De schrijver is op zijn best in het oproepen van het onwerkelijke leven in de vrije zone, waar men midden in de oorlog zonnebaadt en dineert alsof het gewoon vakantie is.
Een afstand in ruimte kun je overbruggen, een afstand in tijd niet. Als je in de ban bent van het verleden kun je daarvan in het heden sporen vinden, dat wel, en de grootste vindkans heb je op de plek waar het verleden dat je onderzoekt zich heeft afgespeeld.
Welomschreven ruimten, vaak Parijse straten, zijn in het werk van Patrick Modiano (1945) het uitgangspunt voor speurtochten naar de verloren tijd.
Die wordt er overigens niet minder ondoorgrondelijk op – het blijft bij het opvangen van echo’s uit het verleden.
Het verschijnen van Huwelijksreis is op zichzelf eigenlijk ook zo’n echo, of een lichtstraal uit het heelal, want het origineel, Voyage de noces, verscheen al in 1990 en de meeste boeken die Modiano sindsdien schreef, zijn allang in het Nederlands vertaald.
Huwelijksreis vormt een dubbelster met Dora Bruder, en het gemeenschappelijk zwaartepunt waar ze omheen cirkelen is een krantenbericht uit 1941. In Dora Bruder (1997) vertelt de auteur over het ontstaan van beide boeken: toen hij in 1988 een opsporingsbericht in een oude Paris-Soir las (hij buigt zich graag over vergeelde kranten en telefoonboeken, zeker als ze uit de jaren van de Duitse bezetting stammen), raakte hij geobsedeerd door Dora Bruder, het 15-jarige meisje dat daarin als vermist werd opgegeven.
Hij vermoedde dat ze van huis was weggelopen, en zijn verbeelding werd geprikkeld door het feit dat hij op die leeftijd hetzelfde had gedaan. Bijna zonder iets van Dora Bruder af te weten, ‘maar om me in gedachten met haar te kunnen bezighouden’, schreef hij Huwelijksreis. Omdat de kwestie hem daarna niet losliet, schreef hij zes jaar later ook nog Dora Bruder, waarin hij op een rij zette wat hij later over het Joodse meisje te weten was gekomen: schaarse feiten met als bittere hoofdzaak dat ze enkele maanden na thuiskomst werd opgepakt en gedeporteerd naar Auschwitz.
Het weggelopen meisje in Huwelijksreis heet Ingrid Teyrsen. Ze wil op een dag tijdens de bezetting niet terugkeren naar het Parijse hotel waar ze woont met haar vader, een Joodse arts die clandestien in een kliniek werkt.
Ze wordt opgevangen door de iets oudere Rigaud, afkomstig uit de wereld van de ‘welopgevoede jongemannen’, wat bij Modiano gewoonlijk neerkomt op een jeugd van eenzaamheid en emotionele verwaarlozing. Rigaud woont in een chic appartement van zijn moeder, waarvan hij de inboedel aan zwarthandelaren verkoopt om samen met Ingrid naar de Côte d’Azur te vluchten; in de ‘vrije zone’ van de Vichy-regime heeft Ingrid, voorzien van valse papieren, een grotere kans uit handen van de Franse politie en de Duitse bezetter te blijven. Hun dekmantel is dat ze op huwelijksreis zijn.
Modiano is op zijn best in het evoceren van het onwerkelijke leven in de vrije zone, waar men midden in de oorlog zonnebaadt en dineert alsof het gewoon vakantie is. Door zich in een villa in Juan-les-Pins schuil te houden komen Ingrid en Rigaud veilig de oorlog door.
Het verhaal wordt verteld door Jean, die het stel in de jaren zestig heeft ontmoet; ze gaven hem toen een lift in de buurt van Saint-Tropez en ontfermden zich over hem. Een bungalow met een zwembad, de schaduw van de pijnbomen, de aanraking van Ingrids arm: het maakte diepe indruk op de eenzame, in internaten opgegroeide jongeman.
In de jaren daarna heeft hij geprobeerd over Ingrid te schrijven. En dat brengt ons bij het heden van de vertelling, waarin Jean tussen twee vluchten door op de luchthaven van Milaan zit en terugdenkt aan zijn overnachting in een Milanees hotel, achttien jaar geleden, waar even tevoren een vrouw zelfmoord heeft gepleegd.
Die vrouw bleek Ingrid te zijn. Waardoor raakt hij nu opnieuw zo in haar ban? Deels doordat zijn huidige levenssituatie het vluchten van de gekwelde vrouw weerspiegelt: zonder iemand iets te zeggen heeft Jean zijn echtgenote en zijn baan in de steek gelaten, hij is simpelweg verdwenen, en nadat hij uit Milaan in Parijs is teruggekeerd duikt hij onder in hotels.
Terwijl hij zijn eigen sporen probeert uit te wissen, zoekt hij naar de sporen die Rigaud en Ingrid in de stad hebben achtergelaten. Uiteindelijk huurt hij hetzelfde appartement dat vroeger aan Rigaud toebehoorde; diens ski’s staan zelfs nog in de kast.
De verschillende tijdlagen maken het verhaal complex; de lezer heeft het gevoel, net als Jean op de luchthaven, ‘in transit’ te verkeren, maar dan onderweg in de tijd. Dit schuiven met tijdlagen is een beproefde methode van de auteur, en ook in andere opzichten is Huwelijksreis op en top Modiano.
De tekst is fragmentarisch: naar de grote lijn van zowel het verhaal van Ingrid en Rigaud als dat van Jean en Annette blijft het gissen. Vertrouwd zijn de schimmige personages die zich van schuilnamen bedienen, zoals de zwarthandelaar ‘in zijn bontjas die net zo nieuw leek als zijn adellijke titel’. Bekend terrein voor de Modiano-liefhebber is het zomerse Parijs, de hitte en de (betrekkelijke) leegte van een stad die ‘vakantie heeft genomen’.
We herkennen natuurlijk de bedrieglijk eenvoudige stijl van Modiano, in 2014 winnaar van de Nobelprijs voor literatuur, inclusief de beletseltekens in de dialogen, die het allemaal nog net iets dromeriger maken: ‘Nee, echt niet… Lieverd… Niet bang zijn… Niemand kan ons komen storen…’
Wat het vaste ingrediënt van elementen uit het detectivegenre betreft: meestal roepen die bij Modiano alleen een raadselachtige sfeer op, maar in Huwelijksreis wordt het beslist spannender dan dat. De schrijver heeft altijd geluk gehad met zijn illustere Nederlandse vertalers; na Edu Borger, Marijke Arijs, Marianne Kaas, Bernlef, Paul Gellings en Maarten Elzinga sluit Martin de Haan in dat rijtje aan. Het nawoord is van Francis Mus, die terecht opmerkt dat dit boek ideaal is om met het lezen van Patrick Modiano te beginnen.
Patrick Modiano, Huwelijksreis. Uit het Frans vertaald door Martin de Haan. Weerwoord; 176 pagina’s; € 23,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant