht heeft op meer – leidde ertoe dat de zwaarst getroffenen werden verdrongen door de vele aanvragers.
Nee, ik werd nerveus omdat ik weet hoe op zo’n verhaal kan worden gereageerd. De krant schreef het hard op en bracht het groot. Ik dacht: als ze in Den Haag nu maar niet gaan proberen dit óók weer te corrigeren. Laat ze niet de hersteloperatie herstellen. Leer ervan, maar neem je verlies.
Die vrees is gebaseerd op alle keren dat de volgende dynamiek zich heeft voorgedaan: medium onthult misstand (1), media en Kamer eisen reactie (2), bestuurder belooft oplossing (3), ondoordachte maatregel vergroot oorspronkelijk probleem (4).
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het was fijn te horen dat de auteurs, Derk Stokmans en Stefan Vermeulen, zich zeer bewust zijn van dit patroon. ‘De eerste reflex van Kamerleden en media is om naar de verantwoordelijk politicus te rennen en te vragen: hoe erg vindt u het en wanneer heeft u het opgelost?’, aldus Stokmans in de podcast Haagse zaken. ‘Dan komt er enorme druk op zo’n politicus, ook van zijn partij: je moet nu snel een goede oplossing bieden, want dit is niet goed voor het beeld.’
Stokmans erkent dat ook NRC-journalisten zich soms verdringen rond een politicus in de problemen. ‘Door mediadruk kunnen politici niet rustig nadenken over oplossingen. Je zou in theorie kunnen zeggen: ik ga er even over nadenken. Maar ik denk dat je dan geen lang politiek leven hebt.’
Vermeulen ‘ziet niet hoe wij het anders zouden kunnen doen’. Hij zegt: ‘Het is onze taak om over misstanden te berichten. Die zelfbeheersing moet meer bij Kamerleden zitten die niet hysterisch tekeer moeten gaan en bij bewindslieden die wél moeten zeggen: ik ga het eerst even uitzoeken.’
Misstanden moeten uiteraard worden onthuld. De perverse prikkels komen ook niet in de eerste plaats van onderzoeksjournalistiek. En natuurlijk hebben politici een eigen verantwoordelijkheid. Maar toch: als we weten dat een snel aangekondigde maatregel bij een ingewikkelde kwestie per definitie verdacht is, omdat je voor een onderbouwd idee nu eenmaal tijd en onderzoek nodig hebt, dan moet het toch mogelijk zijn om in de media een norm te ontwikkelen die zegt dat politici op overhaast optreden worden afgerekend?
In de kluwen van camera’s en plopkappen zouden dit toch prima zuigerige vragen zijn: ‘Hoe kan het dat u hier al zo snel mee komt? Hoe is dit onderzocht? Heeft u met betrokkenen gesproken? Bent u nu beleid aan het maken of bent u vooral met uw beeldvorming bezig?’
Het zou toch kunnen scoren wanneer aan talkshowtafels iedere politicus die een ondoordacht plannetje heeft met het diepste wantrouwen wordt bejegend, belachelijk wordt gemaakt en wordt weggehoond?
Media moeten niet soft worden voor politici. In feite is dit strenger. Veeleisender. Want iets willekeurigs roepen en je opvolger met de schade laten zitten, kan iedere minkukel.
En stel dat een politicus juist het tegenovergestelde zegt: ‘Dit bericht is ook voor mij zorgwekkend. De verleiding is groot om nu snel te handelen, want je wilt leed voorkomen. Maar we weten dat dat de boel erger kan maken. Dus ik neem de rust om mij hier grondig in te verdiepen. Als ik een stap zet, wil ik weten dat het een stap in de goede richting is. Een bestuurder is er om het hoofd koel te houden op zo’n moment.’
Zijn er geen vlot babbelende duiders die dat kunnen roemen als precies wat dit land nodig heeft?
Ik was opgelucht toen na de onthulling over de al te ruimhartige compensatie rumoer en reflexen goeddeels uitbleven en het ministerie zei geen geld te zullen terugvorderen.
Toch is die opluchting eigenlijk ook gek. Want het lijkt erop dat er óók niets van de hele gang van zaken wordt geleerd. De interessante vragen die blijven liggen: hoe kwam dit? En hoe kunnen we dat de volgende keer beter doen? Leren is niet alleen terugkijken welke beslissing fout was. Leren is onderzoeken waardoor het voor mensen logisch voelde om de fout te maken.
Welke rol speelden onrust, mediadynamiek, hoge eisen, electorale gevolgen, angst opnieuw hardvochtig te zijn? Welke krachten duwden hoofdrolspelers de foute kant op? En hoe kunnen zij zich daartegen de volgende keer teweerstellen?
Het valt me op dat de overheid een keur aan instituten heeft, van adviesraden tot rekenkamers en van planbureaus tot toezichthouders. Maar een plek die puur bedoeld is om te leren, die heb ik eigenlijk nog niet ontdekt.
Media kunnen zo’n plek ook niet zijn. Zij moeten afstand houden, onafhankelijk blijven. Maar ook op dit vlak kunnen ze wel de agenda bepalen met de vragen die ze stellen: waardoor werd deze fout bijna logisch? Welke druk stond erop? Welke waarschuwingen zijn overstemd? En hoe zorgen we dat dat de volgende keer anders gaat? Kan de minister of staatssecretaris dáár nog eens helderheid over verschaffen?
Pas na enig nadenken, uiteraard.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant