Home

Zonde van het geld: de heer J.G. Schoorl gaat op onderzoek uit. Waarom is zijn verkeersboete zo godsgruwelijk hoog?

Een heer in het verkeer loopt op een kwade dag een boete op. Een flinke trouwens. Na de eerste schrik gaat hij op onderzoek uit naar het hoe en waarom van dit ongehoord hoge bedrag. Hij blijkt bepaald niet de enige te zijn die in overtreding was.

is verslaggever van Volkskrant Magazine.

Op 29 november 2025 vond J.G. Schoorl het noodzakelijk om op de Vondelweg in Haarlem zijn Spotify-playlist te raadplegen terwijl hij in zijn Toyota reed. Hij had net zijn hond uitgelaten op een voormalige vuilstortplaats, en was nu op weg naar huis.

De Spotify-playlist droeg de naam Grill Master en bevatte puike stukjes jazzmuziek. Hij zocht het nummer Melancholee van Lee Morgan om redenen van melancholische aard, terwijl hij zijn weg vervolgde. Hij had zijn linkerhand aan het stuur en hield zijn Samsung-smartphone even vast om op play te drukken. Hij reed op dat moment 43 kilometer per uur, in de bebouwde kom van Haarlem-Noord, en achter hem hield een Mini Cooper de vaart erin.

Terwijl de schitterende trompet van Lee Morgan (1938-1972) klonk, reed J.G. Schoorl het adres Vondelweg 162 voorbij, om 10.57.16 uur precies – zeg maar, even voor elven.

Het was trouwens zaterdag, niet eens heel koud maar wel bewolkt. Dat er een immens GROOT controleapparaat heel zichtbaar langs de weg stond opgesteld, ter hoogte van Vondelweg 162, had hij niet in de gaten. Hij had het logischerwijs te druk met zijn Spotify-playlist.

FLITSSSHH! FLITSSHH!

Het immense GROTE fototoestel deed flits en nog een keer flits en zette zo J.G. Schoorl op de kiek. J.G. Schoorl had een gevalletje ‘R545’ aan zijn broek, ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’.

Het immense GROTE fototoestel dat J.G. Schoorl niet had gezien, staat bekend als de focusflitser, een nieuw verschijnsel, pas in 2025 ingevoerd.

De focusflitser is een geavanceerde flitspaal die speciaal is ontworpen om appende en bellende J.G. Schoorls te betrappen, en is de opvolger van de ‘MoNocam’, een neef van de ‘flexflitser’, en een verplaatsbaar zusje van de ‘flitspaal’. Dankzij ‘slimme software’ (AI, dus) en camera’s die ‘van bovenaf’ in de weg hangen, kan het apparaat ‘feilloos detecteren’ of J.G. Schoorl een mobiele telefoon vasthoudt tijdens het rijden.

Slim.

Feilloos.

Zeg maar: kansloos.

Er klonk in het huis van J.G. Schoorl een paar weken later een vloek uit duizend kelen nadat de envelop, met op de zijkant het kenmerkende Prince-paarse motief, was geopend.

Door u te betalen: 439 euro, inclusief administratiekosten.

Eerste reactie J.G. Schoorl: godverdegodgloeiendeteringtyphus!

Tweede reactie: Zonde van dat geld. Daarkunje…. Daarkunje. Daarkunje. En het is niet zo. Het. Is. Niet. Zo. En het is niet zo. Ik had die fokking telefoon niet vast. Ga boeven vangen. Ik ga in beroep. Ik ga niet betalen. Ik laat het voorkomen. Ik had mijn telefoon niet vast. Verdomme!

Als wij een foto van de overtreding hebben, dan kunt u deze direct bekijken – zo staat het op de website van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), de boetefabriek in Leeuwarden.

J.G. Schoorl logde in op de site en zocht ’m op. J.G. Schoorl zag op de foto dat hij zijn telefoon vasthield, een telefoon die met een snoer was verbonden aan de muziekinstallatie van de Toyota, met als bedoeling pico bello jazzmuziek tot zich te nemen in de auto.

Wat een ongelooflijke pannenkoek, sprak J.G. Schoorl tot zichzelf. Geflitst door een focusflitser, net als negenhonderdzeven anderen in het jaar 2025 in Haarlem, op die desbetreffende plek. Op een andere hotspot in Haarlem, waar de Fonteinlaan de Koningin Wilhelminalaan kruist, werd het Haarlemse record van dat jaar gepakt: 1.276 gevallen.

