Home

‘Monsters van de Lage Landen’ (8+) is een fijn zomerboek – voor wie durft

Onderzoeker en schrijver Floor Bal brengt vergeten maar nog altijd tot de verbeelding sprekende monsters opnieuw tot leven. En die griezels zijn allemaal van eigen bodem.

schrijft voor de Volkskrant over jeugdliteratuur.

Moeten we voor bovennatuurlijke avonturen op vakantie naar Transsylvanië of Loch Ness? Onzin. Wij hebben onze eigen monsters. De Schoverik bijvoorbeeld, een brandende man die je achternazit en naar wie je vooral niet moet fluiten. Of de Bullebak, die kinderen onder water trekt en laat verdrinken. En de Kludde, een valse hond met vleugels en een rammelende ketting aan zijn poot.

In Monsters van de Lage Landen brengt onderzoeker en schrijver Floor Bal vergeten maar nog altijd tot de verbeelding sprekende monsters opnieuw tot leven. En ontdekken lezers en luisteraars dat er wel degelijk wat te rillen en te huiveren valt in Nederland en Vlaanderen.

Dat is weleens anders geweest. Griezelgrootmeester Paul van Loon moest het ooit doen met het weinig tot de verbeelding sprekende Limburgse Sagenboek van de Maastrichtse dichter Pierre Kemp uit de boekenkast van zijn ouders. Daarin vond hij zijn eerste weerwolf.

Dicht bij de oorsprong

Bal haalt haar gruwelijke geschiedenissen uit diverse, meer dan honderd jaar oude wetenschappelijke collecties, zoals die van de Leidse sprookjesdeskundige professor Gerrit Jacob Boekenoogen. Die kreeg de verhalen dan weer van verzamelaars, zoals dorpsdokter Bakker uit Broek in Waterland.

Waar Van Loon zijn eigen, spectaculaire draai geeft aan zulke oude, ‘waargebeurde’ vertellingen, is de verdienste van Bal dat ze juist dicht bij de historische, mondelinge oorsprong blijft. Ze vindt het aanstekelijke midden tussen een 19de-eeuws decor van klompen, grote gezinnen, opkomende industrie, mislukte oogsten en armoe en herkenbare, ondernemende kinderen, die in frisse Nederlandse zinnen hun problemen proberen op te lossen.

Soms gebeurt dat heel doortastend, zoals in het geval van grote zus Gea, die een weerwolf verslaat met een zakdoek. Dan weer geniepig en benauwend: honderd katten die over twee meisjes heen klimmen tot ze niet meer kunnen ademen. Of de verontrustende geschiedenis van Marie, die door drie Witte Wieven is gegijzeld en, als ze eindelijk ontsnapt, ineens niet meer blijkt te kunnen praten over haar ontvoerders. Geestig is het kroegavontuur van een Antwerpse drinkebroer. Hij blijkt uiteindelijk banger voor zijn vrouw dan voor Lange Wapper, die hem op mistige kaden achtervolgt.

Geen oer-Hollands gebeuren

Bal toont zich vindingrijk in de manieren waarop de kinderen in aanraking komen met de monsters. Want niemand gaat natuurlijk voor de lol op een avontuur dat alleen maar slecht kan aflopen. Maar als je honger hebt, of indruk wilt maken op jongens van wie je hoopt dat het je vrienden worden, of hoognodig een aanbevelingsbrief voor een beter bijbaantje moet afleveren, dan gebeurt het onvermijdelijke tóch. Zo gaat dat in goede griezelverhalen.

Een interessante draai die Bal hier en daar aan haar versies geeft, is dat ze niet in de valkuil trapt om er een oer-Hollandse bedoening van te maken. Ook al gaat het om kleine aantallen, de Lage Landen waren al in de 19de eeuw kleurrijker dan op de meeste scholen wordt geleerd. En dus kan er best een Amadou uit Afrika in het Vlaamse dorpje Schelle hebben gewoond, of een Surinamer die Ludwig heet in Wijk C in Utrecht.

Zo is dit echt een historisch verantwoorde griezelbundel voor iedereen geworden. Fijn zomerboek, zeker voor wie in Nederland of België blijft. En durft.

Floor Bal: Monsters van de Lage Landen (8+). Met illustraties van Marieke Nelissen. Volt; 152 pagina’s; € 19,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next