Home

Voor verbetering van de natuur is meer nodig dan alleen minder stikstof

Met behoorlijk stevige stikstofmaatregelen hoopt het kabinet Nederland van het stikstofslot te krijgen. Veel natuurgebieden zijn gebaat bij een lagere stikstofuitstoot. Maar stikstof is niet het enige probleem. Om de natuur te verbeteren moet veel meer gebeuren.

De Veluwe, het Fochteloërveen, de Weerribben-Wieden en de Biesbosch: het is een greep uit de meer dan honderd gebieden in Nederland die last hebben van te veel stikstof. Kwetsbare planten worden door de grote hoeveelheid stikstof verdrukt door planten die snel groeien door stikstof, zoals grassen en bramen. Dat heeft weer negatieve gevolgen voor allerlei insecten die van die kwetsbare planten afhankelijk zijn.

Het kabinet hoopt die stikstofgevoelige gebieden wat meer te beschermen door een pakket aan maatregelen. Veel boeren moeten door de koeiennorm vee inleveren of grond aankopen en boeren die dicht bij Natura 2000-gebieden zitten, moeten hun bedrijven flink aanpassen of vertrekken.

De gedachte is dat door die maatregelen de stikstofcrisis wordt opgelost. Maar het is niet zo dat het door het oplossen van de stikstofcrisis direct ook veel beter gaat met de natuur. Er is de afgelopen decennia dusdanig veel stikstof op sommige natuurgebieden terechtgekomen, dat in de bodem te veel stikstof zit. Daar zal ook iets aan moeten worden gedaan.

En er is meer. In veel natuurgebieden is stikstof lang niet het enige probleem. Er zijn veel meer factoren waardoor natuurgebieden er vaak niet goed voor staan. Uit rapporten van de Ecologische Autoriteit blijkt dat veel natuurgebieden ook last hebben van te veel recreatie en van verdroging.

Neem bijvoorbeeld het Fochteloërveen, dat op de grens van Friesland en Drenthe ligt. Stikstof is daar een probleem, concludeert de Ecologische Autoriteit. Maar ook verdroging is daar een groot probleem. Daardoor heeft onder meer veenmos het moeilijk.

Die verdroging wordt veroorzaakt door klimaatverandering, maar ook doordat er water weglekt naar lager gelegen gebieden. Vaak zijn dat landbouwgebieden waar de waterstand laag wordt gehouden, zodat trekkers niet vast komen te zitten in drassig land.

Natuurmonumenten beheert het Fochteloërveen en probeert met het plaatsen van dammen de verdroging tegen te gaan. Vorig jaar schreven we daar onderstaand verhaal over.

Veel natuurgebieden lijden ook onder een te hoge recreatiedruk. Dat lijkt positief: als mensen de natuur ingaan, leren ze de natuur waarderen. Veel meer dan wanneer ze een gebied niet zouden zien. Maar door al die wandelaars (soms met hond), fietsers, ruiters en mountainbikers worden plantjes vertrapt en vinden vogels en zoogdieren onvoldoende rust.

De Loonse en Drunense Duinen is een van die gebieden waar het eigenlijk te druk is. Jaarlijks wordt het gebied 3,5 miljoen keer bezocht, waarmee het een van de drukste natuurgebieden van Nederland is. Natuurmonumenten neemt ook hier maatregelen om de drukte in toom te houden. Doordat het al niet goed gaat met de natuur, is het lastiger om klappen op te vangen.

Daar komt bij dat veel gebieden versnipperd zijn. Ze worden doorkruist door een snelweg of ze missen de verbinding met een groter gebied. Als een gebied al klein is en ook nog eens een harde tik krijgt door een droge zomer of doordat het er te druk is, dan is er onvoldoende ruimte om zich te herstellen.

In het Natuurpact is in 2013 afgesproken dat er vanaf dat jaar tot 2027 80.000 hectare extra natuur bij moet komen. Dat is ongeveer de helft van de provincie Utrecht. Dat moet ervoor zorgen dat natuurgebieden meer met elkaar verbonden zijn. Maar het realiseren van die doelstelling lijkt niet te lukken, zoals je in de grafiek hieronder kunt zien.

En dan is er nog de slechte waterkwaliteit. Heel voorzichtig wordt dat door experts weleens de stikstofcrisis 2.0 genoemd. Het is afwachten of het zo'n vaart gaat lopen, maar duidelijk is wel dat het voor problemen gaat zorgen.

Vergeleken met een aantal decennia geleden is de waterkwaliteit in Nederland verbeterd. Giftige stoffen worden veel minder direct in rivieren geloosd en dat heeft ervoor gezorgd dat soorten als de bever en de otter weer in Nederland kunnen leven.

Maar dat was in de jaren zeventig en tachtig. Inmiddels staat de waterkwaliteit er lang niet overal even goed voor. Binnen de Europese Unie (EU) zijn in 2000 afspraken gemaakt dat de "ecologische en chemische kwaliteit" van het oppervlaktewater en grondwater in uiterlijk 2027 goed moet zijn. Dat is vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water (KRW).

Nederland heeft al meerdere keren vanuit Brussel te horen gekregen dat het niet goed scoort. Nu is eigenlijk ook al duidelijk dat we de doelen eind volgend jaar niet gaan halen. Dat kan ervoor zorgen dat Nederland boetes krijgt vanuit de EU. Of dat rechtszaken bouwprojecten gaan stilleggen, zoals in de stikstofcrisis ook gebeurt. Dat is nu nog niet zover, maar aangezien de deadline volgend jaar al is, waarschuwen experts voorzichtig voor een nieuwe stikstofcrisis.

Natuurlijk zijn er lichtpuntjes en zijn er natuurgebieden waar nauwelijks problemen zijn of waar het juist goed gaat. Maar veel natuur in Nederland is jarenlang verwaarloosd. Daardoor stapelen de problemen zich op en die zijn niet zomaar met enkele maatregelen verholpen.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next