Later bleek dat J.G. Schoorl paste in een door het CJIB in juichende bewoordingen geëtaleerde ontwikkeling: er zijn steeds meer ongelooflijke pannenkoeken. Het aantal boetes ‘voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat’, zoals appen achter het stuur heet, zowel in de auto als op de fiets, bleek in 2025 flink te zijn gestegen: van 165.408 in 2024 naar 248.020 in 2025.

Ruim 73 duizend overtredingen werden geconstateerd door de in 2025 geïntroduceerde focusflitsers. Er zijn er wel veertig van die nieuwe krengen in Nederland, en het worden er driehonderd. En weet je waar de meeste focusflitsers staan in Nederland? Leeuwarden en Eindhoven.

Niet iedereen had trouwens trek in de focusflitser. In november 2025 sloopten ‘vandalen’, aldus Alblasserdamsnieuws.nl, ‘een verse flitspaal’ in Oud-Alblas. In het Drentse Zuidwolde hadden ‘onbekenden’ het begin dit jaar al na drie dagen helemaal gehad met de focusflitser. De camera’s werden te grazen genomen, waardoor overtredingen niet meer konden worden geregistreerd.

Haha!, zou je zeggen, maar medio 2026 draait de Zuidwolder focusflitser weer op volle toeren, en waren al 1.553 automobilisten de sjaak.

Het vasthouden van een mobiele telefoon valt onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ook wel genoemd de Wet Mulder, naar topambtenaar Albert Mulder (1916-1995), die vanwege zijn dwingende karakter ook een bijnaam had: ‘Dwingelbert’. We hebben het hier over de categorie lichte verkeersovertredingen, zoals te hoge snelheid en verkeerd parkeren en ander ongewenst verkeersgedrag. De hoogte van de boete wordt door het ministerie van Justitie bepaald, en het CJIB is aangewezen om die boetes af te handelen.

Onlangs werd bekend dat de boetes weer verder worden verhoogd – ‘inflatiecorrectie’, heet dat.

In 2025 werd de Wet Mulder maar liefst 7.570.861 keer overtreden en werd onze nationale schatkist voor in totaal 992 miljoen euro gespekt.

Gevalletje R545, dus die types à la J.G. Schoorl die in de auto of op de fiets hun mobiel beroeren, leverde Vadertje Staat 89 miljoen euro op. Daar kan het Defensie-apparaat weer heerlijk mee shoppen. Voor dat geld kun je een moderne straaljager, een F-35A Lightning II, inpakken en meenemen.

‘Een harteloze geldfabriek’

Daar is Merel van Rooy, voormalig ambtenaar. Ze zet haar fiets neer tegenover station Hollands Spoor in Den Haag, en loopt op weg naar het zonovergoten terras. Zomaar, een tikkeltje anoniem, terwijl iedereen van het bestaan van Merel van Rooy moet weten. Want zij schreef in 2024 het boek De Boetefabriek, en dat wens je iedere burger in Nederland op zijn nachtkastje. Die verkoop van ‘een paar duizend exemplaren’ (zegt Merel) dient verveelvoudigd te worden. Het is namelijk een wakker-schud-boek-van-formaat en behoorlijk crazy dat het niet heeft geleid tot een parlementaire enquête, of een schandaal in de orde van grootte van de toeslagenaffaire.

Zonder overdrijven: in 140 pagina’s schoffelt de Rijswijkse politiek econoom, goed leesbaar en onderbouwd met cijfers en documenten, het hele verkeersboetebeleid van de afgelopen decennia onderuit. Wat bedoeld was als een manier om de verkeersveiligheid te vergroten, ontaardde in ‘een harteloze geldfabriek’, aldus Van Rooy. ‘Het is absurd dat de overheid geld verdient door burgers met onnodig hoge schulden op te zadelen.’

Om met Frank Zappa te spreken: We're Only in It for the Money.

Helemaal geruisloos verscheen het boek ook weer niet, er werden zelfs in de Tweede Kamer vragen over gesteld, in het voorjaar van 2024. De toenmalige minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yeşilgöz, werd het vuur aan de schenen gelegd. In 2023 tekende ze – tegen adviezen in van het CJIB, Openbaar Ministerie, de Raad van de Rechtspraak en de Nationale Ombudsman – voor flinke verhogingen. Over de achterliggende reden draaide ze niet omheen: de verkeersboetes zijn noodzakelijk om de begroting op orde te krijgen.

