Home

Op de Haagse Markt: 'Mensen met meer tijd en minder poen, die komen hier' - Omroep West

DEN HAAG - Een dorp binnen de stad, met zijn eigen mores en bewoners van verschillende pluimage. Sommigen staan al generaties lang op De Haagse Markt, anderen komen net kijken. Louis Lobel en zoon Michel zíjn de markt.

Op De Haagse Markt

Een begrip is het: De Haagse Markt, al 88 jaar op dezelfde locatie (Herman Costerstraat). Het is de grootste onoverdekte markt van Nederland en een van de grootste van Europa. De ruim vijfhonderd kramen bieden werk aan meer dan duizend mensen. Wie zijn de gezichten achter de kramen? Dit is een verhaal in onze serie Op De Haagse Markt

'Dit is een soort vangnet. Voor als je het niet redt in de normale wereld. Maar de markt, daar zit geen toekomst meer in. Hierna, ik ben de derde generatie, is het wel klaar.'

Michel Lobel (54) die samen met zijn 79-jarige vader Louis - volgens collega's ouder dan De Haagse Markt zelf - een groentekraam runt, is weinig optimistisch.

Louis, die een beetje voorovergebogen door de kraam scharrelt, moet even goed nadenken over hoe lang hij al op de markt staat. 'Ik ben van 1947 en op mijn achttiende begonnen, ruim zestig jaar dan al denk ik. Dat kan wel ja, zolang ken ik mijn vrouw ook.'

Niet dat hij die van de markt kent. 'Dat is toevallig, want zij werkte bij Philips op de Fruitweg. Dat gebouw staat er nog, denk ik.'

Hij is er even bij gaan zitten, de bijna tachtiger neemt af en toe een slokje fruitsap uit een grote fles en pakt er alvast een boterhammetje bij. Louis is nog een tijdje schilder geweest, voordat hij in de voetsporen van zijn vader op de markt trad.

Dat was eigenlijk niet de bedoeling. 'Mijn oudere broer zat er al in en de regel was dat de zaak overging van vader op zoon. Er kon er maar één het overnemen.'

Louis ging dan maar een vak leren, dat van schilder. Maar het bloed kruipt zoals wel vaker op de markt waar het niet gaan kan en Louis keerde terug als 'meeloper'. 'Zo noemde je dat destijds', legt zoon Michel uit.

'Als je zelf geen kraam had, kon je je ’s ochtends melden bij de marktmeester en dan kon je meelopen om te kijken of er kramen vrij waren waar je kon staan.'

Net als zijn vader en broer ging Louis met groente staan. 'Fruit is er later bijgekomen.' Groente werd te duur, dat is een luxeproduct geworden en seizoensgebonden. 'Als het weinig kost, dan haal ik het. Asperges, daar hoef je hier niet mee te gaan staan. Veel te duur', zegt zoon Michel.

'Het koopgedrag van mensen is veranderd. Ze gaan niet eens meer naar de supermarkt, laat staan naar de markt. Ze bestellen alles', moppert vader Louis. 'Mensen met meer tijd en minder poen, die komen hier.'

Ondanks het gemopper, staat hij hier toch nog alle dagen dat de markt open is. 'Wat moet ik de hele dag thuis doen?' Louis bergt het zakje met boterhammen waar er nog twee inzitten op voor later en schuifelt weer door de kraam.

Langs een poster waar op staat: wil je bij ons werken? 'Dat heeft mijn dochter gemaakt, toen ze negen jaar was', zegt Michel. 'Zij studeert nu marketing en communicatie. Dat vindt ze mooi. Mijn zoon is beveiliger op Schiphol. Na ons, is het wel klaar.'

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next