Home

Rundfunker Tom van Kalmthout houdt van viezigheid: 'We zijn wandelende poepfabrieken' - Omroep West

DEN HAAG - Tom van Kalmthout, de Haagse helft van Rundfunk, heeft het druk. Deze zomer gaat hij als rap-act Ron van Zalmsaus de theaters in. Volgend jaar staat hij met dat alter ego zes zondagen in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Tussendoor maakt hij met Rundfunk-collega Yannick van de Velde ook nog de taalpodcast 'We love Nederlands' en in het najaar beginnen de try-outs van hun nieuwe theatershow Wagyu. 'We vervelen ons eigenlijk een beetje als we niet schrijven, werken of spelen.'

Wie zes zondagen in de Koninklijke Schouwburg staat, begeeft zich in Den Haag al snel in groot gezelschap. Paul van Vliet deed het. Harrie Jekkers deed het. En straks dus Ron van Zalmsaus. Van Kalmthout moet er zelf om lachen: 'Wat een raar rijtje is dat dan.'

Maar het is wel precies de plek waar zijn zalmrapper volgens hem thuishoort. Niet tussen zwetende festivalgangers die met hun handen in de lucht staan, maar in het theater. Zittend publiek, aandacht, luisteren. 'Ik vind het gewoon meer theater dan pop. Het zijn kleine verhaaltjes met grapjes erin. Kleine scènetjes in liedvorm.'

Ron van Zalmsaus begon op De Parade, waar Van Kalmthout eerder twee keer stond. Daar paste het goed: een beetje los, een beetje theater, een beetje sangria in de hand. Maar nu wordt het groter. Een volwaardige voorstelling. Anderhalf uur zalmrap, taalgrappen, viezigheid en absurdisme.

En over die naam: nee, Van Kalmthout is niet per se een groot zalmeter. Ron van Zalmsaus is vooral een verbastering van zijn eigen naam. 'Het leek me leuk om voor een rapper een hele domme naam te doen.' Dom bedoelt hij daarbij als compliment. 'Ik hou heel erg van domme dingen. Iets kan heel dom zijn en ook heel goed, weldoordacht of mooi.'

Wie Ron van Zalmsaus kent, weet dat de teksten geregeld behoorlijk ver gaan. Poep, pies, seks, dood, ingewanden: het komt allemaal voorbij. Niet omdat Van Kalmthout per se wil choqueren, zegt hij, maar omdat de Nederlandse taal hem er bijna toe dwingt. Hij wil dat zijn teksten rijmen, metrisch kloppen en lekker lopen. En waar vind je veel woorden die rijmen? Juist: bij taboes.

'Gore dingen, seksdingen, grove dooddingen. Dingen waar we bang voor zijn, dingen die we eng vinden. Daar zijn heel veel rijmwoorden te vinden. Dus eigenlijk dwingt de taal mij om de onderwerpen te behandelen die ik wil behandelen.' Dat komt hem overigens niet slecht uit. 'Ik hou er gewoon van. Ik vind viezigheid, lelijkheid en griezeligheid goede onderwerpen voor humor.'

Die liefde voor taal zit ook in de podcast 'We love Nederlands', die hij samen met Rundfunk-collega Yannick van de Velde maakt. Geen podcast voor taalpuristen met rode pennen, maar juist een ode aan rommelen, knoeien en spelen met taal. 'Vaak wordt er op een taalnazi-achtige manier naar taal gekeken', zegt Van Kalmthout. 'Corrigerend. Wat fout is, wat niet goed is, wat beter moet.'

Daar hebben hij en Van de Velde weinig zin in. Zij kijken liever naar taal zoals Picasso naar schilderen keek. Niet netjes binnen de lijntjes, maar juist daarbuiten. ‘Iedereen gebruikt taal anders. Dus waarom niet gewoon lekker kliederen en knoeien ermee en kijken wat je er allemaal mee kan, in plaats van wat je allemaal niet mag?’

En dan is er natuurlijk nog het Haags. Van Kalmthout woont niet meer in Den Haag, maar zodra hij Hagenaars spreekt, komt het accent vanzelf weer tevoorschijn. Op de toneelschool is het er naar eigen zeggen 'een beetje uitgetimmerd', maar helemaal weg is het nooit gegaan.

Het Haags vindt hij een mooi, hard accent. 'Ei en ui. Die zijn in het Haags allemaal platgeslagen, dus è en èù. Wat het een soort van hard, lomp accent maakt. En heel grappig ook eigenlijk. Het Limburgs benadrukt juist die zangerigheid heel erg. En het Haags is gewoon keihard, gewoon bah bah bah bah bah.' En wat zegt dat over Hagenaars? 'Hard en direct. Recht voor zijn raap, nuchter. Niet te gek doen. Maar ook heel geestig.'

Tussen al die zalmsaus door werkt Van Kalmthout met Van de Velde ook alweer aan Wagyu, de nieuwe voorstelling van Rundfunk. De titel verwijst naar het extreem dure Japanse rundvlees. Koeien die worden gemasseerd, bier drinken en naar klassieke muziek luisteren. 'Een enorm decadent product. Dat leek ons een leuke titel.'

In het najaar beginnen de try-outs, in februari volgt de première en daarna gaat Rundfunk twee seizoenen op tournee. Lang? Volgens Van Kalmthout juist niet. Een voorstelling blijft onderweg veranderen. Eerst moet alles strak. Daarna ontstaat de ruimte om te spelen. Of zoals hij het noemt: 'professioneel kloten'.

'Dan proberen we elkaar aan het lachen te maken. Niet omdat we schijt hebben, maar omdat we heel erg in het moment spelen. Als ik degene tegenover me aan het lachen probeer te maken, ben ik als het goed is ook grappig voor het publiek.'

Het klinkt als een luxe: rappen als Ron van Zalmsaus, theater maken met Rundfunk, een podcast over taal en een nieuw televisieprogramma (het sportprogramma 'Schwalbe' over 'vergeten' sporten). Van Kalmthout weet dat zelf ook. 'Wij zijn gigantisch verwend en bevoorrecht', zegt hij. 'We moeten wel proberen te genieten van dat het goed gaat.'

Als hij ook ergens van geniet, dan is dat eten en uiteindelijk komt bij hem alles toch weer samen: eten, taal, viezigheid, kunst en humor. Want volgens Van Kalmthout is eten misschien wel de enige kunstvorm die je met al je zintuigen tot je neemt. Al heeft ook dat weer een keerzijde.

'Uiteindelijk zijn we gewoon wandelende poepfabrieken', zegt hij. 'De hele dag zijn we eigenlijk poep aan het maken van eten. Zo wordt al het moois uiteindelijk toch weer lelijk en goor.' En precies daar, ergens tussen kleinkunst, rap, zalm, wagyu en poep, zit Tom van Kalmthout helemaal op zijn plek.

Wie niet kan wachten om de theatershow van Ron van Zalmsaus in het voorjaar van 2027 in de Koninklijke Schouwburg te zien, kan op 15 juli al terecht in de Stadsgehoorzaal Vlaardingen.

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next