In haar antwoorden op de Kamervragen naar aanleiding van het boek van Van Rooy erkende Yeşilgöz dat het verkeersboetebeleid ernstige effecten heeft gehad. Als gevolg van het niet kunnen betalen van een verkeersboete werden circa 94 duizend boete-krijgers ‘gegijzeld’, in twintig jaar tijd. Ze kon bovendien niet uitsluiten dat er kinderen uit huis zijn geplaatst nadat één van hun ouders zijn gegijzeld, en bevestigde dat er 100 duizend kinderen in een gezin wonen met een problematische schuld als gevolg van een verkeersboete.

Maar was Yeşilgöz van plan iets te gaan doen aan de hoogte van de boetes? Nee, ook daar was ze duidelijk in.

‘De minister had niet eens het fatsoen om erover te liegen’, zegt Van Rooy. ‘Het boetebeleid is gewoon een melkkoe, ze erkent het gewoon. Gelukkig wordt er nauwelijks nog gegijzeld, omdat je inmiddels ook in termijnen kan betalen. In Nederland zijn de verkeersboetes heel hoog, in vergelijking met andere Europese landen. En er is nooit onderzocht of het wel economisch of sociaal haalbaar is voor de burger.’

Bovendien hebben de hoge verkeersboetes voor de verkeersveiligheid weinig nut, stelt Van Rooy. De cijfers van het aantal overtredingen gaan nog steeds niet naar beneden. Bij de verkeersboetes wordt uitgegaan van een formule: afschrikking = boete x pakkans. Dat zou bepalen of iemand wel of niet door rood rijdt, of zijn telefoon in de auto oppakt.

‘Er zijn mensen die zo in elkaar zitten, die denken volgens die formule. Maar de meeste mensen niet. De boetes hebben daarom beperkt effect. Het aantal overtredingen wordt niet minder. Het idee van de individueel calculerende burger klopt niet. Het reële mensbeeld is dat de burger zich aan de regels wil houden maar soms – net als bij een dieet – toch toegeeft aan andere impulsen. Een boete is dan nuttig als een tik op de vingers en herinnering. Maar het moet wel naar verhouding zijn, en niet honderdduizenden in de schulden brengen.’

De mens is ‘een regelovertredend wezen’, zegt Van Rooy. ‘Voordat ik hier in Den Haag kwam, heb ik ook misschien wel twintig overtredingen gemaakt. Door rood lopen, niet goed mijn hand uitsteken op de fiets, et cetera. Een maatschappij die zich aan alle voorschriften houdt, bestaat niet. Als je dat wilt, krijg je een soort Singapore. Daar krijg je overal een boete voor. Je kunt een repressief systeem ontwikkelen, totdat je iedereen in een keurslijf hebt gestopt. Maar willen we zo’n maatschappij?’

Van Rooy pleit voor beleid dat burgers niet benadert als calculerende overtreders maar als sociale wezens die geneigd zijn zich te houden aan regels die ze begrijpen en ondersteunen. ‘Leg uit: waarop zijn de regels gebaseerd? Hoeveel kans is er dat je minder snel een ongeluk krijgt, als je aan de snelheid houdt? En zorg natuurlijk voor een goede weginrichting. Waarom geef je plompverloren een fietser zo’n enorme hoge boete omdat-ie belt naar zijn moeder dat-ie later thuis komt? Waar slaat dat op?’

Met de komst van de focusflitser is er sprake van een verdere verfijning van het verdienmodel van de overheid, weet Van Rooy. ‘Je kunt nu overal gevolgd worden, door steeds geavanceerder apparaten. Dit is een vorm van automatisch handhaven die onmiddellijk geld oplevert, en zo is gedigitaliseerd dat je ook nauwelijks personeel nodig hebt.’

Veiligheid, veiliger rijden, of preventie zou hoofdzaak moeten zijn, maar is bijzaak geworden. ‘Het is goed dat de overheid naast die torenhoge boetes en automatische handhaving ook een publiekscampagne doet – MoNo – maar het zou nog mooier zijn als die boetes proportioneel zouden zijn. Ze zijn zo hoog omdat ze geld opleveren. Het is echt een snoeppot voor de overheid.’

