In de rubriek De broeikas schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan iedere zondag over wat hem opvalt. Deze week: Nederland stoot op wereldschaal maar een klein beetje CO2 uit, maar toch doen wij zo hard ons best om te vergroenen. Is dat wel eerlijk?
Tussen de (vele) vragen die ik van lezers krijg, komt er steevast één terug: wat heeft het eigenlijk voor zin als wij in Nederland onze CO2-uitstoot terugdringen? Wij produceren maar 0,3 procent van de wereldwijde uitstoot, dus is al onze moeite niet voor niets als de rest van de wereld toch niet meedoet aan de strijd tegen klimaatverandering?
Grappig genoeg krijg ik deze vraag zowel van mensen die niets met klimaat hebben ("Het heeft geen zin, dus schei uit met die klimaatonzin") als van mensen die zich juist grote zorgen maken ("Het is hopeloos, dus moeten we ons maar gaan voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering").
Dat deze gedachte uit zulke verschillende hoeken komt, moet haast wel betekenen dat hij een kern van waarheid bevat. En dat is natuurlijk ook zo: als Nederland kunnen wij klimaatverandering inderdaad niet eventjes zelf oplossen. Voor een mondiaal probleem is een mondiale oplossing nodig; niet voor niets bestaat er al meer dan dertig jaar een VN-klimaatverdrag, en sinds 2016 ook nog het Parijsakkoord.
Toch valt er wel wat af te dingen op het kikkerlandjesargument, blijkt uit een grappige analyse die de Britse denktank Energy & Climate Intelligence Unit deze week publiceerde. Onderzoekers doorzochten kranten uit tal van landen en kwamen ditzelfde argument tegen in maar liefst 27 landen die allemaal maar een klein deel (0 tot 2 procent) van de wereldwijde CO2-uitstoot produceren. Op dit lijstje staan behalve Nederland ook landen als Canada, Frankrijk, Maleisië, Marokko en Taiwan.
Het Calimero-argument blijkt ook in vier grotere landen, met tussen de 2 en 5 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, in omloop te zijn. Tel je die allemaal bij elkaar op, dan komen deze 31 landen samen op bijna een derde van de wereldwijde uitstoot: meer dan China, de grootste uitstoter van de planeet.
Individueel zijn wij klein en hebben we inderdaad minder invloed op het wereldwijde klimaat dan China of de Verenigde Staten. Maar al die landjes samen zijn toch nog een soort grootmacht.
Dat geldt al helemaal als deze landen hun invloed inzetten om de CO2-uitstoot ook over de grens te verminderen, bijvoorbeeld door buitenlandse beleggingen te vergroenen of door klimaateisen te stellen aan de import van goederen.
Eigenlijk geldt hier hetzelfde als voor onze klimaatvoetafdruk als individuen. In je eentje kun je klimaatverandering ook niet oplossen. Daarvoor moet de hele maatschappij op de schop. Een miljardair met een privéjet kan met wat gedragsaanpassingen een stuk meer betekenen voor het klimaat. Maar ook jij en ik kunnen wel degelijk een steentje bijdragen, en als we dat in groten getale doen, kan dat een behoorlijk groot verschil maken.
Reden genoeg dus voor Nederland om zich niet te verschuilen achter het relatief lage percentage van de wereldwijde uitstoot. Wel laat dat percentage zien dat het óók belangrijk is om internationaal druk te blijven zetten op grote landen die het VN-klimaatverdrag aan hun laars lappen, terwijl de kleintjes hun best doen. Zoals Calimero al zei: dat is niet eerlijk, oh nee!
Ik ontvang graag jullie vragen, feedback en tips! Je kan me bereiken via jeroen@nu.nl.
Source: Nu.nl algemeen