Luxewagen

De zaak J.G. Schoorl, zoals hier reeds gepresenteerd, staat niet op zichzelf. Er blijkt sprake te zijn van een terugkerend patroon, waarbij hij flinke boetes kreeg, in het kader van de Wet Mulder. Er zijn gevallen bekend van het bellend fietsen en fietsend bellen, urineren in de openbare ruimte, fietsen op plekken waar niet mag worden gefietst, meerdere kleine snelheidsovertredingen, inrijden van straten waar niet mag worden ingereden en het veelvuldig op heterdaad betrapt worden met de telefoon in de hand in zijn luxewagen.

Ook internationaal blijkt hij een dossier te hebben opgebouwd. Zo werd hij drie keer gekiekt in Duitsland in zijn automobiel en zijn er snobistisch literair-angehauchte parkeerboetes bekend in de geboorteplaats van de Amerikaanse schrijver John Fante (Boulder, Colorado) en de Franse dichter Arthur Rimbaud (Charleville-Mézières).

Slechts één keer meldde J.G. Schoorl zich bij de rechterlijke macht in Amsterdam om zijn boete aan te vechten. De zaak speelde circa tien jaar geleden, en in zijn dossier werd een brief gevonden waarin hij zijn ongenoegen over de hoge boete (toen: 237 euro) kenbaar maakt, en ‘dacht in een aflevering van het televisieprogramma Bananasplit te figureren’.

Op weg naar zijn werkgever (de Volkskrant) werd hij staande gehouden door een wagen van de Koninklijke Marechaussee (Kmar) met twee functionarissen in uniform. Ze hadden eerst een tijd naast hem gereden en hem langdurig aangestaard, om vervolgens gas te geven. J.G. Schoorl luisterde ook toen naar jazzmuziek, en trommelde met zijn handen ritmisch op het stuur.

Toen werd J.G. Schoorl gebeld door zijn chef Verslaggeverij, zijn telefoon lag op zijn dij. Hij drukte het luidsprekerknopje in en drukte op het groene knopje, en meldde hem dat hij nu niet kon telefoneren, omdat hij in de auto zat. Dat gesprek, wat geen gesprek was, duurde nog geen vier tellen. Hij hield zijn telefoon niet echt vast.

Toen was daar de auto van de Kmar weer, en J.G. Schoorl kreeg het teken dat hij moest stoppen, de auto aan de kant. De Kmar-man zei hem dat hij ‘zachtjes’ reed, en dat ‘viel hem op’. Ook zou hij net gebeld hebben. De Kmar-collega was reeds een bon aan het uitschrijven.

De licht-agressieve ontkenning van J.G. Schoorl over deze daad werden uitgelegd ‘als beledigend’, en ‘reden te meer voor een boete’.

Laatste zinnen van het schriftelijk beroep: ‘Nu ligt er een boete van 237 euro, en daar ga ik tegen in bezwaar. Als ik een boete verdien, verdien ik een boete. Dit slaat nergens op, en de heren van de Kmar vonden dat natuurlijk zelf ook, maar ze konden niet meer terug.’

Omdat het beroep geen enkel effect had, werd het tijd voor de volgende stap: de gang naar de rechter. Op een sombere novemberdag moest de zaak J.G. Schoorl voorkomen, in de kelder van de Amsterdamse rechtbank. Het was een zogeheten Mulder-dag, er stonden tientallen zaken over verkeersboetes op de rol.

Een bestuurder kampte met een zieke vrouw waardoor ze even op de vluchtstrook gingen, wachtend op een dokter.

Een man stond verkeerd geparkeerd, althans met één wiel.

Zo ging het nog uren verder – en toen was J.G. Schoorl aan de beurt. Wachtend had hij zijn zaak voorbereid, hij wist precies wat hij ging zeggen, geheel in de lijn met de brief. Er was nog één persoon voor hem en die draaide oog in oog met de rechter ongemakkelijk om de hete brij heen: had hij nou wel of niet gebeld, en zijn telefoon aangeraakt? Nee, ja, nou ja, eigenlijk wel, maar eigenlijk niet, dus...

J.G. Schoorl stond op, net voordat hij aan de beurt was, en liep weg. Hij wilde niet die vent zijn die voor de kantonrechter ging draaien of zelfs jokken over zijn telefoongebruik. Want ja, zeg maar maar eerlijk: er was gebeld in de auto, ook al was het ultrakort, niet echt een gesprek, en was de smartphone amper van de dijbeen gekomen. Bellen is bellen, had de rechter ook al eerder bij anderen vastgesteld.

Naar buiten, weg uit dat benauwde, brutalistische onderkomen.

Zaak gesloten.

In de rechtbank

Op een snikhete voorjaarsdag in 2026 is het Mulder-dag in locatie Alkmaar van de rechtbank Noord-Holland. In een kleine zaal, met afgesloten vitrage, gaat het gebeuren. Er zijn twee rechters en een officier van justitie, en overal staan grote kannen met water. Op de gang zit een oude man met een stok te wachten tot hij aan de beurt is. De rechter die aan de touwtjes trekt deze dag, stelt zich voor als Jansen.

Hier gaan vandaag 38 stervelingen in beroep tegen hun verkeersboete bij de kantonrechter, althans er staan 38 zaken op de rol. Het parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) draagt deze zaken aan. Alle elf rechtbanken in Nederland kennen zulke Mulder-dagen.

Vorig jaar gingen 351.562 mensen tegen hun verkeersboete in beroep, en in 70.833 van de gevallen werd de boete door de shredder gehaald. Een kleine tachtigduizend types lieten het er niet bij zitten, en stapten naar de rechter. Iets meer dan 25 duizend daarvan zagen hun boete vernietigd.

De man met wandelstok komt naar binnen, samen met zijn vrouw en zoon.

‘Kunt u mij verstaan?’, wil rechter Jansen als eerste weten.

‘Ja, alles aan mij is oud’, reageert de 90-jarige man snedig, waarbij hij ook opmerkt alles prima te kunnen volgen.

‘U weet waar het over gaat?’

‘Ik heb de brief zelf opgesteld’, zegt de man over zijn beroep en gang naar de rechter, vanwege een parkeerboete van 500 euro. ‘Het was per ongeluk. Het was fout, en dat geef ik toe. Een bekeuring – dat snap ik. Maar de hoogte vind ik buitensporig.’

Rechter: ‘We hebben een foto van de overtreding’.

Man: ‘Die ken ik.’

Er waren twee parkeerplekken voor invaliden: eentje was bestemd voor een kentekenhouder, de ander was voor meer algemeen gebruik voor bestuurders met een invalidevergunning. De man van de wandelstok zette zijn auto eerst op de algemene plek, maar dacht makkelijker te kunnen uitrijden op de andere plek, die dus niet voor hem was bestemd.

Rechter: ‘We hebben ook een foto van dat bord, met het kenteken.’

Man: ‘Ik heb dat bord nooit gezien.’

Zijn vrouw vraagt het woord: ‘500 euro is veel te veel geld. Er zijn jongens die doen waar ze zin in hebben en die krijgen nooit zulke hoge boetes. Het lijkt wel alsof mijn man iets crimineels heeft gedaan. Hij heeft het toch niet expres gedaan.’

En de zoon voegt eraan toe: ‘Mijn vader slaapt er slecht van. Hij heeft zijn hele leven hard gewerkt, en voor iedereen klaargestaan.’

De officier van justitie zegt dat ze de boete gaat ‘matigen’: het blijft bij het reeds betaalde bedrag van 234 euro omdat het vergrijp toch ‘een vergissing‘ is. De rechter gaat daar in mee.

Maar de vrouw vindt het nog steeds veel te hoog: ‘165 vind ik beter. Nou, eigenlijk zou ik afmaken op 150 euro. Het is gewoon niet eerlijk.’

‘En wat vindt u ervan meneer, welk bedrag vindt u dan goed?’

De man met de wandelstok zegt het gevoel te krijgen op een markt te staan, ‘met dat tegen elkaar opbieden’. Wat hem vooral steekt, is dat hij hier zo zit als 90-jarige, voor de rechter. ‘Alsof ik een kwajongen ben.’

Van de 38 te behandelen zaken, blijken er al 11 ingetrokken te zijn, zo vertelt de rechter. En de vraag is ook of de betrokkenen zelf de reis naar de kaashoofdstad hebben gemaakt, om in deze snikhete ambiance hun gelijk te halen.

Want de meeste zaken blijken op deze Mulder-dag te zijn aangespannen door in verkeersboetes gespecialiseerde bureaus. ‘Deze markt is geëxplodeerd’, aldus rechter Jansen over dit neveneffect van het boetebeleid.

Bureaus als Verkeersboete.nl, Bonnetje.nl, Boete.nu en Skandara werken volgens het no cure, no pay-systeem. Krijgen ze gelijk in een door hen aangespannen zaak, dan strijkt het bureau de proceskosten op. Bij verlies worden er geen kosten in rekening gebracht.

Er komt een giechelende man binnen, samen met zijn giechelende vriend. Ja, hij was het die met zijn fatbike op de verkeerde weghelft reed. Maar de verhoging van de boete vindt hij veel te hoog, van 65 naar 130 euro. De vriend legt uit dat er brieven en aanmaningen niet zijn aangekomen. Of niet gezien. Ook heeft de man meerdere schulden, her en der.

Man: ‘Ik kan het niet betalen. Ik sta in de min. Ik heb allemaal vaste lasten.’

Rechter: ‘Wat zijn uw vaste lasten dan? Voor wonen? Heeft u werk?’

Man: ‘Ja, ik ben in loondienst en woon bij mijn ouders. Maar ja, ik ben jong, weet je, en dat doe je dus vaste dingen, die duur zijn.’

De officier van justitie haalt de verhoging eraf, en de rechter gaat daarin mee.

Dan komen er een vader en een zoon binnen. Een gevalletje bumperkleven: 380 euro. De zoon draagt een Formule 1-shirt, en omdat hij enigszins verstandelijk beperkt is, is de vader erbij als bewindvoerder. Voor de zoon staat vast dat hij genoeg afstand heeft gehouden, en hij snapt niet dat hij op heterdaad werd betrapt door twee agenten. ‘Hoe konden ze meten dat ik te dichtbij reed?’, zegt hij. ‘Ik heb afstandsdetectie in mijn auto, die piepte ook niet.’

Vader: ‘Die hele actie met twee agenten die mijn zoon aanhouden, was disproportioneel!’

De boete blijft staan, de rechter vindt dat de verbalen van de twee agenten zonneklaar zijn.

Vader en zoon die beduusd naar buiten sloffen, zijn de laatste mensen die de moeite hebben genomen om de rechter van repliek te dienen. De resterende zaken worden er in een noodtempo doorheen gejast, en bijna in alle gevallen geeft de rechter de officier van justitie gelijk. Het geciteerde verweer is een opsomming van: ik had de telefoon in de houder, ik was niet thuis voor de brief, ik heb de verhoging niet gezien, ik was het niet, ik was niet op die plek, ik kan de boete niet betalen en – ik had een heel ander voorwerp vast.

Rechter: ‘Ik had graag willen weten wat voor voorwerp die bestuurder dan precies vasthield in zijn auto. Maar ja, zo iemand komt niet opdagen, dus dan houdt het op. De boete wordt toegekend. Zaak gesloten.’

Het architectonische boetepaleis

J.G. Schoorl reed op de Vondelweg in Haarlem-Noord, en was op weg naar het plaats delict. De Spotify-playlist Grill Master speelde een geweldige ballad, Everything Happens to Me van de onlangs overleden tenorist Sonny Rollins.

Maar op de plek waar de focusflitser een half jaar eerder twee keer flits flits deed – ja, het gebeurde ter hoogte van huisnummer 162 – was nu niks te zien. Er ontbrak elk spoor.

Uit navraag van de CVOM bleek dat het gevaarte was verplaatst, en dat dit elke twee maanden gebeurde. De focusflitser, geleverd door Connection Systems (Venhuizen) en One Task (Vijfhuizen), was op een wagen getakeld en elders in de regio Haarlem neergezet. Liefst werd die focusflitser op een drukke weg, neergezet, waar je een grote plaats (zoals Haarlem) uitrijdt. Nog een voorwaarde: er moet een behoorlijke ruimte zijn waar dit veelogig controlewezen zich kan uitleven. De eerste vier maanden van 2026 was dat prima de luxe gelukt, al 801 overtredingen, ten behoeve van de schatkist.

J.G. Schoorl had beide handen aan het stuur, en zijn mobiele telefoon lag als een poesje te snorren op de bestuurdersstoel. Hij had besloten zich neer te leggen bij zijn verkeersboete, want kansloos tegen een ‘slim’ en ‘feilloos’ overheidsapparaat. Zijn verzetsdaad was het in termijnen betalen, om zo het CJIB niet in één keer zijn zuurverdiende centen te geven, maar ze in delen over te maken.

Mocht hij trouwens helemaal vergeten te betalen, dan zou het gigantisch in de papieren lopen: de eerste verhoging is 654 euro en de tweede 1.299 euro.

Andere vragen? Check de website van het CJIB – en dan zie je op de homepage dat er voor het architectonische boetepaleis in Leeuwarden een voorjaarsbloem in bloei staat. Echt, heel romantisch.

Dit is een verhaal uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next